Chinees

In de keuken en daarnaast opstomende gedachten wordt een uitgesproken onderscheid gemaakt tussen het hoge en het lagere. Asperges zijn hoog, paardevlees is laag. Varkenspootjes zijn heel laag, kosten nog geen twee gulden per twee.

Varkenspootjes. Zal ik aangenaam interessant doen en zeggen dat dit woord bij iedereen andere associaties oproept? Behalve bij het varken natuurlijk. Dat ziet zijn eigen pootjes, onmiskenbaar en zonder tussenweg, als varkenspootjes. Maar een Chinees? Of een speciaal voor dit doel uitgezochte inwoner van de varkensstad bij uitstek: Lyon? Op straat alleen opvallend door geroutineerd rode wangen en vochtige gezelligheid uitstralende jas en das, op halfzeven hangend kapsel en afgezakte sok. Onder braaf in zichzelf gebrabbel, met bij voorbaat al glanzende lippen en begerig gekromde vingers zie hem in de richting van zijn onder het varken weggezaagde pootjes reppen. Pootjes, gebroeid in allerlei ander puur patriottische faits divers.
Hij voelt zich dankbaar, al weet hij niet aan wie of wat, en omstuwd door goed geluk dat het precies op zijn bordje terecht is gekomen. Over een paar minuten, in het restaurant La Mère Blaff. Vanaf zijn eerste verjaardag weet hij al wat twee pieds de porc à la Sainte Ménéhould zijn. Hij gelooft alleen in voorpootjes, als niet te scheiden hoogtepunten in dierlijk lekkernijenland. De Chinees voelt allerminst dankbaar, wel omstuwd. Hij hakt twee pootjes in kleinere volumes, kookt ze tot ze zacht zijn. Bewaart de bouillon. Bakt wat gemberwortel en knoflook in olie en werpt daar de pootfragmenten bij. Bakt weer vijf minuten. Ziet het bruin worden. Voegt twee eetlepels zoute sojasaus, twee eetlepels azijn en twee eetlepels zoete siroop van maïs toe. Roert. Strooit er een eetlepel bloem over. Giet wat varkenspootbouillon erbij.
Na drie minuten gaat de Chinees aan tafel. Eindelijk toch dankbaar. Varkensdankbaarheid. Maar hoe ziet een Zwitser zijn varkenspootjes? Of gelooft u niet in Zwitsers?