Buitenland

Chinese val

Een rijtje voldoendes, dat is wat Joe Biden, Vladimir Poetin en andere belangrijke leiders de afgelopen weken haalden bij een reeks topontmoetingen. Als een voetbalanalist cijfers had mogen geven, was dat een lange rij zesjes geweest. Niemand ging af, nergens kwam het mes op tafel. ‘Het Westen is terug’, zei de Amerikaanse president Biden een paar keer. Hij had gelijk als hij bedoelde dat de ondergrens werd gehaald van beleefde onderonsjes zonder zichtbare scheuren. Of dat de Amerikaans-Russische top niet op zo’n spetterende vernedering uitliep dat een Amerikaans staflid overwoog om een beroerte te faken om de zaak te stoppen (zoals gebeurde bij Trump en Poetin in 2018).

Toch viel één ding op: het succes van Joe Biden om Europese landen mee te krijgen tegen China. Dat was vooraf geen gegeven, want Europese regeringen willen strategisch autonoom zijn, en zijn minder beducht voor China dan Biden. Maar de NAVO-leiders verklaarden gezamenlijk dat China ‘een systeem-uitdaging vormt voor de internationale orde en veiligheid van de alliantie’. De Franse president Emmanuel Macron mopperde nog wel dat ‘China weinig te maken heeft met de Noordelijke Atlantische Oceaan’. Maar hij moest overstag gaan en haalde zijn gram toen maar op Mark Rutte.

Op het oog belangrijker was dat de G7, de top van ’s werelds rijkste economieën, zich achter een Amerikaans plan schaarde dat een westers alternatief moet bieden voor China’s ‘Belt and Road Initiative’. Onder die naam legt China havens, wegen en dammen aan in tientallen armere en midden-inkomenlanden over de hele wereld: een internationale handelsstructuur met China als centrum. De G7 wil een tegenhanger lanceren, ‘gedreven door morele waarden, een hoge standaard, en transparantie’, die duurzame infrastructuur en de energietransitie moet bekostigen in minder rijke landen.

Het lukte Joe Biden om Europese landen mee te krijgen tegen China

Maar hier komt een serieus probleem om de hoek kijken. Biden maakt al maanden duidelijk wat de belangrijkste reden is dat hij een tegenhanger wil van China’s Belt and Road. Dat is wat hij China’s ‘schuldendiplomatie’ noemt. Biden haakt hiermee in op de veel-gehoorde kritiek op China’s Belt and Road. Die kritiek werd in 2017 het eerst verwoord door de Indiase politicoloog Brahma Chellaney. Volgens hem is het werkelijke doel van China’s initiatief niet de aanleg van infrastructuur zelf, maar het feit dat de bouwprojecten ervoor zorgen dat tientallen landen schulden opbouwen aan Beijing. Daarna zitten zij politiek in China’s zak. ‘Schuldenvaldiplomatie’ noemde Chellaney dit. Voor de machthebbers die hun land in de schuldenval leiden, maakt het niet uit als een Chinees bouwproject op termijn niet rendabel blijkt: zij en hun entourage hebben zich dan al verrijkt.

Over ‘schuldenvaldiplomatie’ is sindsdien een vurig academisch debat gevoerd. Het staat buiten kijf dat China de afgelopen vijftien, twintig jaar een stormachtige opkomst heeft gemaakt als internationale crediteur. Het land is de grootste bilaterale lener ter wereld en heeft meer geld uitstaan dan de Wereldbank of het IMF. Maar details zijn er niet, want China houdt zijn leningen geheim. Voeg daar dan overduidelijk onrendabele projecten bij (zoals ’s werelds duurste snelweg van niks naar niks in Montenegro), of landen die hun eigendommen aan China overdragen als ze hun schuld niet meer kunnen betalen (zoals Sri Lanka), en het plaatje lijkt helder. Maar niet alle academici zijn overtuigd: sommige studies onderbouwen dat het hele schuldenvalverhaal plausibel klinkt, maar niet klopt als je een reeks case studies naast elkaar legt.

Wat in ieder geval níet kan, is dat je deze analyse van China maakt en vervolgens een antwoord wil bieden met een groen, hoogwaardig, transparant initiatief. De hele schuldenvalanalyse wil nou eenmaal dat de kwaliteit van de bouwprojecten er niet zoveel toe doet, en dat niemand transparantie wil. Het G7-plan moet daarom nogal wat stappen zetten – bijvoorbeeld duidelijk maken voor welk probleem het een oplossing is. ‘We zijn nog niet in de fase waarin we financiering bekend kunnen maken’, zei Angela Merkel in een van haar heerlijke understatements. Want de G7 kan het persbericht wel uitbrengen, maar als je het wereldbeeld daarachter niet rond hebt, is het meer een bezwering dan een plan – en zal het aan China’s opkomst niets veranderen.