Chinese visite

Een geniale strateeg had het niet beter, sluwer, misleidender bedacht kunnen hebben. Terwijl hypermacht Amerika en zijn bondgenoten nu al tien jaar verwikkeld zijn in een vergeefse strijd in Irak en Afghanistan, terwijl ze de ene na de andere vruchteloze poging doen om het gevaar van Iran te bezweren en de kernmacht Pakistan in een betrouwbare staat te veranderen, groeit China, niet gehinderd door uitputtende en demoraliserende conflicten, tot de volgende supermacht.

Dat hebben we aan deze kant van de wereld steeds duidelijker leren beseffen. Maar onze politieke elite, gesteund door de publieke opinie, heeft voortdurend andere prioriteiten gesteld. Eerst, na de val van de Berlijnse Muur, hebben we ons laten meeslepen door de overwinningsroes, Fukuyama’s ‘einde van de geschiedenis’, de welvaartseuforie van de roaring nineties, de ontdekking van de Nieuwe Economie die de eeuwige groei beloofde. Verder werden we beziggehouden door het Clinton-Lewinsky-schandaal. Toen brak de zeepbel van internet en in 2001 kwam de overval op de Twin Towers.
Osama bin Laden had geen beter -moment kunnen uitkiezen. Het hele Westen keerde zich tegen de dreiging van het moslimextremisme. Bush jr. maakte zijn oorlog in Afghanistan half af en verstrikte zich daarna in Irak. Ten koste van enorme offers heeft het Westen zich vastgevochten in het Midden-Oosten. Geen partij, geen politicus heeft een aanvaardbare manier bedacht om ons uit dit moeras te bevrijden. En intussen heeft China ongestoord verder kunnen groeien, economisch en nu ook steeds zichtbaarder militair. De stagnatie aan de fronten van het Westen blijft onopgelost, de Chinese expansie gaat ongestoord verder. Dat is de continuïteit waarmee we steeds meer rekening moeten houden. Wat valt er te verwachten?
Tot dusver viel het geweldig mee. Het bezoek van president Hu Jintao vorige week aan Washington verliep vlekkeloos, met -saluutschoten, een galadiner, kinderen knuffelen, een handelsovereenkomst, een persconferentie en alles wat bij zo'n gelegenheid niet mag mankeren. In China was het groot nieuws. Het dagblad van de communistische partij verscheen dertien uur later om het allemaal zo uitvoerig mogelijk aan het volk te melden. 'Er is een nieuw hoofdstuk in de betrekkingen geopend.’ De algemene teneur was dat dit bezoek flink had bijgedragen aan het verminderen van de spanningen. Zo was voorkomen dat er een nieuwe koude oorlog tussen beide landen zou kunnen ontstaan.
Maar toch. China confronteert Amerika met een nieuw Spoetnik-moment, is de boodschap van de Amerikaanse regering. Wat was de Spoetnik? De eerste kunstmaan, door de Sovjet-Unie op 4 oktober 1957 in een baan om de aarde gebracht. Al langer waren de twee supermachten in een 'race naar de ruimte’ gewikkeld. De Verenigde Staten waren overtuigd van hun technische superioriteit, maar de Russen wonnen. Dit veroorzaakte in het hele Westen een diepe schok. De 'missile gap’ werd ontdekt, de Koude Oorlog leek bijna verloren, het onderwijs ging op de helling, de wapenwedloop bereikte een nieuw stadium. Naar de maatstaven van ruim een halve eeuw geleden gemeten is in de verhouding tussen Amerika en China geen spoor van een koude oorlog te vinden. Maar dat Washington nu aan de Spoetnik refereert, is een duidelijk bewijs van zowel achterdocht als gebrek aan vertrouwen in de eigen macht.
In naakte machtspolitiek zitten de twee supermachten elkaar nauwelijks dwars. Het conflict om Taiwan en de rivaliteit tussen de twee Korea’s blijven behandelbaar. -Washington blijft aandringen op verruiming van de politieke vrijheden en ande-re mensenrechten, maar die pleidooien hebben een plichtmatige ondertoon. De Chinees-Amerikaanse rivaliteit is voor verreweg het grootste deel economisch. Het gaat over de strijd tussen de yen en de dollar. De onstuimige economische groei, de geweldige export en de economische expansie, onder meer in Nederland, doen de Chinese munt onweerstaanbaar in waarde stijgen. Er is geen reden om aan te nemen dat deze ontwikkeling binnen afzienbare tijd zal worden gestuit. Dit is in grote lijnen het te verwachten verloop van de economische verhoudingen.
Maar wat zullen de politieke gevolgen zijn? We moeten rekening houden met vier constanten. De Chinese economische groei zal die van het Westen blijven overtreffen. Het Westen blijft voorlopig verstrikt in de strijd en de rest van de problematiek in het Midden-Oosten en Afghanistan, terwijl China daar zorgvuldig buiten blijft. Daardoor wordt het Westen relatief steeds verder verzwakt.
En dan komt de belangrijkste factor. Zoals de praktijk van ongeveer de afgelopen tien jaar heeft bewezen, is de interne stabiliteit van het Westen sterk aangetast. Door de uitzichtloze oorlogen en de economische crisis hebben steeds meer kiezers hun vertrouwen in de comfortabele continuïteit verloren. Ze reageren met 'een ruk naar rechts’. In Amerika de Tea Party, Sarah Palin; in Nederland Wilders, de PVV. Het grote probleem van het Westen is een uitvoerbare oplossing te vinden voor deze nieuwe uitdagingen van de 21ste eeuw. De vlucht naar rechts maakt veel -lawaai maar biedt geen uitweg.