Chirac heeft geen tijd voor nuances

‘Mijn beste landgenoten.’ Zodra Chirac op het scherm die woorden prevelt, weten de Fransen dat er iets gruwelijks is gebeurd, of staat te gebeuren. Een bomaanslag? Nee, het zijn maar verkiezingen.

Vorige week ontbond Chirac de Assemblée Nationale, ofschoon hij een jaar geleden beweerde dit nooit uit persoonlijke overwegingen te zullen doen. ‘De ontbinding is een constitutioneel wapen waarover de president van de Republiek slechts kan beschikken om zware crises op te lossen’, zo verzekerde hij de Fransen.
De mogelijkheid de Assemblée te ontbinden markeert de grotere natuurlijke macht van de soeverein boven die van de gekozen Kamer. In de Derde en Vierde Republiek werd de wet naar het magazijn voor oorlogs accessoires verwezen, en pas in de toch door democratie gekenmerkte Vijfde Republiek werd de wet weer een wapen. Als de voortgang van de democratie niet kan worden gewaarborgd en verlamming van het maatschappelijk leven dreigt, gooit de president zijn gewicht in de strijd, in de hoop dat de teller naar een bepaalde kant doorslaat. Ditmaal liefst naar rechts natuurlijk. Liever wat overgewicht dan de politieke anorexia van links: minder belastingen, minder privatiseringen, minder Europa.
Wat is dan die grote crisis waarin Frankrijk verkeert? Wat is, elf maanden voor de reguliere verkiezingen, de plotselinge noodzaak van vervroegde verkiezingen? De laatste dagen zien de Fransen reeksen politici en politieke commentatoren op het scherm, een defilé dat hoofdzakelijk bestaat uit mannen. Vrouwelijke aanhangers van Juppé, de Jupettes, en van Jospin, de Jospinettes, zijn er wel, maar men ziet ze voornamelijk in achtergrondkoortjes. Nee, het zijn mannen die motiveren, kritiseren en vooral ontraadselen. Wat zijn de motieven van Chirac? Waarom vervroegde verkiezingen?
Zeker is dat Chirac opnieuw zal laten wieden in de sociale zekerheid, tot woede van vele Fransen; zeker is ook dat Europa de Fransen meer en meer gaat tegenstaan terwijl Chirac het als zijn taak ziet om de grote vereniging tot stand te brengen; zeker is dat de socialisten zwak staan en een hoogst onrealistische toekomst schetsen (700.000 banen voor jongeren op korte termijn); zeker is ook dat in de zomermaanden alle vuile zaakjes met republikeinse politici in de hoofdrol voor de rechter komen; zeker is ten slotte dat Juppé in elk geval geen staatsman is.
Het wordt een brutale en vrolijke campagne, zo meldde Juppé. En niet zonder sluwheid probeerde hij Jospin tot een televisiedebat met zijn vieren te verleiden. Juppé en Léotard van RPR en UDF aan de ene kant (van rechts-republikeinen en gaullisten) en Hue en Jospin van communisten en socialisten aan de andere kant. Dat opzetje heeft Jospin echter doorzien. Hij wil liever niet in een adem worden genoemd met 'de archaïsch geworden communisten’. Hij stelt een enkelspel voor, een wedstrijd voor twee heren. Een garantie voor transparantie, waarnaar hij zozeer zegt te streven.
Verder reiken de subtiliteiten echter niet. Veel commentatoren vergelijken deze verkiezingen met de honderd meter hardlopen. Er is geen tijd voor nuances, zelfs niet om naar je tegenstanders te kijken. Laat staan naar Fransen.