26 november 1964 – 6 februari 2013

Chokri Belaid

Mensenrechtenadvocaat Chokri Belaid voerde onverschrokken de Tunesische oppositie aan. Zijn vroege politieke bewustzijn was volgens hem een logisch gevolg van zijn arbeidersachtergrond. Tot het laatst bleef hij een luis in de pels van het regime.

Medium belaid

Op de avond voor zijn dood was de Tunesische oppositieleider Chokri Belaid (48) te gast in een politiek tv-programma. Er werd gesproken over de toenemende intimidatie waar critici van de islamistische regeringspartij Ennahda aan blootstaan. Belaid gaf een lange opsomming van de keren dat hij en politieke medestanders werden belaagd door salafistische knokploegen, oftewel ‘huurlingen van Ennahda’ zoals Belaid ze ook noemde. ‘De politie ziet het gebeuren en steekt geen vinger uit’, voegde hij eraan toe. De meest recente confrontatie vond op zaterdag 2 februari plaats en was de directe aanleiding voor het tv-programma om Belaid uit te nodigen. Belaid uitte in de uitzending een felle beschuldiging: ‘Ennahda heeft officieel het groene licht gegeven voor politiek geweld.’

De volgende ochtend, iets voor acht uur, ging Belaid naar zijn werk. Hij woonde met zijn vrouw (Basma Khalfaoui) en twee dochters (Neyrouz en Nada) in El Menzah, een gegoede, rustige buitenwijk in de hoofdstad Tunis. Volgens ooggetuigen was Belaid net in zijn auto gestapt toen een jongeman in een boernoes – een wollen mantel met een grote kap – een vuurwapen op hem richtte en vier kogels afvuurde. Belaid overleed niet veel later in de nabije Ennasr-kliniek. Belaids vader, Salah Belaid, liet er diezelfde ochtend geen twijfel over bestaan wie de aanslag op zijn geweten heeft: ‘Het is Ennahda die hem heeft gedood, en niemand anders.’

De daders zijn nog altijd niet gevonden. Ennahda als opdrachtgever van de aanslag aanwijzen is voorlopig niet veel meer dan speculatie. Evengoed is iedereen het erover eens dat niemand het zo fel op Belaid gemunt had als de extremistisch-islamistische groeperingen die hem al geruime tijd onder doodsbedreigingen bedolven. Voor hen was hij een kafir (ongelovige) en een verdediger van het goddeloze secularisme.

Chokri Belaid werd geboren op 26 november 1964 in Jebel Jelloud, een verpauperde ­industriestad net buiten Tunis. Zijn moeder overleed toen Belaid nog een kind was. Zijn vader, die snel hertrouwde, werkte als arbeider in een ­plaatselijke snoepgoedfabriek. Belaid raakte al op zijn zestiende politiek bewust – dat ­beschouwde hij als een logische ontwikkeling voor iemand die opgroeide in een armoedige wijk. Ideologische inspiratie putte hij uit het pan-Arabisme, dat de unificatie van Arabische landen nastreefde, en uit marxistisch-leninistische idealen. Zijn politieke helden: de Egyptische president Gamal Abdel Nasser en Che Guevara. Op de middelbare school raakte hij betrokken bij illegale protestacties van het eveneens illegale Mouvement des Patriotes Démocrates (mpd), een extreem-linkse politieke beweging. Vanaf 1984, toen Belaid ging studeren aan de Universiteit van Tunis, stootte hij snel door in de rangen van de mpd en werd een van haar leiders. Hij was een begaafde jonge spreker. De repressieve alleenheersers van regerings­partij rcd raakten steeds nerveuzer van hem. In april 1987 werd hij opgepakt bij een veldslag tussen studenten en ordetroepen en verdween in Rjim Maatoug, een gevangenis diep in het zuiden van Tunesië. ‘We werden er gemarteld. Wie niet huilde, werd harder aangepakt. Ik huilde nooit.’

In november 1987 kwam minister-president Zine el Abidine Ben Ali na een coup aan de macht. Hij verleende gratie aan politieke gevangenen. Belaid nam zijn rol als studentenleider weer op zich en ijverde verder voor sociale en politieke rechtvaardigheid. Daarna nam hij enkele stappen waarmee hij zijn activisme verlegde van het politieke domein naar het juridische. Hij reisde in 1991 naar Bagdad, Irak, waar hij rechten ging studeren. Na een vervolgstudie in Parijs keerde hij halverwege de jaren negentig weer terug naar Tunesië om er een praktijk te beginnen als mensenrechten­advocaat. Hij verdedigde iedereen die vermalen dreigde te worden in Ben Ali’s dictatuur: journalisten, vakbondsleden, dissidente politici, zelfs salafisten.

Belaid bleef tot op het laatst een hardnekkige luis in Ben Ali’s pels. Toen de jonge groenteverkoper Mohammed Bouazizi zichzelf op 17 december 2010 in brand stak en daarmee een volksopstand ontketende, ging Belaid zijn confrères voor in een algehele staking. Om hem te intimideren werd Belaid ontvoerd door de geheime dienst en een dag lang vastgehouden. Direct na zijn vrijlating ging Belaid onbekommerd door met zijn protest.

Na de val van president Ben Ali pakte Belaid zijn politieke carrière weer op. Hij ging met zijn partij mpd bovengronds. Erg groot werd hij niet bij de verkiezingen in 2011. Hij haalde slechts één zetel. Maar wat hij aan electoraal gewicht miste, compenseerde hij met luide en onverschrokken kritiek op regeringspartij Ennahda. ‘We hebben Ali Baba niet afgezet om hem vervolgens te vervangen door Baba Ali’, was zijn bijtende opmerking in een radio-interview. De felle aanvaringen met de islamisten volgden elkaar in de laatste twee jaar steeds sneller op. Op YouTube staan fragmenten van tv-debatten waarin Belaid hoog oplopende woordenwisselingen heeft met Ennahda-leden. Belaid maakte zich nog minder geliefd bij zijn religieuze opponenten toen hij zich opwierp als een van de advocaten van NessmaTV, de zender die het eind 2011 waagde de Frans-Iraanse film Persepolis uit te zenden. Een blasfemische film, aldus de scherpslijpers die in mei 2012 een proces tegen de tv-zender zouden beginnen en ook zouden winnen.

Onder welke dreiging Belaid moest leven werd nog veel duidelijker toen eind vorig jaar op YouTube een filmpje circuleerde waarin een salafist openlijk de dood van Belaid verlangt. Volgens de Franse krant Le Figaro had Belaid het gevaar onderkend en de regering ook gevraagd om bescherming maar niet gekregen.

Afgelopen vrijdag werd Belaid begraven in Tunis. Vijftigduizend mensen woonden de plechtigheid bij. Onder de aanwezigen waren veel vrouwen en kinderen, iets wat volgens de letter van de islam eigenlijk niet mag. Het was alsof Belaid ook in de dood zijn vijanden probeerde te tarten.


Beeld: Anis Mili/Reuters