Verzoeners

Christa Widlund, psychoanalytica: ‘De therapiekamer is een veilige haven’

Ons kerstnummer staat volledig in het teken van ‘de vijand’. Maar we lieten ons ook inspireren door vredestichters en verzoeners – in kleine portretten stellen we ze aan u voor. Vandaag Christa Widlund, psychoanalytica.

Medium 5 anna enquist

‘Je bent je eigen kwelgeest geworden. Zo begin je meestal aan therapie. Je hebt last van aanhoudende somberheid of angst. Hoofd- of rugpijn zonder lichamelijke oorzaak. Je kiest steeds maar weer verkeerde partners of hebt het gevoel dat je altijd voor iedereen klaar moet staan. Of je verdraagt het contact met je ouders ineens echt niet meer.

Veel mensen drukken weg wat hen dwarszit en leggen er een vlondertje overheen. En dan maar kijken of je zo met de minste spanning door kunt. Eerste-generatie-oorlogsslachtoffers bijvoorbeeld komen trauma’s vaak pas tegen bij hun pensioen, als ze niet meer werken. Hun kinderen cijferen hun eigen problemen al helemaal weg, want die vinden zichzelf minder zielig dan hun ouders.

Bij een nieuwe patiënt onderzoek ik altijd eerst of hij wel kan profiteren van inzicht gevende therapie. Hoe doorstond hij veranderingen in zijn leven? Is er enige zelfreflectie? Kan iemand het wel aan als hij ontdekt wat er werkelijk in hem omgaat?

Het belang van de eerste levensjaren is heel groot. Hoe hecht een baby zich aan de moeder en de vader? Dat kan al van invloed zijn op het gevoel van bestaansrecht. Kinderen zien alles egocentrisch, vanuit zichzelf. Dus als er in de jeugd een echtscheiding is of als een van de ouders sterft, denkt het kind altijd: het is mijn schuld omdat ik niet lief genoeg was. In de opvoeding leer je ook dat sommig gedrag afkeurenswaardig is: “Ik ben niet jaloers. Ik vind het geweldig dat mijn vriendin een leuke nieuwe vriend heeft”, hoor ik iemand dan in de spreekkamer zeggen. De eigen interpretatie van de wordingsgeschiedenis wordt in de therapie langzaam afgebroken en veranderd. Als het lukt om afgunst, verdriet of boosheid te accepteren lucht dat enorm op. Hoe naar emoties ook kunnen zijn, het is altijd beter ze te voelen dan ze te overdekken met energie vretende afweermechanismen.

Het luisteren naar de patiënt gebeurt in een merkwaardige complexe concentratie. Je staat totaal open en bent ontvankelijk voor alle signalen: stemfluctuaties, de lichaamshouding. Tegelijkertijd analyseer je vakmatig: wat betekent dit en waar past dit in? Klopt mijn hypothese nog wel? Je fluctueert steeds tussen die twee aandachtsniveaus. En hebt ook nog praktische overwegingen: als ik dit nu bespreek gaat hij misschien huilend weg en dat moeten we niet hebben want hij moet er nog een week alleen mee door.

De therapiekamer is een veilige haven. De patiënt wordt niet beoordeeld. Niet geslagen, niet erotisch benaderd. Alles kan er gezegd worden, niets is gek. Je zit daar om samen te begrijpen wat er aan de hand is. Je kijkt met het gezonde deel van de patiënt samen naar het zieke deel. Na verloop van tijd hoeven onderwerpen niet meer voorzichtig aangeroerd te worden. Dingen worden bespreekbaar. Via het verstand kweek je bij de patiënt tolerantie voor het gevoel. Daardoor erkent iemand steeds meer wat hij echt onverdraaglijk vindt. En dat hij dat mág vinden. Hij kan vrede met zichzelf krijgen. Er kan misschien weer een manier gevonden worden om met de ouders om te gaan. Of juist afstand van ze te nemen.

Therapie duurt vaak een paar jaar. Het is een ontwikkeling naar een verandering die blijft. Iets wat in twintig jaar is opgebouwd, dat breek je echt niet in een half jaar af. Cognitief begrijp je het misschien wel, maar gevoelsmatig kost dat gewoon tijd. Het is een soort schroefbeweging, vergelijkbaar met groei. Het gaat steeds dieper en uitgebreider. Aan het eind van jaren therapie kan iemand vaak ook niet zeggen: wat is er eigenlijk veranderd of wanneer sloeg alles om? Zo werkt dat niet, het is een geleidelijk bewustwordingsproces.

Mensen willen van hun symptomen af. Maar symptomen kunnen ook vaardigheden zijn, al zijn ze vanuit neurotische motieven aangeleerd. Je moet het symptoom dus ook respecteren. Kunstenaars zijn wel eens angstig dat ze met hun neurose ook hun kunstenaarschap kwijtraken. Maar dat is onzin. Dan heb je juist meer energie om in je werk te investeren.’


Christa Widlund schrijft onder de naam Anna Enquist romans en poëzie


Ons kerstnummer met als thema ‘De vijand’ isdirect te lezen op groene.nl (€). Lees ook de inleiding van hoofdredacteur Xandra Schutte (gratis). Nog geen abonnee en dus geen toegang tot de artikelen en de digitale editie? U leest De Groene digitaal al vanaf 4,95 voor één week.