Christen-democratisch falen

‘We keren langzaam naar de natuurlijke toestand terug’, dichtte Kurt Tucholsky enkele jaren na de Eerste Wereldoorlog. Er werd weer gecommandeerd en gemarcheerd in Duitsland, alsof er nooit miljoenen doden waren gevallen en er geen revolutie was geweest. Nobelprijswinnaar en econoom Paul Krugman sprak onlangs een soortgelijke vrees uit. Nu Wall Street meent het ergste crisisgeweld achter de rug te hebben, keert de financiële wereld terug naar business as usual.

Minister-president Jan Peter Balkenende leverde daar afgelopen week een treffende illustratie bij. ‘Niet marktfalen, maar menselijk falen’ zou de oorzaak zijn van de huidige crisis. De oplossing ziet hij in een Rijnlands kapitalisme 2.0: het ‘Rijndeltamodel’. Concreet stelt hij in zijn opiniebijdrage in NRC Handelsblad voor zzp’ers serieuzer te nemen en pleit hij voor ‘een leven lang leren’ en een Europees sociaal-economisch overleg.
Wat met name die eerste twee oudbakken voornemens met de kredietcrisis van doen hebben, is onduidelijk. Belangrijker lijkt Balkenende’s analyse van de crisis, en daarmee de oplossingen die hij níet voorstaat. Ook zijn geestelijk inspirator Amitai Etzioni toont zich kritisch over de roep om regulering en hard ingrijpen vanuit de staat. Belangrijker is volgens hem een andere normatieve cultuur. Want regulering werkt alleen goed ‘wanneer ze in hoofdzaak gericht is op uitschieters’.
Natuurlijk heeft Etzioni daar gelijk in. Regulering heeft geen zin als een hele industrie tegen het maatschappelijk belang in handelt. Daar heeft de staat doorgaans andere oplossingen voor: de tent sluiten, bijvoorbeeld, of nationaliseren. Maar zoals Krugman terecht constateert, ebt het momentum voor zulke drastische maatregelen weg. Het normen en waarden-discours van Balkenende en Etzioni lijkt het pleit te winnen.
Die herdefiniëring van de kredietcrisis, van een economisch en politiek in een moreel probleem, komt Balkenende goed uit. Met vier kabinetten en zeven jaar regeren heeft hij ruim de tijd gehad zijn stempel op Nederland te drukken. Het resultaat is getuige de economische puinhopen bedroevend. Maar door de zwarte piet bij ‘menselijk falen’ te leggen, blijft Balkenende’s beleid van deregulering, marktwerking en Nederland als financiële navel van de wereld buiten schot.
Wat daarbij opvalt is hoe selectief Balkenende zijn pleidooi voor normen en waarden al die jaren heeft ingezet. Als het om werkloze jongeren en integrerende migranten gaat, kiest hij steevast voor harde maatregelen. Een moreel appèl voldoet blijkbaar niet. Maar zodra er bonussen gekort moeten worden en de vrije markt aangepakt, blijkt de premier plotseling te geloven in zoiets als zelfreinigend vermogen. Terecht bekritiseerde zowel Wouter Bos als Agnes Kant deze week die goedgelovigheid.
En Balkenende’s voorstel voor een Rijndeltamodel dan? Helaas, het kapitalisme ontstaat niet op de tekentafel zoals de discussie over Rijnlandse, Angelsaksische en Aziatische modellen suggereert. Het is het voortdurend veranderende product van maatschappelijke krachtsverhoudingen. De Rijnlandse sociale markteconomie is één zo’n historisch resultaat, uit een tijd dat de vakbonden nog te sterk waren om te negeren. De welvaartsstaat ontstond mede uit angst voor het ‘Rode gevaar’. En de Angelsaksische variant kon opbloeien in een tijd dat het ontbrak aan tegengas van werknemers.
Net als zachte heelmeesters dat kunnen, kan ook zalvend gemoraliseer voor stinkende wonden zorgen. Om te voorkomen dat met de crisis straks ook motivatie voor ingrijpende maatregelen verdwijnt, zou de wereld daarom wel eens het meest gebaat kunnen zijn bij een flinke portie sociale onrust, zo leert de geschiedenis. Een moreel appèl van de minister-president zal dan ook niets veranderen. Een actievere, kritische houding van werknemers, vakbonden en andere sociale bewegingen wél.