Menno Hurenkamp

ChristenUnie redt D66

Voor een journalist is het prettig als een gewezen politicus uitgebreid ‘leegloopt’. Als-ie eindelijk klare taal spreekt. Wie van zijn collega’s de politicus wél mag, en wie hij haat. Wat de politicus goed heeft gedaan, en wat hij verprutst heeft. Want dat is gegarandeerd een interview waar nog lang over gepraat wordt. En zo’n politicus is zelf ook blij. Hij kan eindelijk laten zien dat hij mens is. Hij ontdoet zich met al die eerlijkheid in één keer van het klassieke imago van de politicus als compromissen zoekende opportunist, de politicus die rood blauw noemt als dat in het belang van de partij is, de politicus die alleen oog voor de volgende verkiezingen heeft.

Het is de wet van Rob Oudkerk. Een lang en openhartig interview maakt je staatsman light – dat wil zeggen: klaar voor het talkshowcircuit.

Het tweegesprek met ex-Tweede-Kamerlid Bert Bakker (d66) deze week in de Volkskrant is zo’n veelbesproken interview. Maar wie het twee keer leest, ziet dat Bakker zelf weinig fout deed. Anderen des te meer. Het zijn ‘onnozele halzen’ of ‘simplisten’. Dat Bakker een hekel heeft aan allerlei mensen, maar om zijn collega’s ook niet veel gaf. Dat Bakker moedwillig en herhaaldelijk ‘kut’ laat optekenen. Bakker: ‘Heerlijk, een beetje poken.’

Bert Bakker, ooit een man met gezag in het parlement. Nu een bozerik langs de lijn. Het is een nieuwe aflevering in de soap die ‘d66 na Van Mierlo’ heet. Ooit pleitte de club voor democratische vernieuwing en immateriële vrijheid. Het laatste hebben we gekregen, het eerste wilde eigenlijk niemand echt graag hebben. Opheffen van de partij ligt dus voor de hand, maar mislukte al herhaaldelijk.

En nu? Het mandaat waarmee d66 op dit moment in de Tweede Kamer zit, is vaag. Lijsttrekker Alexander Pechtold heeft zich tijdens de verkiezingen geprofileerd op tolerantie en verdraagzaamheid. Maar is dat ook waar de kiezers op reageerden? Waren die echt vergeten dat d66 de Verdonken van dit land en hun ‘meedeinen op racisme’ (Bert Bakker in de Volkskrant) lange tijd mogelijk maakten? En dat men bij d66 pas moeite kreeg met de regeringsdeelname toen het echt al veel te laat was?

Degenen die wél op d66 gestemd hebben, hebben dat vermoedelijk gedaan uit nostalgische overwegingen. Om de partij niet te laten verdwijnen, om goede daden uit het verleden te belonen. (Ik schrijf ‘vermoedelijk’ omdat ik nog geen evaluatie van de voor d66 zo dramatisch verlopen verkiezingen heb kunnen vinden.) Verder bepaalde Turks nationalisme maar liefst een derde van de d66-fractie doordat Koser Kaya zich op de vlakte hield over de Armeense genocide.

Nostalgie en nationalisme. Dat is een andere volmacht dan Hans van Mierlo had toen hij in 1966 aankondigde het vermolmde democratische bestel omver te gaan werpen – op de voorpagina van The New York Times. Vandaar dat Alexander Pechtold bidt dat de ChristenUnie zich in het nieuwe kabinet stevig zal laten gelden. Hoe meer de christenen tegen homo’s, abortus of euthanasie zullen ondernemen, hoe liever. Nieuwe verboden, hoe klein ook (‘abortus verboden voor niet-religieuze homo’s’) zullen door d66 met groot gejuich ontvangen worden. Dan kan de club eindelijk weer het oude strijdbijltje oppakken. De ChristenUnie als laatste reddingsboei van d66 – daar past alleen nog een citaat uit het afscheidsinterview van Bert Bakker: ‘Ik maak me grote zorgen, niet om mijn positie, maar om wat er met Nederland aan de hand is.’