Hoogleraar sociale wetenschappen, Universiteit Utrecht

Christien Brinkgreve

Als mij deze vraag ruim 35 jaar geleden was gesteld zou ik hebben geantwoord dat onze grootste problemen onvrijheid en ongelijkheid waren. Als iets de jaren zeventig - en mijn eigen jaren als twintiger - kenmerkte was dit het verlangen naar vrijheid en gelijkheid.

Nu zou ik iets anders antwoorden, en dat is het gebrek aan richting.

Ik zal proberen dit in vijfhonderd woorden nader te verklaren.

Oude gezagsverhoudingen die richting gaven aan gedrag, gevoel en moraal zijn verdwenen, en dat vind ik nog altijd een positieve ontwikkeling. Maar daarmee zijn een aantal problemen ontstaan, onbedoeld en onvoorzien, die zich voor een deel nu pas duidelijk manifesteren. Deze spelen op allerlei gebieden, en hoe verschillend verder ook in aard en ernst, ze gaan allemaal over gebrek aan richting en houvast.

In gezinnen speelt dit al veel langer: het gebrek aan ouderlijk gezag, het overleg en onderhandelen dat in plaats kwam van verzoek of bevel waaraan gehoorzaamd diende te worden. En daarmee ontstond het probleem van de elastische grenzen die ouders, ook nu nog, radeloos en richtingloos kunnen maken. Of van wat je het gebrek aan een moreel kompas zou kunnen noemen - thema in de laatste veel gelezen en geprezen roman van Jonathan Franzen Freedom.

Deze uitwerkingen van het vrijheidsideaal bieden mensen, en zeker kinderen, te weinig houvast. En daarmee ontstaat een gevoel van onveiligheid, wat ook als vorm van verwaarlozing gezien kan worden.

Dit probleem speelt ook in het publieke domein. Politici en andere autoriteiten hebben aan gezag verloren en worden veelal wantrouwend bejegend. Maar daarmee zijn ze ook iets kwijtgeraakt waar mensen juist enorme behoefte aan hebben: aan iemand met overzicht en overwicht. Maar niet alleen kan dat niet meer de vorm hebben van het oude gezag, het mag ook geen gezag meer heten, dat woord hoort bij een voorbije tijd met voorbije omgangsvormen. Maar het moet mensen wel iets bieden wat houvast geeft. En hoop: dat hun inspanningen zin hebben en tot een beter leven of een betere samenleving kunnen leiden.

Ik denk dat de behoefte aan gezag en richting een van de meest onderschatte problemen is van deze tijd. Op tal van gebieden is er sprake van gezagsproblemen - niet alleen in het gezin en op school, maar ook in de publieke ruimte en in de verhouding met professionals (artsen, nu ook rechters). En ook binnen organisaties geldt dit: oude vormen van gezag werken niet meer. Maar als er één woord is dat nu overal opduikt dan is dat leiderschap - zie de overvloed aan boeken op dit gebied en het overstelpende aanbod aan leiderschapscursussen en trainingen. Leiderschap in een nieuwe gedaante, dat wel: empathischer, niet meer via orders van bovenaf. Overleg en afstemming zijn ook hier, net als in gezinnen, de trefwoorden. En respect: mensen moeten met respect behandeld worden.

De vraag is in hoeverre dit slechts retoriek is. Voorbeelden van het tegendeel - van onverschillige en respectloze manieren van omgaan met medewerkers - liggen immers voor het oprapen. Maar zo het voor een deel mooipraat is, het verwijst wel naar een ideaal van huidige omgangsvormen en verhoudingen: gelijker, informeler, persoonlijker.

Dit maakt de behoefte aan sturing er echter niet minder op. Juist niet, want de verhoudingen worden er niet eenvoudiger op. En dat gezag geen gezag meer mag heten heeft het alleen maar onhelderder en verwarrender gemaakt.


Bekijk ook de website van Christien Brinkgreve