Christine Keeler (22 februari 1942 – 4 december 2017)

Tot haar dood zou Christine Keeler strijden om van het etiket ‘call girl’ af te komen, bekend van de Profumo-affaire. Tevergeefs, ze dolf het onderspit in het spionageschandaal.

Lang duurde de affaire tussen John Profumo en Christine Keeler niet. Vijf weken deelden de minister van Oorlog en de jonge nachtclubdanseres begin jaren zestig het bed. Maar de gevolgen voor de twee hoofdrolspelers waren levenslang. De aristocratische bewindsman zou de rest van zijn leven als vrijwilliger werken bij de daklozenopvang. Verlossing en een lintje van de koningin vielen hem ten deel. Het meisje uit de lagere sociale milieus zou tot haar dood, vorige week, tevergeefs strijden om van haar faam als ‘de knappe prostituee Keeler van de affaire-Profumo’ af te komen. Die eeuwige klassensamenleving.

De affaire-Profumo is nog steeds de Gouden Standaard van alle Engelse schandalen. Alles zat erin: leugens, seks, drugs, zelfmoord, spionage, geweld, hypocrisie, ras en klassenverschil. Knappe vrouwen – in Mini’s en minirokjes – en belangrijke mannen. Het moment was perfect: de Varkensbaai die de Koude Oorlog op scherp had gesteld en de Swinging Sixties roffelden aan de deur. ‘Sexual intercourse began/ In nineteen sixty-three/ (which was rather late for me)/ Between the end of the “Chatterley” ban/ And the Beatles’ first LP’, zo zou Philip Larkin later dichten in Annus Mirabilis, een ode aan ‘Profumo’.

Naakt was Keeler op een zomeravond uit het zwembad bij landgoed Cliveden van Lord Astor geklommen, gadegeslagen door Profumo, een oorlogsheld uit een adellijk Italiaans geslacht. Profumo was een ‘klant’ van de bottenkraker, portretschilder en socialite Stephen Ward, die begeerlijke jongedames in contact bracht met gedistingeerde heren. ‘Een nogal knap meisje dat leek te genieten van geslachtsgemeenschap’, was Profumo’s oordeel over zijn 26 jaar jongere maîtresse. Wat hij niet wist, was dat Keeler ook ‘iets’ had, eveneens geregeld door Ward, met de Russische spion en militair attaché Jevgeni Ivanov. Toen dit in 1963 naar buiten kwam, was Het Schandaal geboren.

Er volgde een rechtszaak tegen Ward, die de avond voor zijn schuldigverklaring zelfmoord zou plegen. Het aftreden van Profumo, wegens liegen in het parlement, droeg bij aan de val van de regering-Macmillan. Keeler kreeg negen maanden cel wegens meineed in een zaak tegen haar ex-vriendje Lucky Gordon. Deze Jamaicaanse jazzmuzikant had het gezicht opengesneden van de man, Johnny Edgecombe, bij wie Keeler onderdak had gezocht.

‘Het is ’n miserabel leven voor me geweest, leven met Christine Keeler’

Het beeld van het schandaal was de iconische foto waarop een naakte Keeler achterstevoren op een stoel zit, een afbeelding die nog steeds deel uitmaakt van het curriculum op de Londense kunstacademie. De affaire was beschamend voor de gevestigde orde die dan ook meteen de gelederen begon te sluiten. Een hoofdrol was daarbij weggelegd voor rechter Lord Denning, die na een doofpotonderzoek concludeerde dat het niets meer was dan een seksaffaire tussen een bewindsman en een ‘call girl’. Van dat etiket zou Keeler, over wie Wim Sonneveld het lied Margootje schreef, nooit meer af komen.

Het leven van Christine Margaret Keeler, geboren in West-Londen, was op omineuze wijze begonnen, toen haar vader Colin, een vechtersbaas die in een weeshuis was opgegroeid, zijn piepjonge gezin in de steek liet. Voor hem in de plaats zou jaren later een stiefvader komen die haar moeder sloeg, de jonge Christine trachtte aan te randen en plezier beleefde aan wreedheid. In haar memoires Secrets and Lies schrijft Keeler hoe hij op een dag de puppy’s waar ze zo blij mee was voor haar neus verdronk. In de omgebouwde treinwagon waar de drie woonden, sliep ze met een mes onder haar kussen. Op haar zestiende onderging ze haar eerste abortus en een jaar later liep ze van huis weg, om zich te vestigen in Londen. In de nachtclub waar ze danste, werd ze opgepikt door Ward, de rokende charmeur die onder anderen Churchill en prins Philip tot zijn vrienden rekende. In Murray’s Cabaret Club ontmoette ze ook haar latere boezemvriendin Mandy Rice-Davies, de showgirl.

Rice-Davies, dochter van een politieman en actrice, zou trouwen met een Israëlische zakenman en teren op haar reputatie door nachtclubs als Mandy’s Candies en Mandy’s Singing Bamboo te openen. Het leven van Keeler ging daarentegen bergafwaarts. Ze doorliep twee korte huwelijken – met een bouwvakker en een directeur van een metaalbedrijf. Uit de huwelijken kwamen twee zonen voort, Jimmy en Seymour. Ze heeft kortstondig gewerkt als kantinejuffrouw op een school, maar was voor de rest aangewezen op de bijstand, royalty’s op haar vier boeken en de drie films die over ‘haar’ affaire verschenen zijn.

Ze schreef de boeken om de wereld ervan te verwittigen wat Denning had weggelaten uit zijn rapport, namelijk dat Ward voor de Russen werkte en haar had gevraagd er achter te komen waar de nucleaire wapens in Duitsland verborgen lagen. Tevens beweerde ze dat een van zijn ‘klanten’, MI5-baas Roger Hollis, een dubbelspion was. Dat laatste zou later worden bevestigd door Peter Wright in het boek Spycatcher. De gevestigde orde koos ervoor deze informatie geheim te houden. Na de ontmaskering van de Cambridge-spionnen konden de Britten er indertijd niet nog een gênant spionageschandaal bij hebben.

Terwijl Keeler aan de ene kant de publiciteit zocht met boeken als The Naked Spy en The Truth at Last probeerde ze vergeefs afscheid te nemen van het verleden. Ze verhuisde regelmatig, om altijd weer in Londen terug te komen, en nam een andere naam aan, C.M. Sloane, een verwijzing naar de chique buurt waar ze een tijdlang woonde op de elfde etage van een aftandse flat. Haar dagen bracht ze door met roken, tv kijken en bezwaarschriften schrijven voor de sociale dienst. ‘Het is een miserabel leven voor me geweest, leven met Christine Keeler’, zou ze tegen het einde van haar leven opmerken.