Popmuziek

Chroniqueur van de vergankelijkheid

Popmuziek: Eels with Strings

Eels «with strings». Eerste gedachte: o jee, strijkers. Die willen popmuzikanten nog wel eens inzetten om alles dicht te smeren. Alsof ze, eenmaal betaald, ook continu aan het werk moeten worden gezet.

Eels live. Eerste gedachte: o jee, ironie. Want daar heeft E – het pseudoniem van Mark Oliver Everett, zanger van Eels, sterker: Eels zelve – een handje van bij live-optredens. Jazeker, vermakelijk is hij, droogkomisch, en vol zelfspot. Maar toch, het in zijn teksten soms tot bijna cartooneske proporties neergezette beeld van zichzelf als de superschlemiel, de sukkel tot in het graf, vol goede moed maar zonder de sociale souplesse om zijn voornemens in daden om te zetten, dat botst zodanig met de gevatte bijna-komiek op het podium dat het daar soms onder lijdt. Bovendien bevatten zijn teksten voldoende humor om verdere relativering overbodig te maken.

Maar gelukkig. Eels with Strings: Live at Town Hall heeft met bombast niets te doen, E doet niet aan aankondigingen en het is ook geen veredelde greatest hits-_cd maar dan met applaus. De paar hitjes die de band ooit scoorde ten tijde van haar debuut _Beautiful Freak ontbreken hier. Daarna haakte een deel van het publiek weer af, toen E een album uittrok voor het verwerken van de dood van zijn moeder en zus. Sterker, de kanker van zijn moeder en depressies en zelfmoord van zijn zus werden onomwonden bezongen, wat nummers opleverde met titels als Cancer for the Cure, Going to Your Funeral en Medication is Wearing Off.

Hij is het altijd in enige mate gebleven, chroniqueur van de vergankelijkheid, al valt er in de twintig eigen nummers tijdens dit concert voldoende te glimlachen, daar in het tranendal. Alleen al om ’s mans onweerstaanbare tegelwijsheden als «Trouble with dreams is they don’t come true/ and when they do they cannot catch up to you» en die granieten openingsregels van Novacaine for the Soul: «Life is hard/ So am I».

Voor zijn publiek (dat binnen de tot zelfbeheersing dwingende theateromgeving veel enthousiasme tentoonspreidt maar gelukkig nergens meeklapt of anderszins de breekbaarheid beschadigt) zijn het inmiddels meer dan bekende nummers, zo blijkt uit de reacties op openingsakkoorden of -woorden: het zijn de pijlers van hun verbond met E. Die klinkt hees, warm en vol mededogen, terwijl zijn twee muzikanten en de vier strijkers hem zorgvuldig en subtiel begeleiden.

Nummers van rouwalbum Elektro-Shock Blues ontbreken. Dezer dagen eert E zijn overleden dierbaren met het lievige I Like Birds, geschreven toen nieuwe vogels bezit namen van de vogelhuisjes die hij na het overlijden van zijn moeder uit haar huis ruimde, maar niet wilde weggooien en daarom in zijn eigen tuin zette. Door grote woorden te mijden en het bij bijna kinderlijke beschrijvingen te houden, omzeilt hij hier het pathos. Ook in het slotnummer Things the Grandchildren Should Know, waarin hij het leven eert door zich schrap te zetten voor de dood. Voor het publiek daar in New York het theater weer verruilde voor een zomeravond, kregen ze eerst de slotakkoorden van E’s leven mee: «So in the end I’d like to say that I’m a very thankful man/ I tried to make the most of my situations/ and enjoy what I had/ I knew true love and I knew passion/ and the difference between the two».

Eels with Strings: Live at Town Hall (platenmaatschappij Universal)