Cijfers en verhalen van ambtenaren

Het zijn vreemde tijden: de perioden tussen een verkiezingsuitslag en het moment dat er een nieuwe regeringsploeg samen met de koningin de trap afdaalt voor de gebruikelijke foto. Het is - zeker bij zo'n uitslag als die van 3 mei - een beetje zwabberen, niemand weet nog waar hij precies aan toe is, de wereld is zijn gewoonte even kwijt. Het lijkt misschien nog het meest op de gemoedstoestand die in het ouderlijk huis ontstaat op het moment dat de ouders voor een korte vakantie het pand hebben verlaten en het achterblijvende kroost zich opmaakt om nu eens zonder tussenkomst van het ouderlijk gezag de zaak naar eigen hand te zetten.

Dat lijkt zeker op het eerste gezicht de gemoedstoestand die zich in deze regeringsloze periode meester heeft gemaakt van nogal wat topambtenaren. Die ruiken hun kans en ventileren ongeremd hun mening in adviezen aan de kabinetsonderhandelaars over wat er in Nederland mis is en wat er moet gebeuren om de deplorabele toestand te verbeteren. Dat lijkt een onbeduidend ritueel, maar de betekenis daarvan moet zeker niet worden onderschat. Topambtenaren maken of breken in dit land ministers, en niet andersom.
Wat dat betreft kunnen de twee ambtelijke adviezen die vorige week bekend werden niet echt hoopvol stemmen, zeker niet voor degenen die de stille verwachting koesteren dat met PvdA en D66 in het kabinet het progressieve gewicht van het regeringsbeleid zal toenemen. Volgens het eerste advies, van de Centraal Economische Commissie (CEC), waarin topambtenaren zitten van het Centraal Planbureau en van de ministeries van Financie"n, Sociale Zaken en Economische Zaken, moet er de komende vier jaar twintig miljard worden bezuinigd om de groeiende werkloosheid te keren.
Natuurlijk is het niet allemaal onzinnig wat de CEC te melden heeft. De koppeling wordt niet overboord gezet, de koopkracht van de laagstbetaalden moet op peil blijven - zaken die de PvdA deugd zullen doen, maar daarmee is de buit wel zo ongeveer op. Van een rust op het terrein van de sociale zekerheid is geen sprake: oude gevallen zullen worden gespaard, maar de rekening daarvan moet worden betaald door de ‘nieuwkomers’ die veelal voor gesloten toegangspoorten zullen komen te staan. Voor hen legt de CEC de fundamenten van een ministelsel.
Daarmee schetst de CEC een buurmeijeriaans scenario om een van de voornaamste struikelblokken voor een paarse coalitie - een verdere sanering van de sociale zekerheid - uit de weg te ruimen. Dat oogt nobel, maar het is vooral een schot voor de boeg. Een bezuinigingsprogramma van twintig miljard haalt alle grote partijen behalve de VVD rechts in. De heren ambtenaren maken duidelijk dat zij bij een paars kabinet als vierde - weliswaar onzichtbare - partij in de Treveszaal zullen aanschuiven. Een partij die qua sfeer en ideologische doelstellingen dicht bij de VVD staat en er alles aan zal doen om de verhoudingen in die richting te corrigeren.
Een ander gezelschap topambtenaren, een werkgroep onder leiding van secretaris- generaal L. Geelhoed van het ministerie van Economische Zaken, maakte het vorige week zo nodig nog bonter, met een advies over het asielbeleid. Zij stellen onverbloemd dat Nederland op dit gebied ten prooi is gevallen aan berusting en gedoging, waardoor het land wordt 'overstroomd’ door vluchtelingen. Op enige humanitaire en medemenselijke gedachten kan men dit gezelschap - behalve wat obligate lippendiensten - niet meer betrappen, ook niet op een mening over het feit dat het asielbeleid de laatste jaren al enorm aangescherpt is. Voor hen tellen slechts de kosten - en die rijzen de pan uit. Dus moet de verantwoordelijkheid voor de opvanghuizen van het softe ministerie van WVC naar het harde ministerie van Justitie, dus mogen asielaanvragen alleen nog maar in behandeling worden genomen bij de diplomatieke vertegenwoordigingen in het betreffende gebied (die er vaak niet zijn) of aan een grenspost van het Schengen-gebied, dus moeten onze grenzen dicht.
Terecht is er in de pers weinig heel gebleven van het technocratisch kostenpost-fetisjisme van Geelhoed en de zijnen. Dat hoeft op deze plaats niet nog eens te worden herhaald. Onderbelicht is echter gebleven dat het verschijnsel niet op zich staat. Het advies van de werkgroep-Geelhoed is niet slechts een onrijpe vrucht van een verder gezonde boom; nee, er is iets grondig mis met de hele boom. Het hele overheidsapparaat is aangetast door het technocratische virus van kostenposten, van doorberekeningen, van prognoses, van collectieve lastendruk, van statistieken. De altijd tegenvallende cijfers zijn aan de macht en het ambtelijke advies van Geelhoed c.s. is slechts een extreem voorbeeld tot welke bekrompen gedachtengangen dat kan leiden.
Voor het CEC geldt in grote lijnen hetzelfde. De hele operatie is een cijfermatige: alle berekeningen moeten ertoe leiden dat het aantal niet-werkenden per honderd werknemers de komende vier jaar niet boven de 82,5 uitkomt. Hun werkelijkheid bestaat uit berekening op berekening, met het Centraal Planbureau als opperrechter.
Nu is er op zich met cijfers niets mis. Alleen kunnen cijfers nooit een doel op zich zijn, er hoort altijd een verhaal bij. Als het gaat om de overheid dan is de politiek verantwoordelijk voor die verschillende verhalen en de regering verantwoordelijk voor dat ene verhaal - de visie, de filosofie, het motto, het elan, het perspectief, noem maar op - dat het voor het zeggen heeft. Het probleem is echter dat de grote politieke partijen in toenemende mate met hun verhalen achter de cijfers zijn gaan aanlopen. De cijfers schrijven de wet, de verhalen passen zich daarbij aan.
Daarmee staat de deur open voor een steeds technocratischer vorm van bestuur, waarin het cijferrijk van ambtenaren de koers bepaalt. Dat geeft ook de relevantie aan van het advieswerk van het CEC en de werkgroep-Geelhoed, daarmee schrijven ze weliswaar geen regeerakkoord, maar ze geven wel een voorschot op de aard van de cijfers waarmee de regering van ambtswege zal worden geconfronteerd.
De interessante vraag is nu of een paarse coalitie in dit cijferrijk ook echt wat nieuws te vertellen heeft. Heeft ze - naast de bekende en versleten verhalen over bezuinigingen en werk, werk en nog eens werk - een ander verhaal over de samenleving, de toekomst? En kan dat met overtuiging worden verteld?
Het lijkt - gezien de historische meningsverschillen tussen de VVD en de PvdA - te veel gevraagd. Overigens niet alleen voor paars, maar ook voor alle andere denkbare coalities. De penningmeesters zijn overal en hebben nagenoeg geen kleur.