FILM

Cinema als geschiedenisles

The A-Team

In een essaybundel uit 1993 beschrijft William J. Palmer de ‘sociale geschiedenis’ van de jaren tachtig aan de hand van de cinema van dat tijdperk onderverdeeld in thema’s: Vietnam, de thuiskomst van de soldaten, terrorisme, atoomoorlog, glasnost, yuppies en neoconservatieve droombeelden over het feminisme. Opmerkelijk is dat de meeste van deze motieven in geactualiseerde vorm terugkeren in een nieuwe filmversie van de iconische jaren-tachtigtelevisieserie The A-Team.
De trend waarin populaire films en series uit de jaren tachtig over worden gemaakt of waarin makers in nieuw werk teruggrijpen op thema’s van toen blijkt bijvoorbeeld uit de nieuwe BBC-serie Money, naar Martin Amis’ roman, en Oliver Stone’s vervolg op zijn jaren-tachtigfilm Wall Street. Bovendien draait de remake van de oude horrorfilm A Nightmare on Elm Street momenteel en zijn The Karate Kid en The Expendables, met actiesterren uit de jaren tachtig, binnenkort te zien.

De vraag is wat voor sociale geschiedenis deze jaren-tachtigklonen over de huidige tijd vertellen. En is alleen al het feit significant dat films uit de jaren tachtig dunnetjes worden overgedaan? Wat zijn de connecties tussen toen en nu?
Ten eerste, de nasleep van oorlog. Tussen ruwweg 1980 en 1986 kwamen er voor het eerst 'stripverhaalfilms’ over Vietnam. Palmer betoog dat werken als Rambo, Missing in Action en Uncommon Valor een corpus teksten vormen gecorrumpeerd door de chauvinistische retoriek van Ronald Reagan. Ze hebben als gemeenschappelijk kenmerk het creëren van 'oppervlakkige stereotiepe militaire of commandopersonages’ in de stijl van de comics Sergeant Rock of G.I. Joe die samen of individueel een gevechtsmachine vormen, naar het voorbeeld van de klassieke serie Mission Impossible en vooral The A-Team.
Tot zo ver reflecteert de gedachtegang van Palmer eigenlijk een algemeen geaccepteerde analyse van dit soort films. En toch is het beeld complexer. Want het is maar de vraag of de popcorn-Vietnamfilms van de jaren tachtig zich wel zo gemakkelijk laten lezen als doorgeefluik van de conservatieve politiek van Reagan. En of het verschil tussen de popcornoorlogsfilms, en dus ook een serie als The A-Team, en meer artistieke werken als Coppola’s Apocalypse Now (1979) werkelijk zo groot is. Neem Coppola’s Kurtz (Marlon Brando) en Hannibal Smith (George Peppard in de serie, Liam Neeson in de nieuwe film), leider van het A-Team. Beiden zijn zoals de stoere stem in de intro van The A-Team zegt 'fugitives of justice’, ordinaire huursoldaten die allebei oog in oog komen te staan met de vertegenwoordigers van politieke leiders, Willard in Apocalypse Now, General Stockwell (Robert Vaughn) in de serie en een enge yuppie en CIA-agent genaamd Lynch in de film.
The A-Team (film) begint met de terugtrekking uit Irak waar kolonel Hannibal Smith, Templeton 'Faceman’ Peck, BA 'Bosco’ Barracus en kapitein H. 'Mad Dog’ Murdock in het Amerikaanse leger dienen. Ze raken vervolgens betrokken bij een overigens bespottelijke plot die iets te maken heeft met terroristen en het drukken van vals geld. Intussen worden ze dwarsgezeten door een CIA-yup en is er een beeldschone sterke vrouw die aan hun kant lijkt te staan.
Opnieuw is het lastig deze film als rechtse propaganda te lezen. Het A-Team bestaat uit huursoldaten die in de hele film tegen het Amerikaanse leger vechten. Het kan ook zijn dat het A-Team symbool staat voor een geïdealiseerd leger dat alleen maar in legitieme oorlogen zou moeten of willen vechten.
Hoe dan ook, The A-Team valt door het slechte scenario behoorlijk tegen. Maar het toont wel aan dat kaskrakers net als in de jaren tachtig opnieuw aan sociale geschiedschrijving doen. Vietnam vervangen door Irak, atoomoorlog vervangen door massavernietigingswapens. Zo herhaalt de geschiedenis zich, ook in de populaire cinema.

Te zien vanaf 10 juni