Hoofdcommentaar: Circus Europa

Circus Europa

Wie lacht niet die Europa beziet? Terwijl de veterinaire brandstapels oplaaiden en het geweervuur van de volgende Balkanoorlog achter de horizon knetterde, voerden de regeringsleiders op hun topontmoeting in Stockholm hun zoveelste «super-circusnummer» op, zoals een hoge Nederlandse diplomaat het tegenover Trouw uitdrukte. Om de schijn van doortastendheid te wekken moeten de deelnemers telkens hogere sprongen bedenken in de vorm van nieuwe papieren voornemens.

Het idee om alle Europese scholen van een internetaansluiting te voorzien (de holle frase van vorig jaar) of om een gezamenlijk justitiebeleid op te zetten (de loze belofte van twee jaar geleden) is niet meer genoeg om de handen op elkaar te krijgen. Het betere stuntwerk bestaat uit gebaren die reeds bij voorbaat zinloos zijn. Als bewijs dat ze niet van de straat zijn, hadden de Zweden ditmaal de Russische president uitgenodigd om de aandacht af te leiden van de wezenlijke vraagstukken. En voor de top van Gotenburg in juni brengen ze een nog zwaardere trampoline in stelling: de Amerikaanse president.

Maar hoe zat het ook weer met Europa? Het streven naar geleidelijke staatkundige vereniging, naar vreedzame samenwerking of eenwording van landen, volken, markten en culturen — waarom deden we dat ook alweer? In de jaren vijftig en zestig was het antwoord op die vraag simpel: om erger te voorkomen. Die doelstelling lag besloten in het plan-Schumann, in het Verdrag van Rome en de Frans-Duitse samenwerking. «Erger» betekende in de eerste plaats een nieuwe oorlog tussen de Europese grootmachten. «Erger» betekende ook een nieuwe economische crisis die instabiliteit, agressief nationalisme of een inval van de Sovjet-Unie kon uitlokken. Alle loffelijke beginselverklaringen van die jaren konden niet verhullen dat de Europese eenwording ten diepste defensief was.

Die opzet is geslaagd, hoeveel er ook valt af te dingen op de uitvoering. De landen van de Unie zijn zozeer vergroeid dat een oorlog tussen de lidstaten ondenkbaar is. De Unie is het machtigste handelsblok ter wereld geworden. Vrede en welvaart zijn niet langer precair; ze worden alleen bedreigd door instabiliteit aan de buitengrenzen. Het grote probleem is dat de defensieve aanpak op zijn grenzen stuit. Vooruitgang op deelgebieden is niet langer mogelijk zonder een nieuwe leidende gedachte, doorgaans samengevat onder de noemer «Verenigde Staten van Europa».

Er moet dringend opnieuw worden nagedacht over de zin van een gemeenschappelijk beleid en de institutionele vormgeving daarvan. Om de defensieve uitgangspunten van weleer te redden is het nodig ze overboord te werpen. De negentiende-eeuwse Britse socialist William Morris heeft dit dialectische proces mooi onder woorden gebracht: «Mensen werpen zich in de strijd en verliezen hem, maar datgene waarvoor ze vochten wordt ondanks hun verlies bereikt en wanneer het eenmaal is bereikt blijkt het niet te zijn wat ze bedoelden en moeten anderen vechten voor wat ze bedoelden onder een andere naam.»

Zolang niemand dit gevecht om de ziel van Europa aangaat, zal de integratie op deelgebieden steeds problematischer worden. In Stockholm konden de lidstaten het zelfs niet eens worden over kleine stappen, zoals de formulering van een Europees octrooirecht of de verdeling van het luchtruim voor de burgerluchtvaart. De verklaring voor deze stagnatie is heel eenvoudig: elke nieuwe stap in de richting van integratie betekent het opgeven van een stukje soevereiniteit en zolang niet duidelijk is aan wie die soevereiniteit wordt overgedragen, is er geen echte vooruitgang mogelijk. De luchtacrobatiek van Stockholm voldoet niet om het circus Europa draaiende te houden. De aanzet tot discussie die de Duitse minister van Buitenlandse Zaken Fischer vorig jaar gaf, is nog onder het tapijt gemoffeld, maar het zal er nu echt van moeten komen. Op de top van Nice in december jongstleden besloten de regeringsleiders — uiteraard na kennis te hebben genomen van het hoofdcommentaar in De Groene Amsterdammer — tot een verbod op het gebruik van diermeel als veevoer. Voor de top van Gotenburg verzoeken wij de heren beleefd eens na te denken over een Europese grondwet.