toneel

‘Citeer hem, dat is genoeg’

Pier Paolo Pasolini P.P.P.

Als we binnenkomen zitten alle toneelspelers (op één na) aan een tafel boordevol materiaal, ze reiken elkaar teksten aan, lezen voor. Daarna duikt die ene afwezige, Jeroen Spitzenberger, op in een videofilm, hij reist naar Rome, bezoekt het strand van Ostia waar de Italiaanse filmer/dichter Pier Paolo Pasolini (1922-1975) is vermoord. En dan staat-ie op het Cimitero Acattolico in Rome, bij het graf van de politicus, activist en denker Antonio Gramsci (1891-1937), een van Pasolini’s helden. Spitzenberger knielt en zijn beeld versmelt met dat van Pasolini. Dit is spelen met vuur, schoot door me heen. De centrale acteur van de voorstelling in beeld laten vergroeien met het centrale personage, en dat nog voor hij op is en één woord heeft kunnen zeggen! Dan zit er iemand aan de knoppen die zijn darlings niet op tijd weet te vermoorden - beetje een rare tekst in verband met Pasolini.
Ik ben op mijn hoede. Overbodig, zo blijkt, want het hagiografische aswolkje drijft over en de toon van de voorstelling verandert radicaal, wat in de loop van de avond nog een paar keer zal gebeuren. Er wordt hard geschakeld naar het verhoor van Giuseppe Pelosi, het zeventienjarige hoerenjong dat de moord heeft bekend en die bekentenis tijdens en na een lange gevangenisstraf talloze malen heeft ontkend. Dat verhoor loopt als een bloedspoor door de voorstelling.
Wat P.P.P. precies is (theatrale biografie, documentair theater over een genie, reconstructie van ‘een Italiaanse moordzaak’) weet ik niet, een associatief in elkaar geschroefde hommage aan Pier Paolo Pasolini is het in ieder geval, gemaakt met grote liefde voor het onderwerp, met gebruikmaking van het accurate scalpel van een abductie op een zeer dode en tegelijk uiterst levende legende, met ook ruime aandacht voor de minder aangename kanten van Pasolini, waaronder zijn aanvechtbare en ruim geactiveerde voorkeur voor minderjarige jongens. Het is in ieder geval een fragmentarische vertelling geworden, met onderdelen die imponeren, zoals de vrijscène met een joch dat Ninetto wordt genoemd, die schokkerig overloopt naar de kruisiging in Il Vangelo secondo Matteo en interviewflarden met Terence Stamp, het erotische dwaallicht in Teorema. Er zijn kruisbestuivingen van lyrische beeldcollages, teksten en a-capellazang. Er komen flitsen voorbij uit gedichten en toneelwerk van Pasolini, een nagespeelde scène uit zijn laatste film Salo, de reconstructie van zijn laatste interview. En ja, het is een overvolle voorstelling, maar ik kreeg steeds meer bewondering voor de tomeloze energie waarmee de vertelling is gemaakt, en voor de verstilling die de pathetiek af en toe mag verdringen, vice versa.
Het is ook een verontrustende, deels ongemakkelijke voorstelling, omdat er nog altijd die stank van bebloede en vuile handen is die aan de dood van Pasolini kleeft. In de premièreweek maakte de burgemeester van Rome bekend dat het onderzoek naar de moord wordt heropend. Aan het eind was ik, net als Jeroen Spitzenberger in de openingsscène, kapot. Maar ik wou wel meteen weer een aantal films van hem zien, teksten lezen van de dichter die Pasolini ook was, 'puriteins en kwetsbaar, hard en decadent’, en met 'al te veel schroom haast voor enige concessie/ aan redelijkheid en hoop op de toekomst./ Best jammer voor hem! Er is geen ogenblik van/ aarzeling: citeer hem, dat is genoeg.’

t/m 22 mei, NT Gebouw Den Haag, www.ks.nl