Claustrofiel

Pure weelde. Drie Becketts voor één geld. Voor nog geen twintig gulden schaffe u aan: Verroeren, Het beeld en Gezelschap, respectievelijk vertalingen van Stirrings Still (vertaald door Hugo Claus), L'image (door Karina van Santen en Martine Vosmaer) en Company (idem).

Stirrings Still en L'image zijn uit 1988, Company schreef Beckett aan het eind van de jaren zeventig. Aan deze prachtige werkjes is de ontwikkeling te zien die Beckett doormaakte aan het eind van zijn leven. Naarmate het aantal levensdagen toenam, werd het aantal woorden per tekst kleiner. Je hoort Beckett kortademiger worden, je hoort zijn kracht tanen, je leest hoe hij steeds meer wegliet, weg kón laten - woorden wegliet die het toch niet zeiden.
Verroeren is het laatste verhaal dat Beckett voor zijn dood, op 22 december 1989, heeft gepubliceerd. Het telt niet meer dan tweeduizend woorden (anderhalve Groene-pagina). ‘Op een nacht toen hij aan zijn tafel zat het hoofd op de handen zag hij zichzelf opstaan en weggaan. Op een nacht of een dag. Want toen het licht bij hem uitging bleef hij niet in het donker achter. Een soort licht kwam toen door het ene hoge raam.’
Het beeld bestaat uit één enkele zin - twaalfhonderd woorden. Beckett was er al vroeg aan begonnen, in de jaren vijftig, in de jaren na Malone sterft, Molloy en De naamloze, in de jaren van En attendant Godot. 'De tong vergaart modder dan maar één oplossing intrekken en omdraaien in de mond de modder inslikken of uitspugen de vraag of hij voedzaam is en vooruitzichten zonder verplichting omdat ik drink neem ik er vaak een hap van dat is een van mijn toevluchten (…)’ Eén enkele zin, die je even kortademig achterlaat als de schrijver aan het eind van zijn leven geweest moet zijn. Nauwelijks lucht. (Herinner je het toneelstuk Breath - een eindeloos voortgaande ademhaling - of valt hij toch stil?)
Gezelschap is ouder, en dus dikker. Hierin herkennen we veel van Becketts toneelwerk. Dezelfde verstilling. Dezelfde opgeslotenheid. Dezelfde claustrofobie. Claustrofilie? 'Een stem komt tot iemand in het donker. Stel het je voor. Tot iemand op zijn rug in het donker. Dit merkt hij aan de druk op zijn achterkant en aan hoe het donker verandert wanneer hij zijn ogen sluit en opnieuw wanneer hij ze weer opent.’
Ademloos. Opgesloten. In weinig woorden. Hijgend, happend naar lucht, naar ruimte.