TONEEL

Claustrofobie & hitte

De tien gezworenen

Oorspronkelijk (1954) was het een televisietoneelstuk van Reginald Rose (de verloren gewaande ampexbanden zijn in 2003 teruggevonden), in 1957 werd het de eerste speelfilm van Sidney Lumet, 12 Angry Men (met Henri Fonda), niet lang geleden hoog op de toplijst van Amerika’s culturele erfgoed geplaatst, onlangs filmde Nikita Mikhalkov een Russische remake (12 geheten). Het is ook een toneelstuk. In 1988 werd er bij Toneelgroep Amsterdam een bewerking van gemaakt voor drie mannen. Het is het lievelingsstuk van menige amateurtoneelvereniging. De twaalf gezworenen dus, nu door Gerardjan Rijnders bewerkt (teruggebracht tot tien) en geregisseerd met een afstudeerklas van de Amsterdamse Toneelschool. Conventioneel toneel, in de strikte zin van het woord: gebouwd volgens de toneelwet van Aristoteles: eenheid van tijd, plaats en handeling. Reële tijd en speeltijd vallen samen, er is één spellocatie (de kamer waar een jury beraadslaagt), er is één handeling: twaalf gezworenen die na zes procesdagen in een moordzaak tot een eensluidend oordeel moeten komen (schuldig of niet schuldig), op grond van zowel de wettigheid als de overtuigendheid van het aangedragen bewijsmateriaal. De gegeven omstandigheden van het script zijn: de jury is afgesloten van de buitenwereld, en in die buitenwereld is het een zeer hete dag. Het belangrijkste feit in de plot van het stuk: aan het begin vellen alle juryleden het oordeel ‘schuldig’, op één na, die ‘onschuldig’ pleit, omdat hij de feiten nog eens wil nalopen.
Rijnders en zijn afstudeerders doen aan deze gegevenheden niets af, sterker nog: er worden twee intrigerende vormen van manipulatie in de relatie toneel-werkelijkheid toegevoegd. Het claustrofobische van de locatie der beraadslagingen wordt geaccentueerd door de hele handeling te laten spelen in een nogal benauwd doosje, waar de gezworenen (tien, groter is de klas niet) maar net in passen. Verder is het auditorium reeds bij aanvang opvallend warm. Beide ingrediënten werkten bij de generale repetitie, die ik twee avonden voor de première zag, wonderwel, in de zin dat ze een verhoogde concentratie tot gevolg hadden. Door de beperkte ruimte valt iedere overdrijvingshokuspokus in gestiek, mise-en-scène, ja zelfs in mimiek zoveel op, dat iedereen het uit zijn hoofd laat en zeer effectief, economisch gaat acteren. Ook in het stemgebruik moduleert alles van veel andante naar een spaarzaam allegro, wat heilzaam werkt, omdat je scherp kunt luisteren naar het wát in deze kamermuziek van over en weer gegooide argumenten, niet afgeleid door het hóe, en zeker niet door overdaad.
In het oorspronkelijke scenario zit een licht sentimenteel vader-zoon-plotlijntje tussen het socratische jurylid (hier nummer 6) en het jurylid dat het langst op schuldig blijft hangen (hier nummer 2), een lijntje dat getekend is door het feit dat het hier om een veronderstelde vadermoord gaat. Dat lijntje is bij deze uitvoering zo geraffineerd verstopt tussen de bergen veronderstellingen waarin de juryleden zich moeten ingraven, dat uit de laatste overstap door jurylid 2 van schuldig naar niet-schuldig een mooie coup de théâtre wordt geboetseerd. Minstens net zo fraai is de wijze waarop het onverbloemde racisme in de grote damesmaten van jurylid nummer 8 door de overige juryleden besmuikt het riool in wordt gespeeld. Een lekkere proeve van bekwaamheid kortom, deze Tien gezworenen.

Te zien in de Theaterschool, Amsterdam, 18 en 19 juni, 20.30 uur en 21 juni, 14.00 uur, reserveren-theater@the.ahk.nl. Op 20 juni te zien op het Internationaal Theater School Festival. www.itsfestivalamsterdam.com