Ger Groot

Cliché

Wat de dichtregel van de kalenderwijsheid onderscheidt, is het tegendraadse inzicht of de verrassende formulering — en liefst beide tegelijk. Nogal teleurstellend zijn dan de verzen: «Wees om groot te zijn één/ Leg al wat je bent in het minste wat je doet.» Toch werden ze geschreven door Ricardo Reis, een van de talrijke alter ego’s van Fernando Pessoa, en was diens bewonderaar José Saramago er diep van onder de indruk. Hij citeerde ze in zijn dankwoord voor de Nobelprijs, dat is afgedrukt in de recente Saramago-special van het tijdschrift Bzzlletin.

Saramago bleef niet zonder kritiek op Pessoa’s wijsheden, maar dat had meer met het conservatisme van diens politieke opvattingen dan met de banaliteit van zijn formuleringen van doen. Banaliteit zou Saramago in zijn romans juist tot zijn specialisme maken. Lange dialogen over bijna niks geven zijn boeken de laconieke humor die zijn handelsmerk geworden is, ook al begint zich daarop langzamerhand wat slijt af te tekenen.

«Om minstens drie redenen is het verkeerd woorden, hoe vaak gebruikt ook, af te danken», schrijft de filosoof Dirk de Schutter in zijn mooie inleidende artikel in Bzzlletin. Als bewijs volgt een citaat uit Saramago’s roman Alle namen, dat het cliché verdedigt: «Je weet niets van het leven als je denkt dat er iets anders over te weten valt.» De menselijke conversatie herhaalt eindeloos oude gemeenplaatsen zonder diepte, want aan de oppervlakte speelt zich alles af wat in het leven telt.

Schrijvers en vooral dichters willen daar meestal weinig van weten. Ze zoeken naar het meest rake en intense woord, dat het leven in zijn bijzonderheid betrapt. Te midden van des levens dofheid zal het plotseling gelukte woord de realiteit als iets unieks doen oplichten. Van die glans leeft de literatuur en ze meent daarmee zowel de taal als de werkelijkheid te redden van de onverschilligheid.

Daarom zijn Saramago’s dialogen bijzonder. Ze laten zien dat de realiteit niet leeft dankzij het briljante dichterwoord, maar dankzij het voortzoemen van een bijna betekenisloos gepraat. Anders dan de surrealisten dachten, is de taal altijd al een écriture automatique geweest, waarin woorden juist niet zoeken naar een bijzondere treffendheid, maar het leven mogelijk maken als een akoestisch smeermiddel.

Van die taal willen schrijvers en filosofen weinig weten, omdat ze denken dat woorden alleen vanwege hun betekenis bestaan. Gepraat dat daarop niet zo veel acht slaat («Hoe gaat het met u? Mooi weer vandaag. Hoop dat we het zo houden») wordt dan vanzelf een teken van verval. «Gerede» noemde Heidegger dit soort conversatie, waarin de betekenis in dienst staat van het woord in plaats van omgekeerd.

Saramago is aan die verleiding niet ont komen en in die richting gaan dan ook de andere twee argumenten van De Schutter ten gunste van het cliché — dat geen cliché mag blijven. Zo kan een in Bzzlletin afgedrukte column van Saramago over woorden eindigen met een loflied op de stilte, waarin het échte woord weer tot klinken kan komen. Zijn roman Het schijnbestaan vormt zelfs één aangehouden pleidooi voor de oorspronkelijkheid van álles — niet alleen van het echte woord tegen het gerede, maar ook van het platteland tegen de stad en van aardewerk tegen plastic. Plato’s grot vormt erin zijn getuige en Heidegger zou goedkeurend hebben geknikt.

Maar wie de taal laat schitteren in haar materialiteit — waaronder geen diepte schuilt, zoals Nietzsche zei — kan zich niet tegelijk mét Plato op een nieuw idealisme beroepen. Het cliché maakt het leven mogelijk, maar wordt verstikkend als het tegelijk wordt geloofd.

En in Saramago’s diepste overtuigingen ontbreekt het niet aan clichés, zoals dat van de vrouw die het heil van de wereld behoedt, ruimschoots geëtaleerd in zijn roman De stad der blinden. «Er schuilt in [zijn] scepticisme wel degelijk nog een ouderwets soort romanticus», schrijft Yves van Kempen in Bzzlletin, maar dat scepticisme gaat lang niet ver genoeg. Het denkt dat de vleierij die wij danken aan de hoofse liefde aan gene zijde van de ruisende taal een waarheid en een toekomst belooft. In dat hocus-pocus van received opinions en geloof schuilt het geheim van elke ideologie. Ook clichés die, door zichzelf te herhalen, denken geschiedenis te kunnen worden, eindigen als farce.