1 januari 1940 - 30 september 2011

Clifford Robert Olson

Hij was de volmaakte psychopaat, constant gespitst op kansen om mensen en situaties te misbruiken. En hij genoot er ten diepste van. Heel on-Canadees. En duivels.

IN DE HETE ZOMER van 1981 wist een team van de Canadese bereden politie met veel moeite de eerste seriemoordenaar uit de geschiedenis van het land in te rekenen. Clifford Olson was een geval apart: een volmaakte leugenaar en simulant die in alle opzichten voldeed aan de omschrijving van een psychopaat volgens de DSM-IV. De kern van de Anti-Sociale Persoonlijkheidsstoornis is een totale onverschilligheid jegens de rechten, gevoelens en belangen van anderen vanaf het vijftiende levensjaar. Welnu, Olson genoot met elke vezel in zijn lichaam van het leed dat hij bij anderen kon aanrichten.
Hij was als kind ongenaakbaar en immuun voor de zorgzaamheid, sociale controle en common sense die zo kenmerkend zijn voor de Canadese samenleving. Zijn ouders hebben nooit een normaal gesprek met hem kunnen voeren. Hij liet niets los over wat hem bezighield. Vrienden had hij niet. Hij loog alles aan elkaar, martelde huisdieren en andere kinderen en manipuleerde de buitenwereld teneinde zijn eigen familie in problemen te brengen. En hij genoot van het resultaat. Het leek wel of hij enkel daarvoor leefde.
Alle bekende theorieën over genetische en sociale factoren in het gedrag van psychopaten ketsen af op het geval Olson. Het gezin was niet erfelijk belast en alles behalve disfunctioneel. Zijn goeiige, hardwerkende ouders (en ook zijn broer en zus die allebei later goed terechtkwamen) hadden hem in hun wanhoop tenslotte opgegeven. Zolang hij thuis woonde, trachtten ze naar eigen zeggen ‘zoveel mogelijk de schade van zijn gedrag voor de rest van het gezin te beperken’. Daar hadden ze hun handen vol aan. Op zijn zeventiende had Clifford al een strafblad van veelvuldige diefstal, roof, inbraak, flessentrekkerij, mishandeling en seksueel misbruik.
Sindsdien bracht hij meer tijd in de gevangenis door dan in vrijheid. Hij verkrachtte celgenoten en onderscheidde zich door zijn extreme gewelddadigheid, gladde tong en gewiekste ontsnappingspogingen. Er ging een nieuwe wereld voor hem open toen hij de cel deelde met een meervoudige verkrachter, Gary Marcoux, die hem uitvoerig vertelde over zijn 'technieken’. Olson hoorde Marcoux helemaal uit, verraadde alles aan justitie, wist daarmee zijn vervroegde vrijlating te kopen en gebruikte die vrijheid om in Marcoux’ voetstappen te treden.
Om zich een maatschappelijk alibi te verschaffen (een tip van Marcoux) huwde hij eerst de kwetsbare Joan Hale, een gescheiden vrouw die in angst voor haar ex leefde. Olson bestal en mishandelde haar en misbruikte het dochtertje van een van haar vriendinnen. Spoedig daarna ging hij op oorlogspad. Binnen een half jaar verkrachtte en vermoordde hij elf kinderen in de leeftijd van negen tot achttien jaar. Hij had goed naar Marcoux geluisterd: de aanwijzingen tegen hem waren telkens zo dun dat er nauwelijks grond was om hem aan te houden. De ware oorzaak voor de aarzeling bij de Mounties was echter van mentale aard.
Het idee dat iemand voor zijn plezier zoveel kinderen had verkracht en vermoord was zo 'on-Canadees’ dat het aanvankelijk niet bij hen opkwam. Bovendien legde Olson een onwaarschijnlijk vermogen aan de dag om zijn sporen uit te wissen. Toen ze hem een 'staart’ gaven, bleken de agenten niet opgewassen tegen zijn grillige gedrag. Olson bestelde soms eten in een restaurant en liep meteen weg zonder te betalen. Hij keerde vaak midden op straat om, wisselde meermalen per dag van motel of huurauto en had de gewoonte om doodlopende straten in te wandelen zodat hij bij het teruglopen oog in oog kwam met eventuele achtervolgers.
Na zijn arrestatie bekende hij tien moorden in ruil voor elk tienduizend Canadese dollars, bestemd voor zijn 'vrouw’ Joan. De elfde deed hij erbij als 'extraatje’, grapte hij. Zijn veroordeling was een formaliteit, maar daarmee was zijn misdaadcarrière niet voorbij. Jaar na jaar bestookte hij de autoriteiten met klachten en verzoeken die de aandacht op hem richtten. Hij zond de nabestaanden brieven waarin hij omstandig vertelde hoe hij hun kind had vermoord en wist zelfs video’s met zijn walgelijke verhalen op YouTube te plaatsen. Het was aanleiding tot een nationale discussie over de rechten van slachtoffers. Toen Olson in 1997 in aanmerking kwam voor vervroegde vrijlating (in zijn geval puur theoretisch) was de publieke verontwaardiging zo groot dat het parlement een wetswijziging aannam die speciaal op hem was toegesneden: misdadigers als hij hadden voortaan geen recht meer op vervroegde vrijlating. De nabestaanden zelf wensten niets liever dan zijn dood. Toen bekend werd dat hij op sterven lag, waren ze er nog niet gerust op. 'Olson is in staat zijn dood te simuleren als zoveelste misselijke grap’, aldus een van hen. 'Het zou me niets verbazen’, reageerde een rechercheur: 'Van alle misdadigers die ik heb meegemaakt komt hij het dichtst in de buurt van de duivel.’
De Canadese politie krijgt nog altijd bittere verwijten omdat ze hem niet eerder heeft ingerekend, maar in het licht van Olsons adembenemende perfiditeit kun je het hun redelijkerwijs niet kwalijk nemen. Clifford Robert Olson was zelfs in zijn soort uniek: de volmaakte psychopaat, 24 uur per dag alert op mogelijkheden om mensen en situaties te misbruiken. Hij heeft van het leven genoten tot de laatste dag.