Clint eastwood in troje

Homerus, Ilias: De wrok van Achilles. Ingeleid en vertaald in Nederlandse hexameters door H. J. de Roy van Zuydewijn, Arbeiderspers 1993. Homerus’ Ilias. In vijf akten samengevat door Gerard Koolschijn, Atheneaeum-Polak & Van Gennep, 1993.
IN EEN TRAKTAAT uit de eerste eeuw na Christus over ‘Het Verhevene’ wordt Homerus achtereenvolgens vergeleken met de zon en met de Okeanos, het grote water dat de bewoonde wereld omsluit. Behalve aan het zelfingenomen hof van de Zonnekoning heeft de grootheid van Homerus nooit ter discussie gestaan. Homerus was en is het ongenaakbaar hooggebergte waarop de rivier van de Europese literatuur ontspringt. Maar, zoals dat met grote literatuur wel vaker het geval is, bijna niemand leest de Ilias: informeer maar eens in uw omgeving wie de Ilias echt, van kaft tot kaft, desnoods in vertaling, heeft gelezen. Er schijnen zelfs classici rond te lopen die Homerus slechts uit bloemlezingen kennen. Terwijl de Ilias toch aanmerkelijk minder bladzijden telt dan De ontdekking van de hemel van Mulisch, en het Grieks beslist eenvoudiger is dan het Engels van Joyce.

Ik vrees dat niemand de Ilias leest omdat iedereen denkt dat hij het epos al kent. Homerus’ werk wordt beschouwd als een eeuwigdurende regenbui waarbij het niet uitmaakt op welk moment je erin stapt, of als een landschap waarin je een fietstocht kunt maken zonder de behoefte te gevoelen iedere vierkante centimeter te verkennen. En daar is ook wel iets voor te zeggen. In de achtste eeuw voor Christus, de eeuw waarin Homerus zou hebben geleefd, waren de Grieken nog grotendeels analfabeet. Dichters als Homerus droegen hun werk voor terwijl ze zichzelf op een snaarinstrument begeleidden, zodat het publiek waarschijnlijk nooit meer dan een paar honderd versregels per avond te horen kreeg.
Dat gaf ook niet, want de onderwerpen waren traditioneel en algemeen bekend. Dergelijke barden waren in staat op basis van overgeleverd materiaal te improviseren, zodat iedere keer een wat ander gedicht ontstond. De techniek valt te vergelijken met die van traditionele jazz- en bluesmuzikanten, die van oorspronkelijke nummers steeds nieuwe versies maken.
Of Homerus zelf gebruik heeft gemaakt van het schrift om zijn versie van de eeuwenoude epen vast te leggen, weten we niet. Misschien heeft de ons bekende Ilias pas in de zesde eeuw voor Christus haar definitieve vorm gekregen. De verwarring over de vraag wie Homerus was en wat zijn rol nu precies is geweest bij het tot stand komen van de Ilias en de Odyssee, nam bij tijd en wijle zelfs hilarische vormen aan. Zo werd eens gesuggereerd dat de Ilias door een gelijknamige tijdgenoot van Homerus zou zijn gecomponeerd.
Hoe dan ook, wie nu als Zeus vanaf de Olympus het gehele landschap van de Ilias overziet, moet wel concluderen dat zo'n uitgebalanceerde vlakverdeling niet door achteloze improvisatie tot stand kan zijn gekomen: hier is een landschapsarchitect aan het werk geweest. Dat wil niet zeggen dat alle onkruid is vergaan of dat de hovenier niets aan de natuur heeft overgelaten. Maar dat aan het geheel een goed doordacht plan ten grondslag ligt, is evident.
Een goed voorbeeld is de ontroerende scene aan het slot waar Priamos het lijk van zijn zoon komt loskopen bij Achilles. De passage is een subtiele spiegeling van de passage aan het begin, waar Agamemnon de priester Chryses onbeschoft wegjaagt. De ontwerper heeft zeer bewust begin en einde met elkaar in verband gebracht.
De Ilias gaat niet over de Trojaanse oorlog die rond het jaar 1200 voor Christus in noord-west- Turkije zou hebben gewoed. De Ilias gaat over de dramatische gevolgen van een conflict tussen twee trotse strijders, Agamemnon en Achilles. Achilles trekt zich als een mokkende puber terug uit de strijd, waardoor de Trojaan Hektor kortstondig de hoop heeft dat de kansen voor zijn stand zullen keren. Maar de goden hadden allang besloten dat Troje zou vallen. Aan het eind van de Ilias is de ruzie tussen Achilles en Agamemnon bijgelegd, Hektor dood en Troje reddeloos verloren. En Achilles weet dat hij niet lang meer te leven heeft.
VEEL LEZERS VERKIEZEN de Odyssee boven de Ilias. De Ilias bestaat immers voor een groot deel uit vechtscenes die perfect zouden passen in een film van Clint Eastwood. Maar is dat een bezwaar? ‘Patroklos stormt op hem af, in de linkerhand houdt hij zijn lans, met de rechter grijpt hij een steen, een puntige kei die hij gooit met een krachtige zwaai, niet vergeefs, want hij treft Hektors menner Kebriones recht op het voorhoofd. De kei slaat de wenkbrauwen weg, ook het bot houdt geen stand, de ogen vallen in het stof voor zijn voeten. Hij duikt met een boog uit de wagenbak en het leven verlaat zijn gebeente. Patroklos: Verdraaid, wat een lichtvoetige man, zo gemakkelijk als hij duikt. Die naar de visrijke zee moeten gaan, dan voedde hij talloze mensen met duiken naar oesters, springend van het dek van zijn schip, hoezeer ook het water tekeergaat, zoals hij daar nu met gemak in de vlakte zijn wagen uit duikt. De Trojanen zijn acrobaten.’
Het valt niet moeilijk in te zien waarom het Griekse publiek van dit soort spektakel genoot. Dat de Ilias nog nooit is verfilmd, begrijp ik dan ook niet. Want afgezien van dit gooi-en-smijtwerk, door de dichter overvloedig met vergelijkingen gelardeerd, bevat de Ilias alles wat een verhaal vaart en diepgang geeft. De protagonisten zijn gekwelde figuren die beseffen dat alles altijd slecht afloopt, maar niet anders kunnen handelen dan ze doen. Zelfs de goden lijden onder de onverbiddelijke eigenzinnigheid van het lot. Wanneer Hektor Patroklos heeft gedood en hem Achilles’ wapenuitrusting uittrekt, zegt Zeus bij zichzelf: 'Arme man, aan de dood denk je niet, en hij nadert zo snel. Je hult je nu in de rusting van een man voor wie anderen beven, wiens vriend, zachtaardig en sterk, door jou is gedood. Nog even verleen ik je de kracht om daarmee te vergoeden dat je niet uit de oorlog terugkeert om je vrouw thuis die prachtige rusting te schenken.’
Ja, ik wil wel toegeven dat de Odyssee leuker is, maar in de Ilias is alles erger.
In 1980 verscheen de vertaling in dactylische hexameters van H. J. De Roy van Zuydewijn, die toen al monumentaal werd genoemd. De Roy heeft deze vertaling nu nog eens grondig doorgenomen en op vele punten behoorlijk aangescherpt. Vooral metrisch is de nieuwe versie er flink op vooruitgegaan. Al tweehonderd jaar wordt er gediscussieerd over de vraag of onze taal hexameters verdraagt. Ik vind dat dat gezeur nu eindelijk maar eens afgelopen moet zijn. Vosmaer, Boutens, Aegidius Timmerman en De Roy hebben bewezen dat het heel goed mogelijk is soepel lopende hexameters in het Nederlands te schrijven. Als iemand jamben of proza verkiest, begrijp ik dat wel, maar voor de leesbaarheid is niet de keuze van het metrum bepalend maar de taalbeheersing van de vertaler. Ik geef een voorbeeld. Na de dood van Patroklos weigeren Achilles’ onsterfelijke paarden die hem naar het strijdgewoel hadden gebracht, nog een stap te verzetten: 'Maar als een zuil die volkomen bewegingloos staat op de grafterp/ van een gestorvene, daar waar een man of een vrouw ligt begraven,/ zo bleef het span bewegingloos staan met de prachtige kar en/ bogen hun hoofden ter aarde, tewijl uit hun wenende ogen/ om het verlies van hun wagenbestuurder verdrietige tranen/ neerstroomden over de grond. Hun weelderig haar werd bezoedeld/ waar het, ter weerszij van ’t juk, van de beide jukkussens neerviel.’
OOK GERARD Koolschijn heeft zich nu aan de Ilias gewaagd. Hij vatte het epos samen tot een toneelstuk van tweehonderd bladzijden, dat als gestileerd televisiespel heel indrukwekkend zou kunnen zijn. De vertellerstekst wordt ofwel verwerkt in regieaanwijzingen, ofwel door de Muze uitgesproken, waardoor al die prachtige, soms schaamteloos ontsporende homerische vergelijkingen konden worden gehandhaafd. Ik heb hierboven steeds uit Koolschijns versie geciteerd. Zijn afwisseling van proza en vrije verzen is dermate ritmisch, dat deze - doorgaans letterlijke - vertaling honderd keer zoveel poezie bevat als bijvoorbeeld het dichterlijk bedoelde gebroddel van een Imme Dros, die nu na de Odyssee ook de Ilias schijnt te gaan verknoeien.
Koolschijn heeft uiteraard heel wat moeten schrappen, maar gelukkig niet de fout gemaakt van de Ilias een eigentijds gedicht te willen maken. De archaische gruwelen, die op scholen altijd worden overgeslagen, zijn in ruime mate vertegenwoordigd. Wie ertegen opziet de gehele Ilias te lezen, kan nu in een avond een representatieve indruk van de oerkracht van het origineel krijgen. De zojuist geciteerde verzen worden bij Koolschijn door de Muze uitgesproken: 'Zoals een zuil bij het graf/ van een man of een vrouw onwrikbaar staat/ zo wachten zij daar met hun prachtige wagen/ en slaan met hun hoofd naar de grond.’ Waarop Zeus uitroept: 'Ach, stakker, waarom hebben wij jullie toch ooit aan de sterveling Peleus gegeven, jullie, wezens zonder ouderdom en dood? Om tussen de ellendige mensen verdriet te doorstaan? Van al wat op aarde ademt en beweegt is niets zo rampzalig als een mens.’