Clintonkoorts

JERUZALEM - zondagmorgen 13 december. We worden gewekt door gillende sirenes, een oorverdovend getoeter en laagvliegende helikopters. God, niet weer een bomaanslag, is onze eerste gedachte, maar het blijkt dat Operatie Lied Vijf in werking is gegaan. Bill Clinton is in de stad en dat zullen we weten ook. Het verkeer op de kruising Ben Yehoeda en King George is volkomen vastgelopen. Alle wegen naar het Hilton hotel zijn afgesloten.

Drie dagen geleden had de hoofdcommissaris van politie ons tijdens een persconferentie nog gewaarschuwd: laat je auto thuis. In het stampvolle zaaltje op het hoofdbureau werd Lied Vijf, een dichterlijke oprisping van de politie, uitgelegd aan de hand van luchtfoto’s en plattegronden. Lied Vijf zou de grootste veiligheidsoperatie in de geschiedenis van Jeruzalem worden. De hoofdcommissaris wilde niet bevestigen dat joodse en islamitische fundamentalisten een aanslag op de president aan het beramen waren, maar heeft het zekere voor het onzekere genomen. Vijftienduizend agenten, soldaten, detectives en scherpschutters hebben de stad in een vesting veranderd. Daarmee vergeleken wordt de begrafenis van Rabin, wat veiligheid betreft, gereduceerd tot een picknick.
Het mediacircus is in volle gang. Een kleine duizend journalisten, fotografen en cameramannen willen allemaal een glimp opvangen van de beroemdste man ter wereld. Op het perskantoor van de Israelische regering is de chaos compleet. Het Witte Huis heeft pools gemaakt en alleen de grote Amerikaanse netwerken en bladen als Time en Newsweek mogen Clintons bezoek van dichtbij volgen. Slechts een paar onderdelen van Clintons bezoek zijn toegankelijk voor alle journalisten, met als voorspelbaar gevolg dat er mediaveldslagen gaan plaatsvinden. Israelische cameramannen slaan met hun vuist op het bureau van de machteloze ambtenaren en kafferen persmeisjes uit.
Het merendeel van de pers legt zich echter gedwee neer bij de instructies uit Washington en beperkt zich tot het randgebeuren: interviewtjes met willekeurige passanten, gedupeerde middenstanders, omwonenden van het Hilton en de schreeuwende venters van de Machane Yehoeda-markt.
HET HILTON IS verbouwd tot een dependance van het Witte Huis. Alle kamers zijn afgehuurd door de Amerikanen, op de omringende daken zijn scherpschutters geposteerd. Het presidentiële echtpaar zal suite 1052 betrekken, á 1350 dollar per dag, met uitzicht op de muren van de oude stad. Adjunct-directeur van het Hilton Ronald van Weezel, Nederlander, weet niet meer precies hoeveel journalisten hij in de afgelopen dagen Het Bed van de Clintonnetjes heeft laten zien. Zelf heeft hij een nacht in het presidentiële bed geslapen om te inspecteren of alles wel goed functioneerde. Op het laatste moment kwam hij erachter dat de stop van het bad te klein was en dat het water langzaam wegsijpelde.
Van Weezel: ‘Ik heb geen extreme wensen gekregen van het Witte Huis. Ja, Clinton heeft hooikoorts dus liever geen bloemen met stampertjes. Verder heb ik tien flesjes diet coke neergezet, daar is hij dol op. En ik hoor van Amerikaanse journalisten dat hij verzot is op McDonald’s en doughnuts. Uit Engeland heb ik speciale houten schoenlepels laten overkomen, we doen het niet voor minder. Verder heb ik badjassen laten vervaardigen met de initialen van de president en zijn vrouw. Bij een antiquair in Tel Aviv heb ik een doosje boeken gekocht die over de geschiedenis van Israel gaan, ze staan nu op een plankje boven zijn bureau. En ik heb kaartjes met teksten uit de talmoed en de joodse literatuur laten drukken. Die worden ’s avonds op de kussens van Bill en Hillary gelegd.’
De fascinatie van de pers voor de slaapkamer van de Clintons is begrijpelijk, al is het treurig dat de beroemdste man ter wereld alleen nog maar met fellatio en klodders sperma geassocieerd lijkt te worden. Na de Monica-affaire vertelden Israeliërs grijnzend dat de Amerikaanse president dol was op joden, maar sinds zijn flirt met Palestina is het lachen hen vergaan.
De populariteit van Clinton is tanende. Twee gemeentewerkers krabben vertwijfeld tientallen posters van een publiek gebouw in het centrum van Jeruzalem. Op de posters staat een lachende Bill Clinton afgebeeld met een keffiya, met als onderschrift: 'Ik ben een Palestijn’. Vrijdagmorgen opende de Engelstalige Jeruzalempost, de spreekbuis van Benjamin Netanyahu, met een enorme advertentie: 'Wie heeft er vijanden nodig met zo'n “vriend” als Clinton? Vandaag zegt het Volk van Israel tegen Clinton, de meest “Palestijnse” van alle Amerikaanse presidenten: De ontmoeting in Gaza is een circus en jij bent geen vriend. Clinton - Zeg je bezoek aan Gaza af!’
De verontwaardiging is enigszins te begrijpen. Het eerste bezoek van een Amerikaanse president aan Israel kwam pas 31 jaar na de oprichting van de joodse staat, toen Jimmy Carter kwam voor vredesonderhandelingen met Egypte. De Palestijnse Autonomie bestaat pas vijf jaar en mag zich nu al verheugen op de komst van een Amerikaanse president.
ZONDAGMIDDAG. Clinton, met blauwe keppel, heeft zojuist het graf van Rabin op de Herzlberg in Jeruzalem bezocht. Alleen pool-journalisten mochten de sobere gebeurtenis verslaan. Nu is Clinton onderweg naar de ambtswoning van president Ezer Weizman om het chanoekafeest te vieren. Voor deze ceremonie is er geen pool-systeem en de rozentuin van Weizman is binnen de kortste keren omgeploegd door het journaille. Als een Amerikaanse journalist, type gehaktbal met stropdas, Israelische collega’s dringend verzoekt om met roken te stoppen, klinkt er hoongelach. Israel is een rokersparadijs en geen Amerikaan die daar wat aan verandert. De eerste limousines rijden het terrein op. Dennis Ross en Madeleine Albright stappen uit de eerste, first lady Hillary, in stemmig broekpak, uit de tweede limousine.
De eerste blow job-grappen doen al de ronde. Als Clinton met zijn gevolg het kleine ceremoniezaaltje is binnengetreden, waagt een persattaché van het Witte Huis te melden dat alleen Amerikaanse journalisten naar binnen mogen. Onder luid gejoel volgt er een Israelische stormloop op het zaaltje. Verdwaasde congresleden worden onder de voet gelopen en zelfs minister van Buitenlandse Zaken Ariel Sharon, die wel voor hetere vuren heeft gestaan, trekt een wenkbrauw omhoog. Op het piepkleine perspodium achter in de zaal wordt gevochten om iedere centimeter.
Na tien minuten met Weizman gesproken te hebben, treedt Clinton binnen. De eregasten, die voor het perspodium zitten, staan braaf klappend op. De cameramannen schreeuwen de longen uit hun lijf: 'Fuck, goddammit, sit down you assholes.’ Het gescheld moet Clinton niet zijn ontgaan, want hij kijkt enigszins verbaasd in de richting van de perstribune. De rust keert weder en een kinderkoor van Ethiopische immigrantjes zingt chanoekaliedjes in het Amharic. Bill Clinton kijkt gespeeld ontroerd toe, maar het zal hem zeker niet ontgaan zijn dat er zich onder het gehoor een perfecte dubbelganger van Monica Lewinsky bevindt. President Weizman hangt zoals altijd verveeld onderuitgezakt in zijn stoel. De chanoekia wordt aangestoken (Clinton noemt de kandelaar tijdens zijn toespraakje abusievelijk 'menora’) en de Clintons knuffelen de verbouwereerde Ethiopische kindertjes. Dan zoeft Clinton weg naar het volgende onderdeel van het bezoek.
MAANDAG, half vier ’s ochtends. Met tegenzin rijden we naar Erez, de deprimerende grensovergang tussen Israel en de Gaza-strook. Een dag lang zullen we als kippen zonder kop door het zand van Gaza baggeren, kruideniers en taxichauffeurs naar hun mening over Clinton vragen en fotootjes maken van vervuilde kinderen die in vluchtelingenkampen met Amerikaanse vlaggetjes wapperen.
Het enige lichtpunt is het koude bier in de Beachclub van de Verenigde Naties in Gaza-stad, aan het einde van een lange en strontvervelende dag. Daarvoor ben je dan de journalistiek ingegaan. Uit diverse Israelische en Palestijnse kranten kunnen we nog overnemen dat veel Palestijnen niet blij zijn met de komst van Clinton. Mahmoed Zahar, woordvoerder van Hamas, verklaarde dat zijn fundamentalistische beweging niet zal demonstreren tegen Clintons bezoek, maar dat hij de Amerikaanse president desalniettemin beschouwt als een marionet van de zionistische samenzweerders in de Verenigde Staten.
Verder noteren we nog dat links-radicale Palestijnen in Betlehem Amerikaanse vlaggen hebben verbrand. En vlaggen zijn er genoeg in de Palestijnse Autonomie, want Arafats kantoor heeft vijfduizend Amerikaanse vlaggen en duizend doeken met de afbeelding van Clinton besteld bij Gaza City’s PLO Flag Shop. Die kon vervolgens de productie niet aan, waardoor er vlaggen bijbesteld moesten worden in Taiwan. Voor het weekeinde hadden we al geconstateerd dat de vlaggen van B-kwaliteit zijn. Over een van de muren van de Geboortekerk in Betlehem was een gigantische Amerikaanse vlag gedrapeerd. Er ontbraken een paar sterren en de overige sterren krulden droevig van het doek en dreigden ieder moment los te laten. Een levensgroot geschilderde afbeelding van Clinton, die meer op een kinderverkrachter leek dan op de president van de Verenigde Staten, was ijlings weggehaald.
WE MELDEN ONS aan bij het perskantoortje van de Palestijnse Autoriteit bij de grensovergang. Een slaperige klerk hangt boven een smoezelige fax vol koffievlekken. Op het vodje zijn de namen zichtbaar van CNN, Time, Newsweek, Reuters en Associated Press: de gevreesde pool-lijst van het Witte Huis. 'In welke pool zitten jullie’, bromt de Palestijn. Boven aan de lijst staat 'Airport’ en gelijktijdig roepen we: 'Airport.’ Onze namen staan niet op de lijst en ik zeg dat er wel vaker geknoeid wordt met de spelling van Nederlandse namen. De klerk neemt niet de moeite om de lijst te checken en pakt, zonder een woord te zeggen, twee badges uit een plastic zak. Op een lijst schrijft hij in het Arabisch Be Groejna Ramstammer. Op de gele badge staat 'President Clinton’s visit’, 'Press’, en 'Airport’.
Het door het Witte Huis zorgvuldig uitgedokterde pool-systeem blijkt niet te werken in de chaos die Gaza-strook heet. Stomverbaasd stappen we in een persbus waarin de uitverkoren journalisten zitten. De spanning stijgt nog even als een veiligheidsmannetje onze namen opnieuw noteert, maar dan rijdt de bus in een noodtempo naar de luchthaven. De blaaskaak van Newsweek is godzijdank in slaap gevallen. 'Palestine, the land of love and peace’, staat er op spandoeken langs de weg.
Op de pas geopende luchthaven ruziën CIA-mannen met Palestijnse veiligheidsagenten. De Amerikanen menen waarschijnlijk dat Palestina door Clintons komst de 51ste staat is geworden, maar de bewoners denken daar heel anders over. Het gevolg van de chaos is dat ik ongestoord kan gaan piesen in het toilet van de Vip-room, dat over een uur wellicht gebruikt gaat worden door president Bill Clinton.
Als ik de Vip-room verlaat en over de rode loper naar het perspodium loop, schieten er twee enorme Amerikaanse bullebakken op me af. Wat heb je daar gedaan, schreeuwt een varkenskop, en ik wijs naar mijn badge. De arme Palestijnse veiligheidsagent die mij voortijdig had moeten signaleren krijgt vervolgens een enorme uitbrander en er ontstaat een felle ruzie tussen de Amerikanen en de Palestijnen. Een jongen van het Palestijnse ministerie voor Informatie geeft me een knipoog: 'Wie denken die klote-Amerikanen wel niet dat ze zijn, eventjes hier de boel overnemen. Zelden heb ik zulk onbeschoft volk meegemaakt, en ik ben de Israeliërs gewend, kun je nagaan.’
OP DE LUCHTHAVEN staan twee perspodia. Een podium naast de landingsbaan, om de aankomst van de presidentiële helikopter te coveren, en een podium voor de ingang van het hoofdgebouw. Arafat had de Israelische regering beloofd geen vlaggen op te hangen en zo min mogelijk agenten mee te laten doen aan de ontvangstceremonie. Van de verkeerstoren wapperen echter meterslange Amerikaanse en Palestijnse vlaggen, en los van het fanfarekorps tellen we zeker tweehonderd agenten, waardoor de ceremonie toch een feestelijk tintje krijgt.
Als de presidentiële helikopter geland is en Bill en Hillary Clinton twee meter vóór ons over de rode loper naar de Vip-room schrijden, blaast de harmonie een ondefinieerbaar vals deuntje. Het spelen van de volksliederen was verboden door de Israeliërs, maar dit had nou ook weer niet gehoeven.
Na een kort verblijf in de Vip-room lopen de echtparen Clinton en Arafat over het asfalt van de luchthaven naar het hoofdgebouw. Clinton zal de luchthaven officieel openen door een rood lintje door te knippen. De cameramannen en fotografen van de Amerikaanse pool op ons podium rennen achter het viertal aan. Wij rennen vrolijk mee maar worden tegengehouden door een woordvoerster van het Witte Huis. 'Jullie moeten op dat podium blijven staan, jullie mogen niet twee verschillende dingen coveren’, snerpt het mens. Vervolgens beginnen persattachés van het Witte Huis en Palestijnse beambten aan onze kleren te trekken. Na veel geduw, geschreeuw en getrek slagen we erin ons los te worstelen uit het kluwen, om nog net op tijd te kunnen zien hoe Clinton het lintje doorknipt en Arafat het V-teken maakt. De zwarte limousine zoeft weg naar Gaza-stad en wij hebben een historisch moment meegemaakt. De beroemdste man ter wereld was in Israel en in Palestina in wording, en dat hebben we geweten.
Het ijskoude bier in de Beach Club van de VN smaakt er niet minder om. De arme Clinton moet de volgende dag nog een kerstboom aansteken in Betlehem en de Massadaberg beklimmen. Aan zijn favoriete bezigheid zal hij, met zoveel security om zich heen, niet toekomen. Het is geen pretje om de beroemdste man van de wereld te zijn.