Profiel Boris Johnson

Clown of koning

Met het elan van de eerste jaren New Labour kan Boris Johnson, Tory-parlementslid voor Henley-on-Thames, Engeland een nieuw conservatief tijdperk binnenleiden.

Alexander Boris de Pfeffel Johnson, politicus en journalist, lijkt een karikaturale luchtballon van anekdotes. Voorbeeld. Nadat Boris een interview heeft afgegeven aan The New York Times meldt de fotograaf van die krant zich ten burele van The Spectator. Hoofdredacteur Johnson komt naar beneden en de fotosessie vangt aan, om plotseling te worden verstoord door een kordate dame die een tegenstribbelende heer voor zich uit duwt. Het is directeur Kimberly Quinn. Ze plant haar hoofdredacteur pardoes voor de camera neer. Boris was even in zijn hoofd met andere zaken bezig geweest en had voor het gemak een collega naar beneden gestuurd. Vraag. Is dit een anekdote over een charmant warhoofd? Of is bij nader inzien sprake van een gewiekst gebruik van de legendevormende functie van de practical joke?

Hij lijkt de ultieme upperclass Engelsman. Zijn scheiding zit steeds een beetje warrig, het haar is witblond en geeft, samen met zijn blauwe ogen, hem een aantrekkelijk uiterlijk. Hij praat van ta-ta-ta heel keurig met de tong voor in de mond. En altijd heeft hij een onschuldig lachje terwijl zijn ondeugende oogjes toch ironie uitdrukken. Hij gaat legendarisch slonzig gekleed en is als classicus erg goed in zijn rol van verstrooide professor.

Boris Johnson (1964) is tegelijk parlementslid, vice-voorzitter van de Conservatieve Partij, onderminister voor Arts in het schaduwkabinet, wekelijks politiek commentator voor de Daily Telegraph, hoofdredacteur van The Spectator en maandelijks autocolumnist voor mannenglossy GQ. Beroemd is hij als tv-persoonlijkheid. Hij is bekender dan al zijn collega’s, op Tony Blair na. Op het internet wemelt het van de fans, sommige verenigd in fanclubs.

Wie iets van Boris Johnson wil weten, moet een woud van door Johnson zelf gecultiveerde legendes omkappen. Zijn grootvader was minister van Binnenlandse Zaken van Turkije. Zijn vader was lid van het Europees Parlement toen Boris als correspondent van de Daily Telegraph in Brussel zat, wat Boris er overigens niet van weerhield dat Europarlement vooral belachelijk te maken als een bureaucratisch monster dat dagenlang placht te debatteren over condoomwijdtes. Hij was president van de Oxford Union, de debatclub van de universiteit van Oxford die vele geslaagde politici, waar onder premiers, afleverde. Hij fietst naar zijn werk, windt vrouwen om zijn vinger en schreef nu al drie boeken, waarvan één roman.

Als politicus benadert hij de politiek met kritische distantie. Hij kan geen vraag aan de regering stellen zonder humor te gebruiken. Zijn politieke speeches zijn zonder aantekeningen, vliegen alle kanten op en Boris excuseert zich in de regel voor zijn standpunten. Zo maakt hij net die antipolitieke indruk die het goed doet bij kiezers.

Als classicus gaat hij ironisch spottend met de populaire cultuur om. Als wereldvreemde intellectueel en Bekende Engelsman is hij de anti-tv-persoonlijkheid waar televisie paradoxaal genoeg juist van houdt. Als Boris op tv komt, zegt men, dan zie je iemand die zeer geamuseerd meedoet met dat picture thingy dat zich plotseling bij hem aandient.

Respect verkreeg hij toen hij in het satirische en gevreesde Have I Got News For You overeind bleef. Ook toen bij zijn eerste optreden een bandje werd gedraaid waarop te horen is hoe hij iets vreselijks doet. Vanuit de gevangenis vraagt zijn oude studievriendje Darius Guppy hem het adres van een lastige journalist op te zoeken om die in elkaar te laten slaan. Na lang aandringen buigt Boris en zegt: «OK, Darrie, I said I’ll do it and I’ll do it.» Johnsons reputatie wordt slechts gered doordat hij toch geen actie onderneemt. Hij is malle Boris, op de hoogte van de oude Griekse waarden, die inziet dat deze wereld en speciaal de politiek ook een beetje mal gedoe is. Over de politiek publiceerde hij afgelopen maand zelfs een boek. Seventy-Two Virgins gaat over de dag dat Bush Londen bezoekt. Het is een groteske die men schaterlachend uit kan lezen. De premisse is het absurde gegeven dat vier moslimterroristen ondanks hun onhandigheid en de staat van beleg die over Londen heerst toch succes hebben. De gebeurtenissen buitelen over elkaar heen, en uiteindelijk beginnen de terroristen een interactieve reality-tv-show met George W. Bush, waar de hele wereld naar kijkt en aan meedoet. Democraten en Conservatieven, Amerikanen en Engelsen – de schrijver hanteert het principe van gelijke monniken, gelijke kappen en maakt iedereen belachelijk,

Kan en wil Boris Johnson Prime Minister worden? Hij is een clown, een schertsfiguur die niet voor de politiek maar voor roem onder het tv-publiek heeft gekozen, een fat die vooral de vrouwtjes wil charmeren en van The Spectator een niet-serieus babbelblad maakte. Wie die mening wil horen, kan langs bij zijn collega’s in de Conservatieve Partij. Wie in Nederland woont en dus de opkomst van Pim Fortuyn zag, weet wel beter. Dit is het mediatijdperk. Denk ook aan Bush en Schwarzenegger.

In zijn boek Lend Me Your Ears kenschetst Johnson zijn politieke houding als: «vrije markt, tolerant, in het algemeen libertarian (maar waarschijnlijk niet ultra-libertair), geneigd de verdienstelijkheid van tradities te zien, anti-regularisatie, pro-immigranten, pro-op-je-eigen-benen-staan, pro-alcohol, pro-jagen, pro-automobilist en klaar om tot de dood erop volgt het recht te verdedigen van Glen Hoddle om in reïncarnatie te geloven».

Hij lijkt een vrijzinnig conservatief, die niet bang is buiten de traditionele bedding van de partij te treden. En dat zou wel eens de juiste tactiek kunnen zijn.

De Conservatieven zijn op sterven na dood. Onlangs werden ze zelfs bij lokale verkiezingen door de Liberal-Democrats en de rechtsere UK Independence Party naar de vierde plek verdrongen. Vooral het succes van de UKIP is reden voor partijleider Michael Howard om aandacht te besteden aan het rechtse deel van het electoraat. En daarover ontstaat dan weer gedoe op het partijcongres van deze week. Het is ook niet makkelijk met een partij waarvan de ene helft van de leden vindt dat de belastingen wél en de andere dat die juist niet verlaagd moeten worden. Deze week wordt Howard onder meer geconfronteerd met een voorstel tot belastingverlaging voor de armen.

Maar wat gaat Boris Johnson doen? Binnen de partij houdt hij zich rustig. Dat is verstandig gezien de reputaties van de Tories, een partij zo beroemd om het neersabelen van eigen mensen dat een zondagskrant deze week alvast het scenario voor na de volgende verkiezingen gaf, te weten: «14:00 uur, toegeven nederlaag; 15:00 uur, flat champagne drinken en proberen te lachen; 16:00 uur, gedetailleerde plannen opmaken om leider dolk in rug te stoten.»

Johnson is slim genoeg om te wachten tot na de aanstaande verkiezingen, wanneer Tony Blair voor de laatste maal een overwinning heeft geboekt en de Conservatieve Partij als een uitgeknepen vaatdoekje op de grond ligt. Dan komt het tijdperk-Boris.

Het is niet moeilijk te bedenken wat de tactiek zal zijn. Boris zei als reactie op de nederlaag bij de lokale verkiezingen: «We worden nog steeds gezien als uncool en onmodieus, als Marks & Spencer. We schijnen er gewoon niet in te slagen om voor de politieke consument het buzzy thing in de schappen te worden.»

Ontmoet politiek strateeg Boris Johnson. Een politicus die een column kan schrijven over the bottom van Victoria Beckham waarin hij opmerkt: «Onze samenleving wordt, net als de Tory Partij, meer vibrant, tolerant en progressief.»

Johnson bezit de allure die New Labour had toen het net aan de macht kwam. Hij vormt in verscheidene opzichten een spiegelbeeld van die beweging. Hij woont te midden van New Labourianen in Islington. Men heeft het over zijn slonzige kleding en morsige pakken, en volgens ouderwetse kledingcodes heeft men dan ook gelijk, maar volgens de nieuwe kledingcodes is Boris juist nonchalant hip. In Vanity Fair gefotografeerd ziet hij eruit als een popster. De reactie van jongeren op zijn verschijning doet denken aan het toenmalige enthousiasme voor Blair, dat samenhing met een tijdgeest die zich definitief bevrijdde uit de doemperiode van de jaren tachtig. Nu de jaren negentig definitief voorbij zijn, en de toekomst iets minder rooskleurig blijkt dan enkele jaren geleden, verpakt Boris die boodschap zacht en relativerend. En zoals Blair van Clinton leerde dat je wint door de agenda van je tegenstander deels in te pikken, speelt Boris Johnson af en toe leentjebuur bij New Labour. In een stukje waarin hij pleit voor verhoging van de maximumsnelheid schrijft hij: «Vergeet Tony Blair en zijn nare claim op burgerlijke waarden. Kom bij de Tories, die echt begrijpen wat burgerlijke waarden zijn en hoe die kunnen veranderen. Ja, cannabis is gevaarlijk, maar niet meer dan andere geheel legale drugs. Het is tijd voor bezinning, en de Tory Party – the funkiest, most jiving party on Earth – is where it is happening.»

Als Evelyn Waugh in Brideshead Revisited de eerste ontmoeting van Charles Ryders met Lord Sebastian Flyte beschrijft, staat er: «He was the most conspicious man of his year by reason of his beauty, which was arresting, and his eccentricities of behaviour which seemed to know no bounds (…) I was struck less by his looks than by the fact that he was carrying a large Teddy-bear.»

Dat is Boris Johnson: een Engelse kostschooljongen uit de jaren twintig. Licht excentriek, beetje pompeus, altijd in een goed humeur en met oog voor de goede kanten van het leven.

Deze associatie met Waughs mede-Etonian Sebastian is niet toevallig. Bij diens dood zei Johnson: «Ik denk dat hij op een bepaalde manier een ideologische voorloper was van de hele anti-nanny state en anti-politieke correctheid-houding. Hij was van grote invloed op mij.»

Het motto van Boris Johnsons fanclub luidt Et in Henley ego, en ook dat is niet toevallig een variant van de uitspraak die tevens het motto is van het eerste deel van Brideshead Revisited: Et in Arcadia ego. Het verlangen naar een Arcadië is een van de kenmerken van het Engels-zijn, zoals cultuurhistoricus Michael Bracewell beschrijft: «In de ziel van Englishness is er een behoefte om terug te kijken naar een geïdealiseerd verleden, en Arcadië, als de moeder en vader van onze teloor gegane onschuld, wordt herinnerd met de sentimentele nostalgie van de kinderlijkheid: de volwassen reflex die in tijden van crisis ernaar verlangt de bescherming en zekerheid van de kindertijd te doen herleven. Innig verbonden met Arcadië op het Engelse platteland, kunnen we weer kinderen worden.»

Dat is wat Boris Johnson uitstraalt als hij stotterend en zich verexcuserend voor een zaal staat.

«Een Engelse gentleman», zegt bij zo’n optreden een dame tegen de verslaggever van Vanity Fair. «Hij is een fop», legt haar dochter uit: «Dat is een soort meisjesachtige man, maar op een goeie manier. Lief. Hij is een Teddybeer. En kijk naar hem – zo’n onopgemaakt bed. En die slaperige ogen. Een beetje van: ‹O, o, wat is er gebeurd? Ik ben net wakker.› Die complete obliviousness. Het is sexy, eigenlijk. Hij is Hugh Grant.»