Het Europese voetbal is een miljardenindustrie geworden

Clubs hebben elkaar als gekken opgejut

Het Arnhemse Vitesse is sinds de overname door een Georgische investeerder onderdeel van het beruchte netwerk van Roman Abramovich, eigenaar van Chelsea.

IN AUGUSTUS 2010 werd Vitesse als eerste Nederlandse voetbalclub overgenomen door een buitenlandse eigenaar. Merab Jordania, een Georgiër met een schimmig verleden, beloofde de noodlijdende club uit Arnhem met zijn investeringen binnen drie jaar kampioen te maken en sprak zelfs over winst in de Champions League. De overname door Jordania is symbolisch voor het hedendaagse Europese voetbal. Een miljardenindustrie, die behalve veel publiek en sponsors ook veel fout geld aantrekt en steeds meer verandert in een speeltje van de ultrarijken.
‘Eigenaar zijn van een club brengt bijzonder grote voordelen met zich mee’, weet Maarten Fontein. 'Het levert in de eerste plaats heel veel status op omdat voetbal verreweg de grootste sport ter wereld is. Maar daarnaast is het een ingang naar de politieke macht en de wereld van de celebrities. Want in de business lounge van je club kom je iedereen die een beetje belangrijk is tegen.’ Als directielid van Ajax maakte Fontein kennis met de voetbalwereld, inmiddels werkt hij bij AZ en is hij daarnaast druk met functies binnen de Fifa en de European Club Association. Veel geheimen zijn er voor hem niet meer, ook niet over de duistere kanten van de sport: 'Alles waar veel geld omgaat trekt grijze en zwarte figuren. Dus ook het voetbal. Dat is niet leuk, maar het is een fact of life. Een gegeven dat in landen als Italië, Spanje en vooral Engeland al veel langer duidelijk is.’ En dat met de komst van Jordania nu ook in Nederland aan de orde is.

IN 2003 werd de steenrijke Russische oligarch Roman Abramovich, die zijn miljarden verdiende met oliehandel, eigenaar van de toen noodlijdende Londense club Chelsea. Hij betaalde een symbolisch bedrag van één euro aan de vorige eigenaar, met de belofte dat hij de club naar de Europese top zou brengen. Hoewel sceptici beweerden dat succes in het voetbal niet te koop is, bewees Abramovich het tegendeel. In de loop van de jaren investeerde hij honderden miljoenen in Chelsea, dat gesterkt door het grote geld de prijzen aaneen reeg. Terwijl de club voor het aantreden van Abramovich slechts eenmaal kampioen van Engeland werd, behaalde ze onder leiding van de Rus al drie nationale titels. Bovendien groeide het relatief kleine Chelsea uit tot een van de grootste clubs van Europa. Driemaal werd de halve finale van de Champions League behaald en een keer de finale, die met penalty’s werd verloren. Een zwarte bladzijde voor Abramovich, die niets liever wil dan de cup met de grote oren toevoegen aan zijn prijzenkast. Want de status die de winst in de Champions League in de wereld van het voetbal maar ook ver daar buiten oplevert is onbetaalbaar.
Het succes van Abramovich leidde tot een toestroom van private investeerders in de voetbalwereld, vooral in de Engelse Premier League. Oliesjeiks uit het Midden-Oosten, zakentycoons uit Amerika, Engeland en de Arabische wereld, een oud-premier van Thailand - bijna elke Engelse club heeft inmiddels een rijke buitenstaander aan het hoofd staan. 'Engeland is verreweg de populairste competitie ter wereld en trekt daarom de rijkste investeerders aan’, zegt Maarten Fontein. 'Overal waar je komt staat Engels voetbal aan. Of het nou Afrika, Azië of Zuid-Amerika is. Het heeft veel meer aanzien dan het Franse of het Italiaanse voetbal.’ De miljarden van de eigenaren, en de volle tribunes, trekken de beste spelers aan.

HOE IDEAAL is deze situatie? In 2007 schreef de Europese Commissie een witboek over sport in Europa. Een van de onderwerpen in het document is de infiltratie van de onderwereld in het voetbal. De sport, zo valt te lezen, wordt onder meer gebruikt voor het witwassen van geld, illegale gokpraktijken, drugshandel en kinderhandel. Twee jaar later verscheen een rapport van de Financial Action Taskforce, Money Laundering Through the Football Sector, waarin precies wordt beschreven hoe het geld wordt witgewassen. En hoewel er geen bewijs bestaat, zijn er sterke vermoedens dat ook een deel van de eigenaren in Engeland zich aan dergelijke praktijken schuldig maakt.
Iwan van Duren is al tien jaar redacteur van Voetbal International, het grootste voetbaltijdschrift van Nederland. De laatste twee jaar heeft hij zich bijna fulltime verdiept in de schimmige praktijken achter de schermen: 'Je kunt de witwaspraktijken nooit hard maken, maar het blijft onduidelijk waar het geld van bijvoorbeeld Abramovich vandaan komt. Het vermoeden van de autoriteiten dat hij op grote schaal geld witwast lijkt niet ongegrond. Het gebeurt allemaal heel slim. Hij heeft een netwerk aan clubs gecreëerd, met bevriende eigenaren, en die verkopen en verhuren telkens spelers aan elkaar. Op die manier worden de miljoenen constant heen en weer geschoven en wordt het geld steeds witter.’
Het geschuif met geld wordt gemakkelijk gemaakt doordat niemand in het voetbal vraagtekens stelt bij absurde transferbedragen. Want wie bepaalt de waarde van een speler? Van Duren: 'Aan het einde van de afgelopen transferperiode haalde Chelsea redelijk onverwacht nog twee spelers voor heel veel geld binnen. Fernando Torres, die al anderhalf jaar slecht speelt, werd voor 58 miljoen gekocht van Liverpool. Voor David Luiz van de Portugese grootmacht Benfica betaalde de club 25 miljoen. Absurde bedragen. Je kunt je afvragen of het inderdaad ging om de spelers of om het schuiven met geld.’
Interessant detail aan de transfer van David Luiz was de rol van het Nederlandse Vitesse. De club huurt dit seizoen verdediger Nemanja Matic van Chelsea, maar moet hem aan het einde van het seizoen afstaan aan Benfica. 'Dat is onderdeel van de deal tussen Chelsea en Benfica geweest. Daarmee zien we meteen wat de rol van Vitesse is in het netwerk.’
Al snel na de overname van Vitesse rezen er vermoedens dat Jordania niet zelfstandig opereerde, maar in opdracht van Abramovich. De Rus zou van de Arnhemse club graag een handelshuis maken; een dependance van Chelsea, waar spelers in de etalage kunnen worden gezet. Hoewel alle betrokkenen ontkennen, werd de selectie van Vitesse al snel aangevuld met een aantal huurlingen van Chelsea. Het lijkt duidelijk dat Vitesse onderdeel is geworden van het beruchte netwerk van Abramovich. Een ontwikkeling die Bert van Oostveen, directeur betaald voetbal van de KNVB, met de nodige huiverigheid volgt. 'Maar we kunnen niet veel doen. Toen bekend werd dat Jordania Vitesse wilde overnemen hebben we als KNVB meteen een onderzoek ingesteld, maar wij hebben niet de middelen om echt goed te graven. We konden aan de oppervlakte dan ook niets vinden. Als dat wel zo was geweest, hadden we het weer kunnen doorspelen naar bijvoorbeeld de Fiod, die wel een echt opsporingsapparaat heeft.’
Niet alleen de onbekende oorsprong van het geld baart Van Oostveen zorgen. Hij vreest dat de club op deze manier zijn identiteit en daarmee de binding met de regio en de fans verliest. 'Vitesse is een mooie club, met een rijk verleden, een heel goede jeugdopleiding en een eigen identiteit. Als er ineens een eigenaar uit Georgië komt die nog nooit eerder bij de club is geweest, kun je je afvragen of hij op termijn het beste voor heeft met de club. Het zou natuurlijk kunnen van wel, maar je weet het niet. Door Vitesse te gebruiken als dependance van Chelsea gaat een deel van de identiteit van de club verloren. Daardoor verlies je binding met je supporters en met je afkomst. Terwijl die heel belangrijk zijn voor een club. Begrijp me goed, ik ben op zich niet tegen rijke investeerders, maar het wordt wel een probleem als ze het binnen de club ook nog voor het zeggen hebben. Hypothetisch gezien kan Jordania de schuldenlast van de club flink laten oplopen om zelf op elk gewenst tijdstip zijn biezen te pakken en de club zo aan zijn lot over te laten.’
Een scenario dat vergelijkbaar is met dat van AZ na de val van Dirk Scheringa. Van Oostveen: 'AZ was achteraf gezien ook te afhankelijk van Scheringa. Maar daar wisten we in ieder geval wel dat Scheringa bij wijze van spreken in een AZ-pyjama sliep en uit liefde voor de club handelde. Zoals dat ook het geval is met Frans van Seumeren, eigenaar en investeerder van FC Utrecht. Ook daar kun je twijfels hebben of het wel een ideale situatie is, maar het doel van de eigenaar is veel transparanter dan bij Vitesse het geval is.’

NAARMATE private investeerders een grotere rol krijgen in het voetbal dringt de vraag zich steeds meer op of dit wenselijk is. Het verhaal van AZ is bekend. Maar een vergelijkbaar geval deed zich al voor bij Vitesse, dat in de jaren negentig onder leiding van de rijke zakenman Karel Aalbers de Nederlandse top bestormde om na zijn val diep weg te zakken. Een periode die de club nog altijd niet te boven is. Ook Feyenoord maakte het mee met Jorien van den Herik. Zijn geld en bemoeienissen luidden uiteindelijk de huidige crisis binnen de club in. Minstens zo problematisch zijn de enorme schulden bij grote clubs als Chelsea, Liverpool, Manchester United, Barcelona, Real Madrid en AC Milan. Want terwijl de rijke eigenaren er grote bedragen inpompen, gaat er uit opportunisme vaak nog veel meer uit. Chelsea had eind 2009 een schuld opgebouwd van 375 miljoen euro, Liverpool van 320 miljoen en Manchester United stond een jaar geleden zelfs achthonderd miljoen in het rood.
Voor de supporters van Manchester United is de maat vol. Zij voerden het afgelopen jaar hevige protesten tegen de Amerikaanse Glazer-familie die eigenaar is van de club. Ze zijn niet alleen boos over het financiële beleid, maar ook over het gebrek aan kwaliteit in de spelersgroep en de intentie om het trainingscomplex en op den duur zelfs stadion Old Trafford te verkopen. Hart voor de club ontbreekt, de investering in de club is niets meer dan een zakelijke onderneming. Voor een groep vermogende fans reden om een overnamebod te doen van 1,2 miljard euro. Het bod werd afgewezen, maar de problemen van de club en die tussen de eigenaren en de supporters werden er niet minder om.

DAT HET OOK anders kan, bewijst FC Twente. De club werd in 2003 bijna failliet verklaard, maar is acht jaar later de gezondste van het land. Bovendien werd vorig jaar de eerste landstitel uit de 45-jarige geschiedenis behaald. En dat zonder suikeroom, maar met hard werken, warmte en verstand. Zoals dat van Gerard Oude Vrielink, commissaris en erelid van FC Twente. 'Als Abramovich hier morgen met een zak geld op de stoep zou staan en ons beloofde de Champions League te winnen, dan zouden we hem nog de deur wijzen. Want als de warmte en het netwerk van de club worden verstoord, ben je ter ziele opgeschreven. Daar ben ik van overtuigd.’
Oude Vrielink was een van de drijvende krachten achter de recente hervorming van de club, waarbij men zich liet leiden door drie uitgangspunten: voetbal, ambiance en solidariteit. 'Een voetbalclub moet van het volk zijn. Die gedachte staat bij ons centraal. We hebben de afgelopen jaren heel hard gewerkt aan onze binding met de regio, met de samenleving, maar zeker ook met de supporters. Toen wij het nieuwe stadion hebben uitgebreid kregen onze twee belangrijkste supportersgroepen bewust een grotere ruimte ter beschikking dan voorheen.’
De fans zijn dan ook in meerdere opzichten de zuurstof voor een club. Ze vullen de tribunes, kopen voor veel geld kaartjes, shirtjes en andere merchandise, en blijken soms ook nog te willen investeren in hun club. Sponsors zijn vaak lokale ondernemers die iets willen bijdragen aan hun club, in ruil voor een mooie skybox of business-seat op de tribune. Oude Vrielink: 'Wij zijn altijd een uitnodigende club geweest met veel trouwe fans. We hebben strikte normen en waarden en houden ons daaraan. En dat heeft zich in onze moeilijke periode uitbetaald. Er is toen niemand afgehaakt. Het was toen ook erg fijn dat we niet afhankelijk zijn van een paar grote geldschieters, maar een breed financieel draagvlak hebben. Dat geeft veel zekerheid.’
Na de hervormingen is FC Twente in een bijzondere opwaartse spiraal terechtgekomen. Met liefde en beleid werd de organisatie opnieuw opgebouwd, er werden samenwerkingsverbanden aangegaan met het ROC van Twente, de Saxion Hogescholen, de Universiteit Twente en drie grote woningcorporaties in de regio. Ook werd de stichting Scoren in de Wijk opgericht en volgden er projecten onder meer gericht op probleemjongeren en hun terugkeer naar de werkvloer of in het onderwijs. Daarnaast kwam er een gezond en efficiënt technisch beleid op voetbalgebied. De vriendelijke en sociale uitstraling zorgde voor een almaar groter wordende populariteit en de prestaties op het veld verbaasden vriend en vijand. Die twee ingrediënten samen zorgden voor een chemische reactie, met het kampioenschap en de daarop volgende massale volksfeesten op de A1 als gevolg. En dat met een begroting van 36 miljoen euro, iets meer dan de helft van het bedrag waar Ajax mee werkt en waarmee het ver buiten de top-honderd van Europese clubs valt. FC Twente wordt door velen dan ook gezien als voorbeeld van het nieuwe voetbal.

OP EUROPEES niveau wordt hard gewerkt om de sport weer in het gareel te krijgen. Michel Platini, de Franse oud-stervoetballer, voerde als voorzitter van de Uefa onlangs strenge regels in over de financiële huishouding van clubs. Zo mogen de rentelasten over de schulden niet zo hoog zijn dat de club ze niet uit eigen middelen kan betalen en mag extern geld alleen worden geïnvesteerd in de structuur van de club en in de jeugdopleiding. Spelers kunnen dus alleen worden gekocht van geld dat echt door de club verdiend is. Minstens zo belangrijk is de regel dat de salariskosten niet hoger mogen zijn dan zestig procent van de totale begroting. Dat is nu wel eens anders. In Nederland kwamen veel clubs in het betaald voetbal de laatste jaren in problemen door veel te hoge salariskosten. In Engeland zijn die bedragen nog vele malen hoger.
Fontein is blij dat hier een eind aan lijkt te komen. En, zegt hij, dat zijn de geldschieters zelf ook: 'In de strijd om de punten en om de beste spelers hebben clubs elkaar de laatste tien jaar als gekken opgejut. Transferbedragen en salarissen werden steeds hoger. Ondanks de enorme bedragen uit de verkoop van tv-rechten, kaartverkoop en sponsoring zijn de schulden steeds groter geworden. Zo groot dat in Europa veel clubs op de rand van een faillissement staan en dat eigenaren als Abramovich of Berlusconi, de eigenaar van AC Milan, met hun handen in het haar zitten. Ook zij willen dat dit ophoudt. Om de concurrentie voor te blijven en te voldoen aan de verwachtingen van de fans en de buitenwacht trekken ze steeds maar weer hun portemonnee. Denk je dat de familie van Berlusconi het leuk vindt dat het geld allemaal aan spelers wordt uitgegeven? Die houden het liever in de familie. En Abramovich kwam zelf naar ons toe met de vraag of we kunnen voorkomen dat hij zijn hele vermogen in Chelsea moet stoppen.’
Maar zou het niet nog mooier zijn als het Europese voetbal helemaal uit handen blijft van het zwarte en grijze volk? 'Zeker’, vindt Bert van Oostveen. 'We zijn aan het kijken of we in Nederland met alle clubs uit het betaalde voetbal regelgeving of een convenant kunnen opstellen die de invloed van rijke eigenaren beperkt. In Duitsland is elke club verplicht voor 51 procent in handen van de vereniging. Daardoor is het onmogelijk dat een enkeling de macht grijpt. Een nadeel is dat clubs daardoor heel traag opereren.’ Van Oostveen denkt daarom aan een variant tussen het Duitse en het Engelse model in. 'Bovendien wil ik dat we in de toekomst wel degelijk kunnen onderzoeken of het geld dat wordt geïnvesteerd schoon is. Daarmee schrik je al veel foute types af.’
Maar of dat ook op Europees niveau haalbaar is, valt te betwijfelen. 'Het is een illusie om te denken dat je er iets aan kunt doen’, zegt Iwan van Duren. 'In veel landen vinden ze het namelijk wel prima en hoeven ze echt niet te weten waar het geld vandaan komt.’