Cobra = geld

Afgelopen zondag mocht schilder Corneille het weer eens zeggen op het NOS-journaal. Want afgelopen weekend was het vijftig jaar geleden dat Cobra was opgericht. Corneille nam de gelegenheid te baat om te zeggen dat het nu maar eens en voor altijd duidelijk moest zijn wie nu wel Cobra was en wie niet.

Op wie doelde Corneille? Waarschijnlijk vooral op Lotti van der Gaag. Een paar jaar geleden werd de beeldhouwster in een catalogus van het Stedelijk Museum tot Cobra gerekend. Corneille schreef een woedende brief: ‘Dit is een ernstige geschiedenisvervalsing’, en: 'Je mag ook geen stinkwater onder de naam Dior verkopen.’
Lotti van der Gaag nam niet aan de Cobra-tentoonstellingen van vijftig jaar geleden deel. Maar ze woonde eind jaren veertig wél met Appel en Corneille in het legendarische huidenpakhuis aan de Parijse Rue Santeuil, het epicentrum van de Hollandse experimentelen. Haar eigenzinnige beelden van klei en gips doen in hun vormentaal onmiskenbaar denken aan de woeste kwaststreken van de Cobra-voormannen. Vandaar dat Wim Beeren haar 'cobraïste pur sang’ noemde. En dat Cobra-specialiste Willemijn Stokvis in latere drukken van haar standaardwerk over de experimentelen toegaf dat ze een 'ernstige omissie’ had gemaakt: Lotti van der Gaag is wel degelijk Cobra. Stokvis had zich, naar eigen zeggen, laten verblinden door het mannelijke 'oerinstinct’ dat de creativiteit van vrouwen straal negeert.
Wat bezielt Corneille dan toch? Als je de boze brief leest die hij het Stedelijk stuurde, blijkt het vooral een kwestie van geld. Cobra is een merknaam geworden en iedereen weet: iets waar een merk op prijkt, brengt meer op. In de woorden van Lotti van der Gaag: 'Cobra is gewoon een wasmiddel geworden.’