Coc (1)

Het artikel over het COC in De Groene van 10 juni heeft mijn ergernis over de huidige homobeweging in Nederland nog eens versterkt. Er is geen enkele vorm van discussie meer over wat homo-onderdrukking nu eigenlijk inhoudt. Er heerst een onverteerbare tevredenheid in kringen van homoseksuele mannen en lesbische vrouwen met de bestaande situatie.

Een situatie waarin absoluut geen sprake is van bevrijding, waarin homofobie en heteroseksisme niet meer het primaat van de overheid zijn, maar hun plek vinden in de oncontroleerbare onderbuik van de samenleving.
Een groot deel van het sociale leven van homo’s en lesbo’s vindt plaats in een van de heteroseksuele samenleving gescheiden getto. Daar is in dertig jaar homostrijd geen verandering in gekomen. Daar zullen gelijke rechten, waaronder het recht te trouwen, geen einde aan maken. De kern van dit verhaal is dat de heteroseksuele samenleving te vijandig is, niet openstaat en niet kan omgaan met homoseksuele mannen en lesbische vrouwen.
Maar de homobeweging houdt zich stil. Zo'n Van Dijke wordt nog aangepakt als hij duidelijk over de schreef gaat, het openstellen van het burgerlijk huwelijk wordt binnengehaald, maar waar het om gaat is dat homoseksualiteit nog steeds wordt beschouwd als tweede keuze. We moeten ons niet blijven verdedigen met het argument dat de maatschappij zich geen zorgen hoeft te maken, dat we niet gevaarlijk zijn, dat alleen homo’s en lesbo’s homoseksueel worden.
De theorie dat wij een minderheid zijn die ook rechten heeft, levert alleen iets op voor mensen die al homo zijn. Het laat kinderen en jongeren van nu - de toekomstige potten en flikkers - heteroseksistische modellen zich eigen maken die ze misschien hun hele leven niet meer kwijtraken.
Er zijn er nu meer van ons dan honderd jaar geleden, zelfs meer dan veertig jaar geleden. En in de toekomst zullen er nog meer homoseksuelen zijn. Wie beweert dat seksuele oriëntatie op jonge leeftijd wordt bepaald en dat de vele zichtbare homo’s en lesbo’s in de media, op tv en op school geen invloed hebben op de identiteit van jongeren, die zit fout.
Rotterdam, PAUL MEPSCHEN