H.J.A. Hofland

Cockpit overhoop

NEW YORK – In deze stad wordt niet over onze beroemde film gepraat of geschreven. Ik kwam veilig aan op Kennedy Airport, las de kranten, keek naar de televisie, sprak mijn Amerikaanse vrienden. Geen woord over Geert Wilders. Onveranderlijk ging het over Hillary Clinton, Barack Obama en John McCain, en daarna ook nog over Irak, de koersen op Wall Street, de crisis in het onderwijs en de gezondheidszorg en wat de nieuwe president zal moeten doen om de puinhopen op te ruimen. Driekwart van de kiezers gelooft dat het land op de verkeerde weg is. De drie overgebleven kandidaten voor het presidentschap proberen het volk aan het verstand te brengen dat ze stuk voor stuk de beste plannen hebben.
Clinton en Obama zijn in een strijd verwikkeld die op een hondengevecht begint te lijken. Barack heeft gebrek aan ervaring, zegt Hillary. Om te bewijzen dat ze een veterane is, heeft ze een verhaal verteld over haar avonturen tijdens de oorlog in Bosnië. Toen ze uit het vliegtuig stapte, werd ze beschoten door sluipschutters, moest rennen voor haar leven. Jammer genoeg was er een filmpje van haar aankomst. Vrolijk lachend zie je haar naar de auto lopen. Dat was al een nederlaag, maar de New York Post, het dagblad van de Hillary-haters, liet het er niet bij zitten. Maandag opende de krant over de hele voorpagina dat het Bosnische volk woedend is op Hillary, vanwege haar ‘verschrikkelijke leugen’. Daarna volgen er nog twee pagina’s toelichting. De Post hoort tot het conservatieve media-imperium NewsCorp van Rupert Murdoch.
Ik noem het incident om te illustreren hoe rauw het er in een Amerikaanse verkiezingscampagne aan toegaat. Nog zeven maanden te gaan. Obama ligt voor, maar Clinton heeft laten weten dat ze zal vechten tot het bittere einde. Mij best, zegt Obama. Hoe meedogenlozer de Democratische kandidaten elkaar bij de strot hebben, hoe meer dat afbreuk doet aan hun geloofwaardigheid en hoe beter het er voor de Republikein McCain uitziet.
Onder een aantal van McCains medestanders voltrekt zich een opmerkelijke wending. Toegewijde bushisten van het eerste uur beginnen uit een ander vaatje te tappen. In de International Herald Tribune wijst de conservatieve columnist David Brooks erop dat McCain zich al in 1983 verzet heeft tegen president Reagan toen die het Congres toestemming vroeg om mariniers naar Libanon te sturen. Hij kreeg gelijk. Een maand nadat de mariniers aan wal waren gegaan, volgde er een terroristische aanval waarbij 241 Amerikanen werden gedood. McCain steunde de aanval op Irak, maar niet de manier waarop de oorlog werd gevoerd, zoals hij in november 2003 in een toespraak liet weten. Vorige week hield hij een rede waarin hij terugkeer naar de diplomatie bepleitte, in de traditie van onder anderen Dean Acheson, John Kennedy en Ronald Reagan. Hij denkt erover een Bond van Democratieën op te richten.
Brooks is niet de enige die een ommezwaai maakt. In The New York Times schreef de neoconservatieve profeet William Kristol een artikel waarin hij McCain de raad geeft al zijn krachten te wijden aan een hervormingsagenda. Alles moet erop: Wall Street, belastingen, onderwijs, kredietverlening, alles ten behoeve van een ‘kapitalisme-vriendelijke’ samenleving. Brooks en Kristol, twee van de velen die het lang met Bush hebben uitgehouden. Maar er zijn grenzen.
Blijft over: Irak. McCain heeft al eerder laten weten dat de Amerikanen er desnoods nog honderd jaar moeten blijven. Dat lijkt een overmaat van retorische vastberadenheid. Clinton en Obama willen er in uiteenlopend tempo zo vlug mogelijk weg, wat meer in overeenstemming is met de wensen van de meerderheid. Intussen blijft de werkelijkheid van Irak ondoorgrondelijk. De ontluikende burgeroorlog in Basra en Bagdad tussen de regering van Al-Maliki en de sjiitische militie van Al-Sadr is voorlopig bedwongen, met verlies aan prestige van de Iraakse premier, en volgens geruchten dankzij de tussenkomst van bemiddelaars uit Iran, de gezworen vijand van Washington. President Bush houdt vol dat het de goede kant op gaat, zoals door het einde van deze strijd (150 doden) opnieuw wordt bewezen. Volgende maand zal generaal Petraeus, opperbevelhebber van de surge, dit opnieuw bevestigen.
Intussen is er weer een boek over de oorlog verschenen, No End in Sight van Charles Ferguson, die er eerder een film over maakte. Een verschrikkelijk verhaal over de strijd in de sloppen en stegen. ‘Irak is geen Vietnam waar we konden vertrekken zonder ons bezorgd te maken over de gevolgen. Hier heeft Amerika de cockpit van de wereldeconomie overhoop gegooid en het vliegtuig gaat in spiralen naar beneden.’ Die conclusie heeft in de verkiezingsstrijd nog geen rol gespeeld.