Politiek sonnet

Code rood

Rood waas: ik zie een Marokkaan met tas,

hij is nog jong. Bewust de trein gemist?

Verdomd. Hij lijkt mij boos. Een terrorist!

Heb ik mij nu vergist? Ben ik straks as?

Was niet de terroristencode: rood?

Wat nu? Moet ik dan niet meer met de trein?

Zwicht ik dan voor het terroristenbrein?

Voor wie moet ik nu bang zijn als de dood?

De code rood loopt door de maatschappij.

Stoplicht op het integratiekruispunt.

Wie is de vijand, wie is vreemd van mij?

De angst die heeft het steeds op mij gemunt.

Ik weet niet waar de vrijheid grenzen kent.

Wie Paranoia heet, die wordt verwend.