Collectief

In haar Teledoc De mooiste jongen van de klas vroeg Suzanne Raes zich af waar het vanzelfsprekende idealisme in woord en daad was gebleven waarmee zij en haar klas- en buurtgenootjes in de jaren zeventig waren opgevoed.

Haar generatie is dan misschien niet onverschillig geworden inzake grote maatschappelijke problemen, maar hun geloof in maakbaarheid is beduidend kleiner en hun passiviteit navenant groter. Er sprak heimwee uit en een zeker schuldgevoel. Collega-filmers Aliona van der Horst en Hens van Rooij raakten eind 2011 gefascineerd door de snel opkomende Occupy-beweging en hun Amsterdamse vestiging op het Beursplein. Ze wilden vastleggen wat daar gebeurde maar konden dat niet alleen aan. Dus nodigden ze andere documentairemakers uit, onder wie, niet toevallig, Raes.

Het werd een zevenkoppig filmerscollectief (hoe ‘jaren zeventig’ wil je het hebben?). Filmers die in hun zorg over de wereld, van ontspoord flitskapitalisme tot klimaatbedreiging, verwant zijn aan de tentslapers en vanuit sympathie werkten. Eindelijk nieuw elan bij jongeren, eindelijk een mogelijkheid iets te doen – in hun geval het professioneel vastleggen van deze idealistische actie. Het resultaat, Don’t Shoot the Messenger, is interessant: betrokkenheid leidde niet tot pamflet. Hun participatie leverde vertrouwen en dus letterlijke en figuurlijke toegang. Hoewel het geen uitgesproken auteursfilm met overduidelijke handtekening kon worden voelt het resultaat toch als een geheel, de reportage overstijgend. Ongetwijfeld zal de totstandkoming veel overleg en discussie vereist hebben en daarin afspiegeling zijn geweest van wat zich op het Beursplein afspeelde. Maar dan toch flauwe afspiegeling en met beduidend concreter resultaat.

De film heeft als ruggengraat vier Beurspleiners van het eerste uur, die tijdens maanden actie regelmatig gevolgd zijn, hun opvattingen en ervaringen met ons delen en in retrospectief commentaar leveren. Zij omkaderen een chronologisch overzicht, van de euforische beginperiode tot het letterlijk en figuurlijk leeglopen. Ondanks die teleurstelling gaan ze door met hun strijd, maar dan individueler en op beperkter terrein – van beeldende kunst tot het redden van bijenvolken. De sympathie van de filmers valt te begrijpen. En onverschilligheid en cynisme behoren zeker tot de Zeven Hoofdzonden.

Maar wat zich op het Beursplein afspeelde was naast blijstemmend ook wanhopig makend. Dan bedoel ik niet de stuitende agressie en redeneertrant van dronken corpsballen en minder welgesteld gajes – buitengewoon raak gefilmd. Noch dito berichtgeving door PowNews. Maar de wetmatigheden van zulke basisdemocratische bewegingen zelf waarin zinnigen en zonderlingen elkaar op voet van gelijkheid dienen te behandelen en waar oorzaken en oplossingen voor Alles gevonden dienen te worden in dus Allesomvattende analyses en voortdurend overleg. Met rituelen die binding moeten bevorderen (het in koor herhalen van elke zin van een spreker). Occupy wilde niet aan de ideologische dogmatiek van menige jaren-zeventiggroep, wat begrijpelijk is maar het geheel ook vager maakt. Behalve dan dat zij tegen het Kwaad en voor het Goede zijn. Wie decennia geleden activisme bedreef of meemaakte zal ondanks verschillen veel herkennen, en soms vertederd, soms beschaamd of geërgerd toekijken. Dat maakt hun soms te simplistische gelijk niet kleiner. De mislukking van Occupy stemt niet vrolijk. Wat zij roofkapitalisme en milieuterrorisme noemen gaat onverminderd voort. En de tegenstander is vaak moeilijk te traceren. Aanstaande maandag brengt de vpro The Wall Street Code over de technologie van financiële markten, door computers overgenomen en door bijna geen mens meer begrepen – hoe concreet en diffuus tegelijk kan een vijand zijn?

Aliona van der Horst, Fabie Hulsebos, Suzanne Raes, Hens van Rooij, Sanne Rovers, Mario Steenbergen, Yan Ting Yuen, Don’t Shoot the Messenger, NCRV Dokument, 4 november, Nederland 2, 22.55 uur