Collectief individualisme

Als je dan zo graag op sociale media female empowerment wilt propageren, waarom dan geen foto van je buurvrouw?

Hoe verbind je je aan de strijd? Hoe laat je zien dat je betrokken bent, solidair, dat je in deze tijd, waarin alles lijkt te draaien om het verfraaien en verkopen van het eigen ik, juist zo graag jezelf opzij wilt zetten voor de hogere zaak? Hartjes en likes zijn niet genoeg, je wilt actief laten zien waar je voor staat. Maar hoe doe je dat?

Door op sociale media een foto van jezelf te plaatsen, zo bleek vorige week. Womensupportingwomen is de hashtag, gecombineerd met #challengeaccepted, want je moet wel gevraagd worden om mee te doen. Op Instagram plaatsten al meer dan acht miljoen vrouwen een selfie in stemmig zwart-wit, mooi belicht, genomen vanuit de goede hoek (nee, niet van onderen!), vaak geretoucheerd, met zinnen erbij als: ‘Spread Love not Hate’ en ‘Lift each other up’. Het idee is dat je met zo’n selfie bijdraagt aan ‘female empowerment’. Volgens een vertegenwoordiger van Instagram begon de hashtag bij een Braziliaanse journaliste, anderen weten zeker dat de oorsprong in Turkije ligt en geweld tegen vrouwen daar aanklaagt. Op Twitter suggereerde iemand dat een hashtag die feminisme reduceert tot foto’s van mooie vrouwen ongetwijfeld door een man is bedacht.

Dit is wat er voortdurend gebeurt, vooral in reclames: beelden corresponderen niet met de verkondigde inhoud. ‘Proef Karakter’ is de uitsmijter van een Grolsch-reclame die momenteel op tv is, maar wat we zien is het meest uitgeholde cliché over eigenzinnigheid denkbaar: een meisje dat danst in de regen. ‘Date karakter, geen profiel’, spreekt datingapp Inner Circle ons toe via posters in de stad, met daarop een uiterst aantrekkelijke profielfoto. In een nieuwe campagne beweert tandpastamerk Colgate zelfs te tonen ‘hoe een dappere glimlach een kracht is om vooroordelen en tegenspoed in de wereld te bestrijden en hoe je de held van je eigen leven kunt worden’. Vergeet vooral ook niet te flossen.

Woord en beeld botsen overal, ze spreken elkaar tegen, hollen elkaar zo uit en ergens in je hoofd ontstaat kortsluiting bij al die tegenstrijdigheid, dat moet haast wel.

Als je dan zo graag op sociale media female empowerment en sisterhood wilt propageren, waarom dan geen foto van je beste vriendin, je buurvrouw, of je grote inspiratiebron? Of nog beter: waarom geen foto van een vriendinnengroep? Degene die ik het langst heb, bestaat uit elf personen en al liken ze zelden mijn berichten op sociale media, omdat ze er niet op kijken, er niet op zitten, of het andere uiterste, omdat ze zelf een halve influencer zijn en de almachtige algoritmen mij ergens onderaan doen bungelen op hun tijdlijn: in het echte leven is er geen mijlpaal die we niet hebben gevierd, geen ruzie die we niet hebben gemaakt, en zijn zij mijn steun en toeverlaat.

Sociale rechtvaardigheid wordt gereduceerd tot een streling van het eigen ego

Of misschien is dit nog een beter idee: plaats foto’s van Haneen Hossam en Mawada al-Adham. Zij werden op 28 juli, de dag dat ook #womensupportingwomen viraal ging, in Egypte veroordeeld tot twee jaar gevangenisstraf en een geldboete wegens het schenden van ‘familiewaarden’ in hun TikTok-video’s. In die video’s waren ze volgens de rechtbank te sexy en riepen ze jongeren op hun voorbeeld te volgen.

Daar kun je veel van vinden, maar deze rechtbank begrijpt in ieder geval wel de invloed van sociale media. De meeste jongeren vormen immers in steeds grotere mate hier hun wereldbeeld. Ze komen er in aanraking met nieuwe ideeën, nieuwe beelden en nieuwe rolmodellen. En dat is mooi, zoals het adagium luidt: you can’t be what you can’t see. Alleen geldt het omgekeerde ook, als de beelden te veel op elkaar beginnen te lijken: je wordt wat je steeds weer ziet.

De hashtag womensupportingwomen reduceert sociale rechtvaardigheid tot een streling van het eigen ego, het spreekt de beeldtaal die overal al heerst, die van collectief individualisme en strijd. Precies zoals dat in reclames gebeurt. En toch zijn er tegelijkertijd ook heel veel lichtpuntjes op sociale media, met accounts die de wereld wél opengooien. In Egypte deden Hossam en al-Adham dat kennelijk. Voor mij heeft het extreem populaire Facebook-account Humans of New York zo’n effect.

Ooit begonnen als fotoblog van markante koppen is dit nu een plek waar maker Brandon Stanton elke dag een foto en verhaal plaatst van gewone mensen die hij tegenkomt op straat. Het zijn stuk voor stuk persoonlijke verhalen, veelal over de momenten die iemands leven hebben gevormd: een ontmoeting die alles veranderde, de onvoorstelbare goedheid van vreemden, een besef dat pas laat kwam. Ik lees die verhalen elke dag, aan sommige denk ik nog vaak terug, eentje krijg ik niet meer uit mijn hoofd.

Het was een paar jaar geleden, aan het woord was een vrouw, ik weet niet eens haar naam, die zwanger was geweest van een tweeling. Ze had destijds een van de twee jongetjes weg laten halen omdat ze dacht dat ze twee baby’s niet aankon. Zeven jaar later was het andere jongetje gestorven aan een hersentumor. De schuldgevoelens van die vrouw, het onpeilbare verdriet, daar valt geen strijdvaardige oproep van te maken, geen challenge om te accepten, die laat geen ruimte voor platte retoriek over goed en kwaad. Het enige wat je in zo’n geval kunt doen is in alle stilte een hartje plaatsen. En dat is genoeg.