Collecties in de knoei

Zet een paar gesubsidieerde mensen bij elkaar en het wordt klagen over ingetrokken overheidsgelden. Zet er iemand bij die met die overheid kan worden geidentificeerd en het wordt hakken, ofte wel: een forumdiscussie.

In het Van Reekummuseum te Apeldoorn werd afgelopen zaterdag gesproken over Het belang van particuliere collecties voor de Nederlandse musea voor beeldende kunst en in het bijzonder voor de ‘Collectie Nederland’. Ter gelegenheid van de opening van het nieuwe seizoen, maar vooral ook vanwege de tentoonstelling Tekenend: Tekeningen uit de collectie Becht in datzelfde museum. Frits Becht zat in het forum. Niet vanwege zijn kersverse directeurschap bij het Nederlands Architectuurmuseum, maar als particulier verzamelaar. Hij werd van alle kanten gevierd en herhaaldelijk opgevoerd als de enige particuliere kunstverzamelaar van Nederland.
Dat is natuurlijk niet waar; je zou ook de enorme bedrijfscollecties die de afgelopen jaren zijn opgebouwd als particuliere verzamelingen kunnen opvoeren. Maar de huldeblijken gaven precies aan waar het om draaide. Becht is namelijk een collectioneur die zonder problemen grote delen van zijn grote verzameling hedendaagse kunst uitleent, en daar kunnen op hun expositiebudget gekorte musea veel voordeel mee doen.
Als vertegenwoordigster van zo'n museum was daar Meta Knol van de Stadsgalerij Heerlen, waar toevallig ook een tentoonstelling wordt gehouden van werk uit Bechts collectie. Geen van de aanwezigen kon in anderhalf uur tijds echter een antwoord formuleren op de vraag naar het belang van de privecollecties voor musea, anders dan dat de 'persoonlijke gedrevenheid inspirerend werkt’.
Gelukkig was daar ook Melle Daamen, directeur van de Mondriaanstichting, die afgelopen januari veel coordinerend museumbeleid van WVC heeft overgenomen. Als halve representant van de overheid belanddde hij in een spervuur van subsidiele frustraties. Het begrip 'Collectie Nederland’ dat nu door de Mondriaanstichting wordt ingevuld, behelst slechts een poging de samenhang en samenwerking tussen Nederlandse museumcollecties te stimuleren. Als elk moderne-kunstmuseum een complete collectie nastreeft, hebben ze op den duur net zo veel identiteit als bijvoorbeeld de Duitse musea, die van elke avantgarde-kunstenaar een werk hebben hangen.
Hoewel Daamen benadrukte dat de samenwerking vanuit de musea zelf moet komen en de Mondriaanstichting sowieso te weinig geld heeft om wat dan ook te kunnen sturen, werd de 'Collectie Nederland’ aangevallen als een autoritaire inmenging in de artistieke en budgettaire zelfstandigheid van de musea. Schande dat de rijksoverheid geen geld wil geven aan de Stadsgalerij Heerlen omdat de gemeente er maar een schijntje voor over heeft. Schande dat zo'n sympathiek, betrekkelijk jong museum niet in staat wordt gesteld een eigen collectie aan te leggen. Geheel onverwacht bracht de zachtgevooisde Frits Becht tegen de verontwaardiging in dat met een klein budget ook een mooie verzameling mogelijk is en dat grafiek bijvoorbeeld een goed substituut is voor bronssculpturen als het aankoopbudget wat krap is. Zoveel nuance was een dolkstoot in de rug door nota bene de weldoener zelf, wiens stilzwijgende steun aann het offensief tegen de verachte subsidiegever voetstoots was aangenomen. Even tevoren had de directeur van het Maastrichtse Bonnefantenmuseum (waar Becht in een adviescommissie zit), Alexander van Grevenstein, nog kernachtig geronkt dat de overheid de onbetrouwbaarste partner is, 'op het onbeschofte af’. De redding bleek maar zeer ten dele uit de bewierookte particuliere sector te komen.
Waarom moet elke stad in Nederland, groot of klein, een compleet overzicht kunnen bieden over de twintigste-eeuwse kunst? Het is toch godgeschonken dat Den Haag uitgebreid Mondriaan kan tonen, dat je naar Eindhoven moet voor Lissitzky en in Amsterdam Malevitsj in een goede samenhang kunt bestuderen? Laat musea hun fortes exploiteren. Het is helemaal niet noodzakelijk om een eigen collectie te hebben. De bestaande collecties zijn groot en goed genoeg om uit te putten voor tentoonstellingen, en 'jonge’ kunstenaars steun je met exposities evenzeer als met aankopen. In geval van nood kun je altijd nog bij Becht aankloppen.