Colombia hoopt op vrede

Medellín – Meer dan driekwart van de Colombiaanse bevolking staat achter de vredesonderhandelingen tussen de regering en de farc. Het enthousiasme is zo groot dat chef-onderhandelaar Humberto de la Calle tot gezonde scepsis maant. ‘Unieke kans’, ‘Beste gelegenheid sinds vele generaties’, ‘Vraag me om hulp als je me nodig hebt’ – zelden is de hoop op vrede in Colombia zo massaal geuit als nu.

De reden is dat president Manuel Santos op 3 september verkondigde dat zijn regering na anderhalf jaar van voorbereidende geheime gesprekken met guerrillabeweging farc over vrede gaat onderhandelen. Mogelijk doet ook Colombia’s tweede ‘rebellenleger’ eln mee. De farc heeft naar schatting nog achtduizend manschappen onder de wapenen, de eln telt circa tweeduizend strijders. De vredesonderhandelingen beginnen op 8 oktober in Oslo en worden vervolgens in Havana voortgezet. Waarnemende landen zijn Chili en Venezuela.

President Santos heeft al aangegeven geen jaren, maar hoogstens ‘maanden’ te willen onderhandelen. Verder heeft hij uit fouten van eerdere vredesonderhandelingen geleerd: ditmaal komt er geen staakt-het-vuren en krijgt de farc ook geen gedemilitariseerde zone ter beschikking gesteld. De rebellen misbruikten beide concessies tijdens eerdere onderhandelingen. Santos heeft ook geen gratie voor de farc-strijders in het vooruitzicht gesteld.

Uit het feit dat maar liefst 78 procent van de Colombianen voorstander is van vredesonderhandelingen blijkt hoe groot het verlangen is om na bijna vijftig jaar en tienduizenden doden, terreur, drugshandel en duizenden ontvoeringen een einde te maken aan het oudste gewapende conflict in Latijns-Amerika. Een van de belangrijkste vragen is wat er is gebeurd met de honderden Colombianen die de afgelopen jaren door de farc zijn ontvoerd en verdwenen. Sinds de farc in februari aankondigde geen mensen meer te ontvoeren, zegt ze ook geen gijzelaars meer te hebben.

Beide partijen zijn een gedetailleerde agenda overeengekomen en hebben aangegeven te willen onderhandelen tot er een akkoord is bereikt. Een groot deel van de aandacht gaat uit naar de landbouw en de leefomstandigheden van Colombiaanse boeren. Dat is niet verwonderlijk: de zichzelf marxistisch noemende farc ontstond in 1964 als een rebellenbeweging van arme boeren. Bij een vredesakkoord moet Colombia proberen alle ex-strijders te reïntegreren. Dat zal niet eenvoudig zijn. De voormalige strijders met jarenlange ervaring in de jungle zullen niet opeens allemaal brave kantoor­klerken worden. Aan de andere kant moet het gewoonweg lukken: de afgelopen tien jaar zijn via demobilisatieprogramma’s van de Colombiaanse overheid al tienduizenden strijders van verschillende gewapende groepen in de maatschappij opgenomen.