Colombiaanse koffiecrisis

Bolombolo – Alleen stapvoets gaat het vooruit: wie met de auto vanuit Medellín naar Titiribí of Amagà via Bolombolo wil rijden, moet op vertragingen en wegblokkades ­rekenen. De reden: het grootste deel van de meer dan een half miljoen Colombiaanse ­koffieboeren staakt en blokkeert daarbij in het hele land de doorgangswegen.

‘De regering moet de ­koffie meer subsidiëren’, meent een opgewonden Edgar Gonzalez, een koffieboer met grote hoed en snor. ‘We produceren momenteel onder de kostprijs. We verliezen op elke kilo koffie.’ Samen met honderden andere koffieboeren kampeert hij sinds een week in de schaduw van enorme bamboebossen langs de Cauca, een grote rivier in centraal-Colombia. Oproerpolitie houdt de massa’s koffieboeren argwanend in de gaten, nadat honderden van hen de dag ervoor de belangrijke brug over de Cauca nabij Bolombolo urenlang geblokkeerd hadden.

Inderdaad hebben de koffieboeren het moeilijk, volgens Omar Valencia, de directeur van koffiecoöperatie Salgar, die drieduizend koffietelers onder haar hoede heeft. ‘Momenteel krijgt een koffieboer ongeveer 520.000 pesos voor een carga van 125 kilo groene koffiebonen, terwijl hun kosten richting de 700.000 pesos gaan.’

Er zijn verschillende redenen voor de crisis in de Colombiaanse koffiesector. Zo groeide het afgelopen decennium dankzij steun van de Wereldbank de koffieproductie in landen als Indonesië, Vietnam en India in rap tempo. Bovendien liggen de lonen in Azië lager dan in Colombia. Het Zuid-Amerikaanse land dreigt slachtoffer te worden van haar eigen succes: door de sterke groei van de export van olie en mijnproducten is de peso de laatste jaren duidelijk sterker geworden, waardoor koffieboeren minder dollars en euro’s voor hun product krijgen. Daarbij: een groot deel van de Colombiaanse koffiestruiken moest de afgelopen jaren verwisseld worden, omdat ze ziek waren.

De Colombiaanse regering heeft inmiddels na onderhandelingen met de federatie van koffieboeren toegezegd de subsidies per carga op te schroeven van 60.000 pesos naar 115.000 pesos, ongeveer vijftig euro. En dat tot aan het eind van het jaar, in plaats van tot aan augustus, zoals oorspronkelijk gepland. Voor de meeste koffieboeren is dit niet genoeg; ze gaan verder met hun staking. Volgens president Santos heeft zijn regering meer dan enige andere regering voor de koffiesector gedaan en kan ze niet meer bieden. Hoe lang de stakingen nog aanhouden, is dan ook koffiedik kijken.