Comateus

Op een door de ChristenUnie georganiseerde hoorzitting over drankgebruik door jongeren werd weer eens duidelijk hoe machtig de dranklobby is.

VOORMALIG staatssecretaris van Defensie en CDA-campagneleider Jack de Vries is nu ook toegetreden tot het leger lobbyisten. Dat hij uitgerekend gaat werken bij het bureau dat de belangen behartigt van het gevechtsvliegtuig Joint Strike Fighter waar hij als staatssecretaris zijn zinnen op had gezet, kan geen toeval zijn. Laten we het zo zeggen: het zou nog gekker zijn geweest als De Vries ging lobbyen voor de concurrent van de JSF.
Lobbyen is overigens zo oud als de weg naar Rome. De fietsersbond lobbyt, patiëntenverenigingen lobbyen, de werkgeversorganisatie VNO-NCW lobbyt. Iedereen die iets in politiek Den Haag voor elkaar wil krijgen, zou gek zijn als hij niet probeert zijn belangen bij politici voor het voetlicht te krijgen. Kijk naar de joodse lobby die op touw werd gezet toen het ernaar uitzag dat er zonder al te veel rumoer een verbod zou komen op het ritueel slachten. Vier internationaal vermaarde rabbijnen werden in allerijl ingevlogen naar Schiphol om daar hun zegje te doen. Pas daarna kwam de maatschappelijke discussie over godsdienstvrijheid versus het welzijn van dieren op gang.
Dat de ene lobby machtiger is dan de andere is een open deur. Toch blijft dat intrigeren. Zeker als twee groepen lobbyisten als kemphanen tegenover elkaar zitten, zoals onlangs tijdens een door de ChristenUnie georganiseerde hoorzitting over comazuipen. Aan de ene kant van de tafel zaten vier vertegenwoordigers van wat de overkant de dranklobby noemde: brouwers, horeca, supermarkten. Aan de andere kant een arts van de alcoholpoli in Delft, de bezorgde burgemeester van Katwijk, wetenschappers van het Trimbos-instituut en de TU Twente, iemand van de organisatie Stap, die zich inzet voor het tegengaan van overmatig drankgebruik, medewerkers van GGD en GGZ, projectleiders van anti-alcoholprogramma’s in steden en een moeder van een kind dat zich lam had gedronken. Deze kant van de tafel wilde dat de leeftijd waarop licht alcoholische drank mag worden gekocht met twee jaar omhoog gaat naar achttien jaar. Daarbij stuitten ze op verzet van de andere kant van de tafel. Een van de voorstanders van leeftijdsverhoging haalde oud-VVD-minister van Volksgezondheid Hans Hoogervorst aan. Die had al eens gezegd: ‘De dranklobby is te groot om in de Tweede Kamer iets voor elkaar te krijgen.’
De argumenten die werden aangedragen voor de leeftijdsverhoging waren divers. De kinderarts vertelde dat het aantal jonge comazuipers op zijn poli in tien jaar zeventien keer zo groot is geworden, dat de coma’s nu langer duren en het promillage alcohol in het bloed hoger is. Hij liet zien welke delen van de hersenen worden geraakt als kinderen zo veel drinken en dat dit juist de delen zijn die dan nog niet volgroeid zijn. Gevolg: blijvende hersenschade.
De burgemeester van Katwijk vertelde over winkelwagens vol bier en zoete drankjes die door zestien- en zeventienjarigen worden gekocht om op straat opgedronken te worden met jongere kinderen en over de agressie die dit in zijn dorp tot gevolg heeft; achttienjarigen hebben volgens hem niet zo veel met die kleintjes. De man van Stap voegde daar als argument aan toe dat de leeftijdsgrens voor sterke drank ook achttien jaar is, en dat één grens logischer is.
De projectleider uit Eindhoven meldde dat in zijn stad de maatschappelijke kosten van drankgebruik onder de jeugd twee miljoen euro bedragen: niet per jaar, maand of week, maar per weekeinde. De man van het Trimbos vergeleek de lichamelijke schade van alcohol bij de jeugd met die van een infectieziekte, maar dat bij zo'n ziekte het land te klein zou zijn.
Om de macht van een georganiseerde sector te illustreren, vertelde de Katwijkse burgemeester dat hij het voor elkaar had gekregen dat alle supermarkten in zijn gemeente geen alcohol meer zouden verkopen aan jongeren onder de achttien jaar. Toch mislukte zijn plan. Het Centraal Bureau Levensmiddelen (CBL) stak er een stokje voor. Die afspraak mochten de Katwijkse filiaalhouders van grotere supermarktketens niet op eigen houtje maken.
De vertegenwoordigers van het bier en andere drank, de horeca en het CBL hamerden tijdens de hoorzitting op de noodzaak van een cultuurverandering rond het drinken. Hoon was hun deel. De branche is juist mede schuldig aan de drankcultuur, werd van de andere kant gezegd. Kijk naar de sport, die is behangen met drank.
De vier pleitten ook voor het strafbaar stellen van kinderen onder de zestien die drinken in het openbaar. Want waarom zou alleen de verkoper strafbaar zijn? Ze zeiden zelf ook intensief te werken aan de handhaving van die leeftijdsgrens. Daar dacht de man van de TU Twente anders over: uit zijn onderzoek bleek dat de handhaving door drankverkopers weinig voorstelt. Als hij te jonge jongeren er op uit stuurde, kwamen acht van de tien terug met drank, en nog snel ook.
De gebrekkige handhaving, zei een vertegenwoordiger van de GGD, is het meest frustrerende in de strijd tegen het comazuipen. Voor de 'dranklobby’ is dat hét argument om nu niet de leeftijd te verhogen, maar eerst de handhaving op zestien jaar te verbeteren. Het is ook hét argument waar de meerderheid van de Kamer altijd weer gevoelig voor is, ook op andere beleidsterreinen.
De man van Stap vertolkte waar het volgens zijn kant van de tafel om draait en waarom de gezondheid van de jeugd niet het zwaarst weegt: 'Het kost de dranksector miljoenen als de leeftijdsgrens achttien jaar wordt en die ook nog eens zou worden gehandhaafd.’ Ook voor de meerderheid van de politici weegt dat economische motief zwaar. Bovendien worstelt een partij als de PVDA met de angst betuttelend te worden gevonden. Is het wel een taak voor de overheid om kinderen te weerhouden van overmatig drankgebruik? Daarom lobbyt het grote geld succesvoller dan een groep bezorgde burgers.