Hoofdcommentaar

Comfort zone

Reageer online

De vorige minister van Emancipatiezaken, De Geus, verklaarde dat de emancipatie van de vrouw wel zo ongeveer was voltooid – althans, de emancipatie van de autochtone vrouw. Kinderopvang was ‘heel vanzelfsprekend’ geworden, het emancipatieproces was ‘niet te stoppen’, ‘vrouwen zullen meer gaan werken en ze zullen aan de top komen’, aldus De Geus. Het departement kon wel worden opgeheven.
Quod non. Zijn opvolger, minister Plasterk van OCW, verklaarde vorige week ernaar te streven dat in 2011 een kwart van alle topambtenaren vrouw is.
Een kwart. Dat is vast heel ambitieus, en toch klinkt het mager. Plasterk verbond zich daarbij aan de missie van de Taskforce Vrouwen naar de Top, aangevoerd door oud-minister Sybilla Dekker, die zich gaat inzetten voor ‘beeldvorming, infrastructurele maatregelen en informatievoorziening’. Een vijftigtal werkgevers tekende een contract, waarmee ze zichzelf verplichten een bepaald percentage vrouw tot het topmanagment toe te laten. Zij hoefden niet te zeggen welk percentage.
Je wordt er niet laaiend optimistisch van. Waarom moet dat allemaal zo vrijwillig? De minister zou ook eens een balletje kunnen opgooien over quota. De vraag is of dat meer zoden aan de dijk zet. In de toe-gang van vrouwen tot de hogere echelons van de arbeidsmarkt openbaart zich een vreemde tegenstel-ling. Sinds 1998 schrijven meer vrouwen dan mannen zich in voor een academische studie, ook in de bètawetenschappen. Van de eerstejaars geneeskunde aan de Erasmus Universiteit is 65 procent vrouw. Vrouwen studeren sneller, de studie-uitval onder vrouwen is lager, sinds 1999 behalen meer vrouwen dan mannen een universitair diploma. Toch wordt maar zeven procent van de topfuncties in Nederland door vrouwen bekleed. Op het hoogste niveau, in raden van bestuur, is dat maar twee procent – en nog niet de helft van hen is Nederlands.
Dat is vreemd, want de druk op de arbeidsmarkt is groot. Er is krapte in het aanbod, er is vergrijzing, maar kennelijk is die impuls niet krachtig genoeg om meer vrouwen aan te nemen en te laten doorstro-men. Dat kan niet alleen aan die bedrijven en instellingen liggen, en het kan ook niet alleen verklaard worden uit het glazen plafond en de drang tot baren. De verstopping zit ’m aan beide zijden van de markt. Mannen laten vrouwen niet toe; vrouwen dringen niet genoeg aan.
De laatste jaren wordt gemakkelijk gewezen naar genetische eigenschappen, als oorzaak van de kloof. De president van Harvard, Lawrence Summers, verloor in 2005 zijn baan, toen hij opperde dat de on-dervertegenwoordiging van vrouwen in de exacte wetenschappen verklaard kon worden uit de structuur van vrouwelijke hersenen – die waren niet ‘wired for science’. Onderzoek geeft Summers gelijk: die ver-schillen zijn er. Vrouwelijke hersenen ontwikkelen zich anders en vrouwen gebruiken hun hersenen an-ders. Dat zegt verder weinig. Het gemiddelde IQ van mannen en vrouwen is gelijk. Wel is bij mannen de verdeling over de IQ-schaal groter. Aan de bovenkant (en aan de onderkant) van de schaal komen rela-tief meer mannen voor, wat een oververtegenwoordiging in extreem hoogwaardige banen kan verklaren.
Zo’n statistisch gegeven doet echter geen enkele uitspraak over de mogelijkheden van een willekeurige mannelijke of vrouwelijke sollicitant. Als de biologische verschillen te verwaarlozen zijn, betekent dat dan dat intelligente vrouwen nog altijd worden geïntimideerd door culturele stereotypen en dat zij van jongs af aan worden ontmoedigd in hun ambities, zoals vroeger?
Het diepgewortelde idee dat vrouwen in competitieve omgevingen altijd onderpresteren is in zekere zin self-fulfilling. Uit Amerikaans onderzoek blijkt dat essays van anonieme studenten lager worden gewaar-deerd als de beoordelaar is verteld dat ze van vrouwen zijn. Als een groep vrouwelijke wiskundestuden-ten wordt gezegd dat hun examen zal worden beoordeeld zonder dat hun sekse daarbij bekend is, sco-ren zij hoger. De ‘vermeende handicap’ geldt ook voor mannen: vertel een groep blanke wiskundestu-denten dat hun scores zullen worden vergeleken met die van Aziatische studenten en ze maken hun test slechter, omdat ze denken dat ze toch te kort zullen schieten.
Dezelfde Lawrence Summers van Harvard stelde dat de werkelijke reden voor de schaarste aan vrou-wen in ‘harde’ omgevingen als de exacte wetenschappen wel eens heel eenvoudig kon zijn. Een vrouw komt een klaslokaal of een vergaderzaal binnen, en ze blijkt de enige vrouw. Er is geen comfort zone, geen veilige omgeving. In veel beroepsgroepen werken vrouwen permanent in een omgeving die zij niet vertrouwen. Kleine praktische aanpassingen kunnen de verschillen in performance en beoordeling dan al sterk beïnvloeden. Daarnaast moet de omgeving natuurlijk kunnen voorzien in flexibeler verlof, betere kinderopvang, flexibelere werktijden, enzovoort. Daar liggen enorme kansen voor toenemende participa-tie. Daar hoef je geen vrijwillig contract over af te sluiten: dat soort eenvoudige zaken kan een minister best afdwingen.
……………………………………………………………………………………………………….

reactie:

Hoog opgeleide vrouwen met passende ambities zijn er genoeg, maar de vuile spelletjes van het old-boys-network zijn zo geregeld dat zij er geen toegang toe hebben en expliciet er van buitengesloten worden. Bestuurlijke transparantie eisen moeten nu eindelijk eens serieus worden genomen en belangenverstrengeling hoort echt verdoemd te worden naar het feodale tijdperk. Plasterk hoort de garantie te geven dat er een \‘level playing field\’ is voor topvrouwen - en dat zij, ook al zijn ze de enige in een zaal vol mannen - niet worden aangezien als de secretaresse of koffiejuffrouw. Vrouwen moeten elkaar onderling veel meer steunen en op elkaars schouders durven staan - en we hoeven echt niet allemaal vrouwenlovers daarvoor te zijn. Goede scheiding van prive en publiek is daarvoor noodzakelijk en doorbreken van de for-men-only codes. Corruptie en ons-kent-ons tradities kunnen pas dan doorbroken worden - ~Nederland loopt hopeloos achter
in dit opzicht bij haar europese peers.

een vrouw die uit ervaring spreekt