Niet in mijn naam

Commentaar

Terwijl de Paralympische Spelen ongestoord naar de slotceremonie toe werkten en Rusland zijn positie als grootgrondbezitter onderstreepte, moesten twee kunstevenementen politiek kleur bekennen. Nog voor de opening zetten hun geldschieters handtekeningen onder wetten en contracten met een inhoud die voor veel kunstenaars, critici en curatoren onaanvaardbaar bleek.

Medium groene commentaar niet in mijn naam

De Sydney Biënnale liet zich daarop boycotten. Manifesta, de Europese biënnale die dit jaar in Sint-Petersburg plaatsvindt, houdt tot nog toe stand. De retoriek waar beide keuzes aan ten prooi vielen laat zien hoe de internationale beeldende kunst, met wortels kruislings over de wereld, in de tang zit.

‘You Imagine What You Desire’ koos artistiek directeur Juliana Engberg als thema voor de Sydney Biënnale. Dat is precies wat 41 van de ruim honderd kunstenaars deden nadat ze achter de agenda van biënnalesponsor Transfield Holdings waren gekomen. In opdracht van de Australische overheid faciliteert Transfield de detentiecentra voor immigranten op de eilanden Manus en Nauru, waarvan het laatste onlangs als ‘concentratiekamp’ werd beschreven. In Australië draagt het overzeese asielbeleid de opgeruimde titel Pacific Solution.

De kunstenaars, onder wie Sara van der Heide en Nicoline van Harskamp, trokken hun kunstwerken terug en toen gebeurde het onverwachte: Transfield-directeur Luca Belgiorno-Nettis trad af als bestuurslid van de biënnale. 41 jaar was het bedrijf van zijn vader sponsor geweest van de biënnale die nota bene door diezelfde vader was opgericht. Het bewijs is geleverd dat een culturele boycot kan werken. Manifesta stuurde prompt een persbericht de wereld in met als kop ‘Manifesta 10 blijft in Sint-Petersburg’. De Nederlandse organisatie ligt al sinds de Russische antihomowet onder vuur, toen ze de publieke roep om een andere locatie beantwoordde met ideologische argumenten over kunst als bruggenbouwer naar de lokale bevolking. Ook in de huidige geëscaleerde geopolitieke situatie weet de nomadische biënnale van geen wijken. Manifesta erkent dat de politieke omstandigheden ‘delicaat en onaangenaam’ zijn, maar hoopt de stad die haar financieel mogelijk maakt nog steeds veel te kunnen brengen. Substantiële kunstwerken bijvoorbeeld, géén ‘goedkope provocaties’, benadrukte curator Kasper König. Artistieke vrijheid, bínnen de Russische wet.

Inhoudelijke spagaten zijn onvermijdelijk in de internationale en financiële relaties die de kunstwereld aangaat. In 1939 beschreef de Amerikaanse -kunstcriticus Clement Greenberg de afhankelijke positie van kunstenaars ten opzichte van de elite al als ‘een navelstreng van goud’. Maar de kunstenaars van vandaag vragen om antwoorden en een neutrale houding als die van Manifesta lijkt niet langer houdbaar. Een tentoonstelling in het Guggenheim Museum in New York over het militante Italiaanse futurisme werd onlangs verstoord door kunstenaars en activisten. Tijdens de wekelijkse zogenaamde Pay What You Wish-avond kwamen zij het museum binnen met toeters en spandoeken, die over de relingen van de spiraal werden uitgehangen. ‘Who is building the Guggenheim Abu Dhabi?’ vroegen zij in koor.

Vrijdag opent de Sydney Biënnale met zes procent minder budget en een nog onduidelijke line-up. De kunstenaars die weer meedoen zijn in de media afgeschilderd als hypocrieten, want waarom wel steun accepteren van de overheid die de asielzoekers überhaupt naar die eilanden stuurt? Toch hebben zij zich tenminste uitgesproken: niet in mijn naam.

Later deze week onthult Manifesta de inhoud van haar Russische editie, die in juni start in het Winterpaleis van de Hermitage. Pay what you wish lijkt een passend devies.