Kerstening der Molukken

Commentaar

Het zijn kleine aanleidingen die het geweld op de Molukken uitlokken. Maar onder de oppervlakte borrelt een eeuwenoude geschiedenis van religieuze onverdraagzaamheid en sociale verdeeldheid. ‘Nederland en de Molukken’, dat roept een heel scala aan onplezierige beelden op. Er leven veertigduizend Molukkers in Nederland. Voor het overgrote deel christenen, voor het overgrote deel nazaten van Knil-soldaten en ander overheidspersoneel in dienst van de toenmalige Nederlandse kolonisator. Onwillekeurig vraag je je af: wat is het Nederlandse ingrediënt geweest in de onlusten waardoor de Molukken thans worden geteisterd?


Het is de kerstening. De christenen op de Molukken zijn eerst door de katholieke Portugezen (die er slechts kort verbleven) en daarna vooral door de protestantse Nederlanders bekeerd. Dat gebeurde juist in de tijd dat de islam op de eilanden bezig was aan een triomftocht. Hollanders maakten slim gebruik van eeuwenoude vijandelijkheden tussen de verschillende dorpenbonden. Gesteund door christelijke Molukkers trokken ze ten strijde tegen gebieden die in handen waren van moslimheersers, die daarbij er niet voor terugdeinsden de tactiek van de verschroeide aarde toe te passen. Onder Nederlands bewind ontstond het sociaal-religieuze conflict dat op dit moment met kapmessen en zelfgemaakt schiettuig wordt uitgevochten. Nu zijn het de moslims die op de Molukken de dienst uitmaken, en hun wraak is zoet.


Het religieuze moorden op de Molukken dreigt de (overwegend islamitische) archipel in vuur en vlam te zetten. Niet geheel zonder reden wantrouwen de christelijke Molukkers de (islamitische) Indonesische troepen die het geweld proberen in te dammen. Er wordt gespeculeerd dat het leger — met (ex-) generaal Wiranto, tegenwoordig ministerieel belast met ‘veiligheidszaken’, als belangrijkste exponent — zich graag onmisbaar maakt op de Molukken, nu dat niet gelukt is op Oost-Timor. President Wahid zit nog niet zo vast in het zadel als zijn onverstoorbare verschijning doet vermoeden. Zijn vijanden betichten hem ervan dat hij niet stevig genoeg optreedt tegen de middelpuntvliedende krachten waaraan de archipel de laatste tijd onderhevig is. Daar komt bij dat Wahid, islamitisch schriftgeleerde, voorstander is van een gematigde religieuze koers en geloofszaken buiten de politiek wil houden. Amien Rais, momenteel voorzitter van het Volkscongres en Wahids belangrijkste politieke tegenspeler, werpt zich daarentegen op als kampioen der islam. Op een bijeenkomst op het Onafhankelijkheidsplein in Jakarta sprak hij honderdduizenden heethoofdige moslims toe. ‘In de Molukken wordt gepoogd de islam in dit land te verzwakken. Dat moet ophouden, en snel’’, zei Rais. Op de bijeenkomst werden spandoeken met jihad-teksten en een bloederig kruis waarop een konijn was genageld meegedragen.


Als Rais en Wiranto een monsterverbond sluiten tegen Abdurrahman Wahid, met de onlusten op de Molukken als aanleiding, is het leed niet te overzien. Mede in dat licht was de brief die minister Van Aartsen aan zijn ambtgenoot Shihab stuurde een politieke misrekening van de eerste orde. Bijna had hij gefungeerd als katalysator. Van Aartsen schreef in zijn brief (eind afgelopen jaar verstuurd) dat hij de aanwezigheid van een neutraal leger op de Molukken van groot belang acht. ‘Nederland is bereid iedere vorm van hulp te overwegen om de orde op de Molukken te herstellen’, schreef hij. De brief behelst impliciet een grove belediging aan het adres van het licht ontvlambare Indonesische leger, dat blijkbaar niet capabel wordt geacht. Bovendien getuigt het niet bepaald van een hoge mate van historisch besef om zich per brief — hoe vrijblijvend ook — te mengen in de binnenlandse aangelegenheden van een voormalige kolonie. De reactie was dan ook navenant. In niet mis te verstane bewoordingen werd Nederland erop gewezen dat Indonesië zijn eigen boontjes dopt. Teken aan de wand: Wiranto nam die reactie voor zijn rekening. Daags daarna werd de Molukse regering in ballingschap (RMS) — opererend vanuit Nederland — beschuldigd van wapenzendingen. Dat kan geen toeval zijn.


Waarschijnlijk wilde Van Aartsen — en dat zou voor het eerst zijn sinds het einde van de oorlog tegen Indonesië — de in Nederland levende Molukkers de hand reiken. Een merkwaardig staaltje ‘binnenlandse buitenlandpolitiek’, zeker wanneer in ogenschouw wordt genomen dat Van Aartsen jongstleden september de EU nog probeerde af te houden van een wapenembargo tegen Indonesië. Je gaat je bijna afvragen of de minister van Buitenlandse Zaken zijn brief heeft geschreven op 27 december, even uit het oog verloren zijnde dat Nederland vijftig jaar eerder op die datum eindelijk de soevereiniteit aan Indonesië overdroeg.



JOERI BOOM