Koninklijke concurrent

Commentaar 1

Er is in de discussie rond de toekomst van het koningshuis iets onrechtvaardigs geslopen. Het is het verwijt aan Beatrix’ adres dat zij hard werkt en qua kennis vrijwel elke minister in haar zak steekt. Ex-premier Ruud Lubbers zei een paar verstandige dingen over dit verschijnsel: ‘Iemand die zo nadrukkelijk aanwezig is en alle dossiers leest, die verhalen houdt, vermoeit op den duur. Ik herken dat. Dat maximaal beschikbaar zijn, hard werken, dat werkt op een gegeven moment tegen je.’ Een van haar voorvaderen, koning Willem III, werd nog door zijn tegenstanders verweten dat hij niets van 'zijn baantje’ maakte. En háár wordt voor de voeten geworpen dat zij zich dag en nacht voor het vaderland het vuur uit de sloffen loopt. Jammer dat Maartje van Weegen dit soort persoonlijke overwegingen niet aan heeft mogen snijden. Dat had de positie van de koningin in de populariteitspolls aanzienlijk versterkt. Hoe is ondertussen de positie van kroonprins Willem-Alexander? Lang heeft hij het imago van een vrolijke nietsnut gehad die over de sportvelden hoste, een glas pils in de linkerhand en zijn aankomende embonpoint vooruitgestoken. Dat kon dus niets worden. Zelden heeft Paul Witteman zo ironisch gekeken als toen Willem-Alexander aankondigde zich in de waterhuishouding te gaan verdiepen. Maar ziet, dat schijnt hij helemaal niet zo slecht te doen. Zijn optreden tijdens het staatsbezoek in Japan bracht de Volkskrant zelfs aan de rand van de euforie. Er werd de loftrompet gestoken over zijn 'gemak van bewegen’ en 'wijsheid in spreken’, ook in de 'zomaar opgelaaide discussie over de rol van de monarchie in ons staatsbestel’, een discussie die zijn moeder hooghartig negeerde. Ook in de verslaggeving van Koninginnedag leek het of de Volkskrant op het punt stond met Vorsten Vandaag te gaan fuseren. De Koninginnedag, aldus het dagblad, neigde dit keer naar Kroonprinsendag. 'Statig rijst zijn lange gestalte steevast op naast, of schuin achter, koningin Beatrix. Door de afwezigheid van prins Claus is Willem-Alexander nu dé man van het koninklijk gezelschap. Hij vult de leegte die zijn vader laat vallen.’ Zo groeit het beeld van een koningin die het voorwerp van brede kritiek is geworden versus de gewezen kroegtijger, haar oudste zoon, die plotseling volwassen genoeg lijkt om kroon en scepter over te nemen. Zo is Willem-Alexander in een paar maanden tijd een regelrechte concurrent van zijn eigen moeder geworden. Andermaal wreekt zich haar koninklijke perfectionisme. Had zij die jongen maar wat minder volmaakt opgevoed!