Allemaal gelul

Commentaar 1

Waarom is Carlo Trojan, de Nederlandse secretaris-generaal van de Europese Commissie, gewipt? Het antwoord is eenvoudig. Commissie-voorzitter Romano Prodi ligt niet goed bij de grote lidstaten Frankrijk, Duitsland en Groot-Brittannië. Dus wil hij zijn macht over het ambtenarenapparaat versterken. Om zijn beschermelingen (onder wie zijn adviseur Ricardo Levi) te behouden moet hij andere topambtenaren naar de eeuwige golfbanen verbannen. Onmiddellijk treedt de wet van de Europese zwaartekracht in werking: ambtenaren uit de grote lidstaten vallen omhoog, die uit de kleinere lidstaten omlaag.

Het is niet conform de Europese gedachte, maar Den Haag had de bui kunnen zien aankomen. De 58-jarige Trojan is een ‘overblijfsel’ van de commissie-Santer die begin vorig jaar met pek en veren overladen naar huis werd gestuurd. Hij zelf bestrijdt dat hij op slinkse wijze is weggewerkt. 'Ik ben volstrekt solidair met de Europese Commissie’, zei hij het afgelopen weekeinde tegen de vaderlandse pers. Naar eigen zeggen heeft hij gevraagd om een minder belastende baan die hem prompt werd aangeboden: die van vertegenwoordiger van de Europese Unie in Genève.

Intussen is het Haagse Torentje te klein. Het kabinet eist bij monde van Jozias van Aartsen dat Prodi persoonlijk tekst en uitleg komt geven. Door het 'onverwachte’ ontslag van Trojan zou de Nederlandse tegenwoordigheid in Brussel en dus het nationaal belang geschaad worden. Is dat zo? Welnee. Het kenmerk van de meeste Europese ambtenaren is nu juist dat zij veel verder afstaan van hun nationale 'wortels’ dan de commissarissen of europarlementariërs, om maar te zwijgen van de vakministers. Tekenend is Trojans weinig diplomatieke uitlating over de Haagse opwinding: 'Allemaal gelul.’

Trojan heeft in Brussel altijd de Commissie gediend en voor zover bekend nimmer de Nederlandse staat. Hij stond als 'ervaren regelaar’ (Financial Times) bekend, een man die na een mislukte vergadering in het holst van de nacht een compromis wist te formuleren. Hij schijnt in zijn vrije tijd vvd’er te zijn, maar behoort niet tot de vijfde kolonne van Euro-poujadisten die het 'nationaal belang’ voor in de mond heeft. Een discrete benadering zou waarschijnlijk meer opleveren dan Van Aartsens 'parmantige’ optreden (Piet Dankert). Door toedoen van Bolkestein, Zalm en Van Aartsen dreigt Nederland toch al af te zakken tot beneden de knoflookgrens die de nettobetalers en -ontvangers van de Unie scheidt. En een land dat miljoenensubsidies ontvangt ten behoeve van het 'onderontwikkelde’ Flevoland, moet niet hardop klagen over Italiaanse zeden.