Commentaar: De achterkamertjes van Paars

In het televisieprogramma Buitenhof trok Paul Rosenmöller afgelopen zondag fel van leer tegen de achterkamertjespolitiek van Paars. Voor de zoveelste keer, overigens. Want eerder al, met de parlementaire behandeling van het belastingplan van Zalm en Vermeend, voelde GroenLinks zich dermate ernstig gepasseerd dat besloten werd het beslissende overleg met het duo van Financiën te laten passeren - de coalitie verbouwereerd achterlatend. Nu ging het om de nieuwe Vreemdelingenwet die deze week in de Kamer wordt behandeld. Staatssecretaris Job Cohen, pvda, vvd en d66 hebben die compleet dichtgetimmerd, klaagde Rosenmöller: “We voelen dat dit zo langzamerhand een lijn wordt bij Paars.” Ingrijpende wetswijzigingen worden ‘voorgekookt’ en dan ‘in no time door de Kamer gejast’. Tja, dat is politiek.

Maar toegegeven, in het gevoelige vreemdelingendossier maakt de coalitie het tamelijk bont. Elk amendement op de nieuwe wet dat niet door kamerleden van een van de drie Paarse partijen zou worden ingebracht, zou worden verworpen, luidde volgens ingewijden in Den Haag het Paarse devies. “We zien dat het in het Torentje van Kok net zo druk is als in dat van Lubbers”, sneerde Rosenmöller. En de Volkskrant onthulde dinsdag dat bij de voorbesprekingen zelfs rekening is gehouden met de vvd-senaatsfractie, waar de wet onvermijdelijk ook in rap tempo doorheen gesluisd moet worden, opdat per 1 januari 2001 de hardere maatregelen kunnen ingaan. Het vvd-Tweede-Kamerlid Henk Kamp heeft zo aan het langste eind getrokken. pvda en d66 hebben grote concessies moeten doen.

Job Cohen kreeg zondagmiddag in een radio-interview de gelegenheid op Rosenmöllers aantijgingen te reageren. Hij gaf drie redenen waarvoor overleg in achterkamertjes in het asieldossier onvermijdelijk en niet onrechtmatig is. Ten eerste, zei hij, omdat de nieuwe Vreemdelingenwet ‘voor het land belangrijk is’. Ten tweede omdat die ‘voor de coalitie belangrijk is’ en ten derde omdat er in de politiek ‘verschillende ideeën’ over de materie bestaan. Men kan natuurlijk ook zeggen: wanneer een nieuwe wet belangrijk is voor een land, verdient die een brede discussie in beide parlementen, waaraan in het landsbelang alle politieke stromingen meedoen. Daarnaast kan men zeggen: wanneer een nieuwe wet voor een coalitie belangrijk is, dan presenteert men die met graagte aan het electoraat, zeker in tijden waarin zowel van vvd- als van pvda-kant de roep om een derde Paarse coalitie steeds luider klinkt. Ten slotte, wanneer over een onderwerp in de politiek ‘verschillende ideeën’ bestaan, is het aardig die ideeën tegenover elkaar te zetten om zo, in debat, tot een inzichtelijk vergelijk te komen.

De Tilburgse bestuurskundige Paul Frissen legt in zijn boekje Sturing en publiek domein - Sociaal-democratie zonder partij (verschenen bij de Wiardi Beckman Stichting van de pvda) de Nederlandse politiek op de sofa, in het bijzonder waar die wordt gedomineerd door de Partij van de Arbeid. Ambtenaren, stelt hij kortweg, weten veel beter wat er inhoudelijk gebeurt dan politici. Echte politiek wordt allang niet meer in de Kamer en de Trêveszaal bedreven. In een interview verduidelijkte hij zijn stelling: ‘Wat je op tv in Den Haag Vandaag ziet, heeft niks meer te maken met de bestuurlijke realiteit. Tussen de officiële bestuurslagen is een omvangrijke, geschakeerde lappendeken van meer of minder verzelfstandigde organisaties, meer of minder tijdelijke samenwerkingsverbanden en talloze netwerken ontstaan.’

Postmodernist Frissen vindt dat niet erg - het ‘primaat van de politiek’, waaraan de ex-minister Peper namens Paars in zijn uitgelekte essay nog enige gedachten wijdde, doet hem niet veel. Maar met de nieuwe Vreemdelingenwet gaan de Paarse regeringsfracties nog verder dan in de beschrijving van Frissen. Zelfs het ‘toneelspel’ in Den Haag Vandaag wordt door het vooraf dichttimmeren van de nieuwe wet, om een spoedig debat te bevorderen, geschrapt. Nederland krijgt per 1 januari een wet die niet alleen door ambtenaren is uitgedacht, maar ook nog eens vooraf volledig parlementair onschadelijk is gemaakt door de drie regeringsfracties. Kennelijk omdat dat ‘voor het land belangrijk is’. Het einde van de politiek is dankzij Paars weer een stapje dichterbij.