Commentaar: Een dubieuze geschiedenis

Onbedoeld geeft de omvangrijke website aan hoe overbodig een bezoek aan de Wereldexpo 2000 in Hannover eigenlijk is. «Prachtige site, bezoek in real time eigenlijk niet meer nodig», merkt de familie Van Vliet uit Waalwijk in het virtuele gastenboek op. En inderdaad, waarom honderden kilometers door Duitsland rijden als je de paviljoens en manifestaties op het computerscherm zo te voorschijn kunt toveren? Op de betonnen duinpannen en het zwevende bos van het zestig miljoen gulden kostende Nederlandse «super-stapelpaviljoen», dat de afgelopen week in kranten en op televisie zo overdadig werd bewierookt, kan tot in detail worden ingezoomd. Maar de ware gronden om de eerste Wereldtentoonstelling in de eenentwintigste eeuw te mijden, zijn heel wat dwingender van aard. Onder het kopje «Historie» wordt op de website melding gemaakt van het feit dat op de derde grote Wereldtentoonstelling, die precies een eeuw geleden te Parijs plaatshad, behalve «de nieuwste wonderen van wetenschap en techniek» ook «nieuwe kunst: die van Renoir, Monet, Degas, Rodin» wordt geëxposeerd. Hoewel de meeste impressionisten reeds in het graf lagen zal een enkele grijsaard zich hebben herinnerd hoe hun revolutionaire penseelstreken op de Wereldtentoonstelling van 1855, eveneens te Parijs, werden geweerd. De realist Courbet, die in de schilderkunst bezig was een revolutie teweeg te brengen, werd met schildersezel en al het terrein afgesmeten. Wijselijk wordt op de website ook gezwegen over het nationalistische machtsvertoon waarmee Wereldtentoonstellingen gepaard plachten te gaan. In 1883 nam het circus bezit van Amsterdam, met «de koloniën» als thema. Rondom het momenteel jubilerende Rijksmuseum verrezen complete negerdorpen, die opgevuld met uit Afrika geïmporteerde primitievelingen. Op de Wereldtentoonstelling van 1900 in Parijs werd een Egyptische straat opgevuld met Arabieren. Deze taferelen moesten de bezoeker duidelijk maken hoe hoogontwikkeld in het Westen inmiddels werd geleefd, in vergelijking met de achterlijke inlanders uit vreemde, warme landen. Dit gewentel in eigen superioriteit werkte door tot op de tentoonstelling te Brussel in 1958, waar in de schaduw van het Atomium een Senegalees dorp verrees, compleet met dorpsbewoners en kroost. Met inachtneming van die inktzwarte historie is het ineens heel wat minder prestigieus om in Hannover als Nederland het hoogste, mooiste en publiciteitsgeilste paviljoen te beheren. Ook omdat de herinnering aan die besmeurde tijd zo levendig is. «Nederland in plakken op elkaar, net zo simpel als geniaal concept. Maar waar zijn de negers nou? » aldus een anonieme enthousiasteling in het virtuele gastenboek.