Het persoonlijke is niet zo politiek

Commentaar: Het persoonlijke is niet zo politiek

Zelden werd in Nederland een politicus meer kleinerend en denigrerend behandeld dan Marjet van Zuijlen. Goed, we hadden ooit Irene Vorrink, minister van Volksgezondheid tijdens Den Uyl, een politica die zo onprofessioneel was om tijdens een kabinetsvergadering in huilen uit te barsten. En de voortijdig afgetreden Elske ter Veld, die was gaan huilen tijdens de wao-crisis. Ernstig worden slechts genomen Tineke Netelenbos, die alles in zich heeft om zich te ontwikkelen tot de Margaret Thatcher van de Lage Landen, en Annemarie Jorritsma, die alles in zich heeft om zich tot een Wiegel-in-broekrok te ontwikkelen. Maar de lompe wijze waarop zes jaar lang Jan en alleman op Van Zuijlen schoot was verbijsterend. Dat deze inmiddels ex-politicus een vrouw is, heeft daar alles mee te maken, getuige de terminologie waarmee zij in kranten en weekbladen beschreven werd. In Opzij noemde Hans Hillen haar soort de pitspoezen van Den Haag. Het portret van HP/De Tijd repte van een «kittig kamerlid dat het leuk doet in de media», «lekkerste babe in de Kamer». En: «Als de pvda-primadonna haar zin niet krijgt komen de pruillipjes.» Groot was de verontwaardiging over haar sollicitatie, dan wel oriënterend gesprek bij Economische Zaken - het ministerie dat ze in haar portefeuille had. Zo kort na de verkiezingen was de kritiek misschien terecht, maar in vergelijking met de helft van haar collega’s die zich bezighouden met zoeken naar de minst lullige burgemeesterspost of een andere bestuursfunctie, werd het juist haar wel heel zwaar aangerekend. De publicatie van haar Dagboek van een politica begin dit jaar kostte haar definitief haar reputatie. Heel masculien Den Haag hakte op haar in. Het was, schreven Jan Blokker c.s., roddel en achterklap van een bakvis die meer belangstelling had voor haar «wekelijkse frietje » dan voor de vaderlandse politiek. Daar ging het juist om! Van Zuijlen bedoelde een eerlijk dagboek te schrijven en niet het zoveelste relaas van een doorsnee-grijs, zielloos Haags Peek&Cloppenburg-pak. Het was verbijsterend. In interviews werd Van Zuijlen zwaar aan de tand gevoeld. In De ochtenden werd gevraagd hoe ze het in haar hoofd had gehaald om bang te zijn: «Hoe kun je nog functioneren als je bang bent?» Logisch dat ze ermee stopt. Weer sneuvelt zo een van de lichting nonconformisten van buiten de PvdA, die zich al elders hadden bewezen en begin jaren negentig door Felix Rottenberg bij de partij werden gehaald, en waar ook Rob Oudkerk en Rick van der Ploeg bij zaten - die misschien nog een paar jaartjes minister wil worden maar dan vast voor het aantrekkelijker university-hoppen kiest. Het persoonlijke blijkt toch niet zo geschikt voor de politiek als ooit door progressief en feministisch links werd verondersteld. Zou iemand het weer eens willen proberen, dan kan hij (of zij) het beste nog even wachten tot al die oude mannen dood zijn.