Commentaar: Naar Sierra Leone?

Toen de Engelse minister van Buitenlandse Zaken Robin Cook vorige week een slachtofferkamp in Sierra Leone bezocht, stond hij in de stromende regen oog in oog met vier mannen. Samen hadden die één hand om een paraplu op te houden. Raakt de westerse toeschouwer ooit murw geslagen? Wanneer de tv mensen met halfafgehakte ledematen toont en de geestelijk gezonde tv-kijker wegkijkt, kiest de journalist voor symbolen om te vertellen welke ramp zich voor zijn ogen voltrekt. In een wereld waarin uiteindelijk overal camera’s en verslaggevers doordringen, helpt wegkijken niet meer. Wie de roep om hulp wil negeren, moet horende doof en ziende blind zijn. Wat te doen? Minister Van Aartsen liet de wenselijkheid en legaliteit van humanitair ingrijpen onderzoeken. Twee commissies stelden dat het zonder toestemming van de Veiligheidsraad gewapend ingrijpen in een staat waar de mensenrechten ernstig worden geschonden, momenteel geen rechtsgrondslag heeft, maar dat er wel een «rechtvaardigheidsgrond» bestaat. De wil is er, maar wat moet er worden gedaan? Engelse para’s vertrokken naar Sierra Leone, allereerst om de eigen burgers te redden. Ter plaatse bleek de tegenstelling regering/goed versus Foday Sankoh/fout lang niet altijd op te gaan, getuige de tweejarige Memuna Mansaray, die Cook ook ontmoette en die, zes maanden oud, de hand was afgehakt door leden van een militie die nu met de regeringstroepen meevecht. De coalities blijken talrijk. Vaak zijn de wreedste soldaten kinderen die, geroofd en volgestopt met drugs, zelf ook een soort slachtoffer zijn. De aanwezige VN-vredesmacht Unamsil is volstrekt niet in staat de situatie onder controle te krijgen. Afrikaanse soldaten arriveerden zonder kogels of schoenen en een groot aantal werd gegijzeld. Bij het Engelse ministerie van BZ zei men afgelopen weekeinde in een niet-officiële reactie: «Het is duidelijk dat Sierra Leone bijna op een totale ramp is uitgelopen. Weer stonden de VN op het punt burgers over te laten aan plunderende horden.» Inmiddels trekken de Engelsen zich langzaam terug. Geen nood: VN-ambassadeur Van Walsum stelde in een geheime notitie voor Nederlandse troepen uit te sturen. Het verzoek wordt door Van Aartsen serieus in overweging genomen. Motivatie van Van Walsum: Nederland zal «nog voor de commissie-Bakker goed en wel is uitvergaderd, verlost zijn van zijn Srebrenica-syndroom». Die reden is geen krijgsargument en mag geen rol spelen in de beslissing of het ook verstandig is om te gaan. Van Walsum noemde nog een argument: «Het psychologische effect van onze presentie in Sierra Leone.» Tja, het was april 1994, meer dan een jaar voor de val van Srebrenica, dat toenmalig defensieminister Relus ter Beek stelde: «In en om de enclave is het redelijk rustig. Dat houdt onmiskenbaar verband met de aanwezigheid van ruim zeshonderd Nederlandse militairen. » Zo schieten we niet op. Misschien zijn nu de risico’s te groot, de volgende keer worden die wellicht kleiner ingeschat en vertrekt wél een lading soldaten. De commissie-Bakker bevestigde het idee dat een vredesleger zich niet kan permitteren afhankelijk te zijn van steun die via lange beslissingslijnen van andere VN-landen moet worden verkregen. Sinds Somaliæ ondernemen de VS alleen zelfstandig actie of in NAVO-verband. In een rapport van het Engelse ministerie van Defensie dat afgelopen weekeinde uitlekte, wordt aangeraden voortaan afzonderlijk en onafhankelijk te opereren en uitzending onder VN-vlag te weigeren zolang er geen vrijer mandaat bestaat dat toelaat vrede met geweld af te dwingen. Daarmee wordt het bestaansrecht van een Nederlands vredesleger ondermijnd: zo groot dat we afzonderlijk en onafhankelijk kunnen opereren, worden we nooit. Niets doen dan maar? Een alternatief is kogels en schoenen kopen voor de Afrikaanse troepen om hen als huurlingen voor ons geweten te laten vechten. Een ander alternatief sluit aan op het uitgelekte Engelse rapport waarin wordt voorgesteld pas weer in actie te komen als het VN-peacekeeping department is vervangen door een op NAVO-leest gestyled militair hoofdkwartier. Nederlandse mariniers oefenen al bijna dertig jaar onder Brits bevel en zijn prima in staat in een gezamenlijke interventiemacht te opereren.