Commentaar: Van de schaarse argumenten en de belediging

Vorige week werd een dik rapport gepubliceerd over de verdeling van de subsidiegelden voor de kunsten in de periode 2001-2004, zoals geadviseerd door de Raad voor Cultuur van Winnie Sorgdrager: Van de schaarste ende overvloed. Nu de eerste commotie over de opheffing van gezelschappen en orkesten is overgewaaid, is er tijd voor close reading. Dat valt niet mee. We kiezen wat voorbeelden in de schaduw van de wankelende kathedralen.
Bartje op Zuid, een facilitair bedrijfje in het Rotterdamse Zuidplein waarbinnen veel culturen elkaar zullen ontmoeten, zullen initiëren en zullen gaan produceren. De Raad voor Cultuur telt in zijn beoordeling nogal wat bezwaren: niet haalbaar, geen visie, geen keuzes, te veel marktwerking en te weinig artistieke sturing. Na raadpleging van de heer Anil Ramdas van de commissie Intercultureel mag Bartje op Zuid vanaf 1 januari aanstaande een miljoen tegemoetzien omdat het initiatief «een kans moet krijgen zich in de toekomst te ontwikkelen». Het is niks maar het oogt lekker «multiculti», dus: kassa!
Tweede voorbeeld. Danstheater Arena. In haar beoordeling komt Sorgdragers danscommissie tot: «De voorstellingen maken vaak niet echt duidelijk waar het om gaat en missen meestal genoeg zeggingskracht. Weliswaar zijn er soms sterke momenten, maar deze worden vaak te weinig uitgewerkt.» Daar kan Arena het mee doen. Het licht gaat uit, subsidie geschrapt.
Laatste voorbeeld. Het Noord Nederlands Toneel in Groningen. Dat mag onder de bezielende leiding van Koos Terpstra («geëngageerd theater van de straat») blijven. Maar niet zonder mitsen en maren. «Vooral de producties voor de grote zaal ontberen nogal eens het ruimtelijk inzicht dat is vereist bij het bespelen van een groot oppervlak. Het zou de kwaliteit van de producties ten goede komen wanneer een andere regisseur dan Terpstra zelf verantwoordelijk zou zijn voor de regie van de door hem geschreven teksten. » Wat te doen als je over mag met zo'n schoolrapport? Een landmeter in dienst nemen, zodat je de omvang van een schouwburgpodium kunt inschatten? Mag Terpstra zijn eigen teksten niet meer regisseren, terwijl hij (a) in Groningen is binnengehaald als schrijvend regisseur en (b) van dezelfde commissie in hetzelfde advies te horen krijgt dat hij «hartstochtelijk confronterend toneel» maakt?
De Raad voor Cultuur is niet thuis voor dit soort vragen, verwijst voor «feitelijke onjuistheden» naar de staatssecretaris voor Cultuur en verschuilt zich ook verder achter Rick van der Ploeg. De Raad voor Cultuur, die vooraf waarschuwde voor «een bloedbad», bedient zich slechts van tomatenketchup. Vier jaar mag men sidderen voor het grote podium, een toneelspotje uitproberen in een gymzaal en eigen toneelteksten wegflikkeren of aan iemand anders geven, om zich in 2004 opnieuw over te leveren aan colleges van beroerd schrijvende grootgrutters in nepargumenten en detailhandelaars in aperte beledigingen. Met zo'n Raad voor Cultuur als vriend heeft de kunst definitief geen vijanden meer nodig.