Commentaar: Zonder rook geen vuur

Met een mengeling van ongeloof en afgrijzen werd ten burele van De Groene Amsterdammer enige weken geleden kennisgenomen van de verwoede polemiek die was losgebarsten in Vrij Nederland. Het betrof het rookverbod dat de collega’s aan de Raamgracht van hogerhand opgelegd hadden gekregen. Via een zogeheten top down-besluit, zo schreef VN-veteraan Max van Weezel, was besloten dat het roken ter redactie voortaan beperkt bleef tot é én gedoogzone in de kelder. De desperate redacteur vroeg zich oprecht af hoe hij ooit nog één regel op papier kon krijgen en besloot zijn hartenkreet met een welgemeend: «Waar is de uitgang?»
Gevoelens van diepe solidariteit maakten zich van ons meester. Journalistiek zonder sigaret of sigaar, het is inderdaad een schier bovenmenselijke opgave. Nicotine is nu eenmaal het bloed van de journalistiek. Het staat bovendien vast dat rookloze redacties - zoals die in de Nederlandse dagbladwereld sinds kort gemeengoed zijn - in het algemeen aanzienlijk minder presteren. Met het verplichte afkicken van de redacteuren lijkt ook gelijk het vermogen tot de kritische notie te verslappen, met als gevolg dat men van alles en nog wat voor zoete koek aanneemt, met alle gevaren voor het democratische gehalte van de samenleving van dien.
Inmiddels heeft de problematiek zich aanmerkelijk verscherpt. Verleden week kondigde minister Borst een totaalverbod van het roken op de werkvloer aan. De al eerder gesignaleerde totalitaire trekjes van Paars worden nu wel erg manifest. De geheel rokende Groene-redactie, inclusief de astmatische doch solidair passief meerokende chef van de documentatie, zit ineens met een levensgroot probleem opgezadeld. Hoe moet de hoofdredacteur zijn doorvoelde commentaren componeren als hij straks wordt geconfronteerd met een ministerieel verbod op zijn kleine sigaartjes van Oud Kampen? Wat blijft er over van de redactie Binnenland zonder zware Van Nelle? En hoe moet de redactie Letteren al die vreugdeloze debuten doorworstelen zonder de troost van de hasjpijp? Nee, dit keer vraagt Paars echt het onmogelijke! Beste mevrouw Borst, is er voor onze toch al noodlijdende bedrijfstak niet één uitzondering te maken? Als we de kerosinewalmen van Schiphol voor lief nemen in naam van ons Bruto Nationaal Product, als we zelfs accepteren dat een wijk in Enschede in de lucht kan vliegen ten bate van de nationale vuurwerkindustrie, dan kunnen die paar rookpluimen aan het Westeinde er ook nog wel bij.