Ger Groot

Commerce

Voor de handelaar bestaat het boek in twee gedaanten: als voorwerp op de uitstaltafel en als voorwerp in de kast. Voor de lezer heeft het de dubbel gestalte van het gesloten en het open boek. In beide gevallen is het tweede de bestemming van het eerste, respectievelijk als fataliteit en als vervulling. Het boek kan eindigen als winkeldochter of als levenslange metgezel.

Veel ligt daartussenin, maar er is slechts één moment waarop het boek van ondergang en vergetelheid gered kan worden: dat waarin het roept om aandacht en de hand van wie misschien zijn lezer zal zijn aarzelt. Tolle, lege, neem op en lees, is sinds Augustinus het motto waaronder het lot van boek en lezer beslissend wordt bepaald.

Van die intrige vormt de boekhandel het meest dramatische toneel, omdat daar voor de bladeraar – anders dan in bibliotheek of bij de boekenkast van leengrage vrienden – het meest in het geding is. De aankoopprijs is het zichtbaarst en gevoeligst mogelijke offer dat gebracht moet worden voor een onzekere belofte.

Zo komt de handel onvermijdelijk om de hoek kijken bij het verkeer der ideeën, zoals de Franse filosoof Jean-Luc Nancy de omgang met het boek genoemd heeft. Sur le commerce des pensées heet het essay dat hij schreef voor de twintigste verjaardag van de Straatsburgse boekhandel Quai des brumes en dat nu, met prachtige illustraties van Jean Le Gac, bij uitgeverij Galilée verschenen is. Commerce vat de vreemde negotie die de boekhandel is trefzeker samen. Zoals de theologie haar heilseconomie heeft, zo vormt ze ook als economie der ideeën een vreemde uitzondering op de wetten van het handelsbelang dat de mondiale business schools als enige betekenis van dat woord erkennen.

Het verkeer met boeken is de omgang met de ideeën die daarin vervat liggen, aldus Nancy. Dat is geen hemelbestormend inzicht, als de status van die ideeën niet zo dubbelzinnig was geweest. In zich vormt het boek een wereld die gesloten blijft zolang de kaften ervan haar beperken. Zo belichaamt het boek de ééndimensionaliteit van een waarheid die één en enig wil zijn. Het twijfelt niet, noch doet het twijfelen. Canonisch geworden, oefent het zijn grootste macht uit als het ook zelf gesloten blijft: steunpunt van een heerserhand die, daarop zwerend, gemakkelijk totalitair of terroristisch wordt.

Open wordt de idee pas wanneer het boek ook van zijn kant wordt opgeslagen en de pagina’s zich als een waaier naar alle kanten ontvouwen. Lezen is per essentie bladeren en daarin grijpt altijd een veelvoud aan boeken als tandraderen inéén. Niet als een geoliede machinerie, maar als een beweging die van haar kant voortzetting, aandrijving en tegengas zoekt, met alle wrijving die dat met zich meebrengt. In het verkeer met boeken raken ook die laatste onvermijdelijk in wederzijdse verkering en vloeit de economie der ideeën samen met hun erotiek.

Waarom is de boekhandel daarvan de geprivilegieerde scène? Ook de bibliotheek leent zich voor hun commerce, maar de norm ervan blijft hoe dan ook het klooster. De archetypische bibliothecaris blijft ongehuwd en de boeken tonen er hun charmes niet op uitstaltafels of in etalages. Zij zijn er vleesgeworden winkeldochters in wier eeuwigheid niets meer op het spel staat.

Sommige van Le Gacs illustraties tonen de etalages van de boekwinkel, met daarop geschreven «librairie» en daarboven «le passage», als een onderstreping van het daar plaatsvindende grensverkeer. Hier wordt gehandeld, op impuls en in de roes van alledag. Geld rolt – en daaraan merkt de homo economicus dat iets van belang gebeurt. De duim glijdt langs de sneden van de bladzijden en proeft de ideeën in hun vlucht op hun gewicht. Ze zijn het in goud waard, mompelt de handelaar, en als het goed is meent hij dat tweemaal. Zijn schoorsteen rookt ook uit bekommernis om hen.