Commissie-Davids II

‘Als soldaat heb ik persoonlijk het gevoel dat er genoeg is gevochten’, zei generaal Stanley McChrystal in een vraaggesprek met de Financial Times (25 januari). 'Ik denk dat we de voorwaarden moeten scheppen om tot een werkelijk vergelijk te komen over de manier waarop Afghanistan moet worden geregeerd.’ De generaal, opperbevelhebber van de westerse strijdkrachten in Afghanistan, heeft eerder president Obama dertigduizend man extra gevraagd. Die zijn in aantocht. Binnenkort staat hij aan het hoofd van 170.000 man. Zijn strategie is de Taliban eerst krachtig aan te vallen, tot die inziet dat de strijd niet te winnen valt. Dan moet het tot onderhandelingen komen, waarbij de voormalige vijand de mogelijkheid zal krijgen aan de regering deel te nemen. Het is in overeenstemming met de nieuwe visie van minister van Defensie Robert Gates. We moeten begrijpen dat de Taliban onderdeel is van de Afghaanse politieke structuur, zei hij onlangs in Islamabad.
Als u dit leest is de conferentie in Londen over Afghanistan in volle gang. McChrystal hoopt dat de deelnemers naar huis gaan met de hernieuwde overtuiging dat de gemeenschappelijke onderneming dient tot het welzijn van het Afghaanse volk. En vooruitlopend op het resultaat denk ik dat hij over onze ministers Verhagen en Van Middelkoop tevreden zal zijn. Het zou me niet verbazen als ze door de bezielende woorden van McChrystal opnieuw met een voorstel zouden komen om onze missie in de een of andere afgeslankte vorm toch weer langer te laten duren. In dat geval ben ik bang dat we in 2011 in Den Haag nog altijd met het Afghaanse probleem zijn opgescheept, in een vernieuwde vorm, en misschien met nieuwe gesneuvelden.
Ook president Karzai heeft nieuwe plannen. Er moeten zoveel mogelijk strijders van de Taliban in de geordende maatschappij worden opgenomen. Dat zal geld gaan kosten. In de International Herald Tribune (26 januari) wordt geschat dat er ongeveer een miljard dollar voor nodig is. 'Bondgenoten die niet meer troepen willen sturen, zouden meer geld moeten toezeggen.’ En dat kapitaal zou dan natuurlijk goed moeten worden besteed. De Taliban-leider Mullah Omar, die al-Qaeda vriendschappelijk gezind is en door Karzai verzoenend wordt benaderd - overigens vergeefs - zou er niet van mogen profiteren. Intussen is Omar zelf een charmeoffensief begonnen. Geen zelfmoordaanslagen meer plegen waarvan burgers het slachtoffer worden, geen scholen meer in brand steken, niet meer de oren, lippen en tong van de tegenstanders afsnijden. Misschien wint hij er onder de Afghaanse omstandigheden zieltjes mee.
Na meer dan acht jaar oorlog die van westerse kant wordt gekenmerkt door een opeenvolging van mislukte experimenten, wordt nu in Londen de Taliban een worst voor de neus gehouden. Regeringsverantwoordelijkheid! Maar pas als de heren van dit verzet door 170.000 soldaten mores is geleerd. Hoe zullen ze dat doen? Door te schieten, te bombarderen, en de strijd te begeleiden met het slaan van waterputten en het bouwen van scholen. Ze zullen opiumtelers leren hoe ze nieuwe gewassen moeten kweken en het volk de democratie bijbrengen. Zal de Taliban daarvoor ontvankelijk zijn? Nu in ieder geval nog niet. Een jaar of twee geleden is de vijand met zijn reorganisatie begonnen, en met succes. In 2009 is een record aantal Amerikanen gesneuveld. Intussen hebben de onbemande wondervliegtuigjes, de drones, bij vergissing ook een record aantal burgerslachtoffers gemaakt. Tot dusver zijn de bevrijders steeds meer tot bezetters geworden.
In 2001, na de aanslag op het World Trade Center, werd met massale bombardementen de Taliban overwonnen. Die overtuiging heerste in ieder geval in Washington (en misschien ook in Den Haag). Dat maakte voor Bush de weg vrij om met Saddam Hoessein af te rekenen. In Irak heerst nog altijd een burgeroorlog. In Afghanistan wordt nu, na negen jaar, het experiment Obama/Gates/McChrystal/Karzai geïntroduceerd. 'Any war will surprise you’, zei Eisenhower, toen nog generaal. De oplossingen veranderen, het probleem blijft hetzelfde. Aan de thuisfronten van de bevrijders neemt de oorlogsmoeheid toe.
Dan hebben we in Nederland nog een moeilijkheid extra. Steeds sterker wordt het vermoeden dat onze krijgsmacht daar niet tegen zijn taak is opgewassen. Een kapitein van de landmacht heeft in de Volkskrant en Nova verklaard dat het onze missie in Uruzgan ontbreekt aan professionaliteit: ze weten niet hoe een counter-insurgency moet worden gevoerd. In 2008 raakte deze kapitein in conflict met twee sergeants die van mening waren dat ze niet voldoende middelen hadden om de opdracht uit te voeren.
Zo ziet vandaag het panorama Afghanistan eruit: weer een paar voorstellen tot nieuwe experimenten, een vijand in staat van voorspoedige reorganisatie, een twijfelend thuisfront en een missie waar interne ruzies het moreel aantasten. Onder deze omstandigheden nog voor een jaartje bijtekenen? Dan is er voor de volgende commissie-Davids straks werk aan de winkel.