De terugkeer van Marx: Het profiel van de NCPN

Communisme als levenshouding

Toen in 1992 de Sovjet-Unie uiteenviel, herrees uit de as van de CPN de Nieuwe Communistische Partij Nederland om de strijd tegen het kapitaal ondubbelzinnig voort te zetten. Tot op het voetbalveld.

De NCPN demonstreert op de Dag van de Arbeid met de FNV in Den Haag. Voor kwaliteit, zekerheid en inkomen © Berlinda van Dam / HH

4 mei 2018. Zonsondergang op de Westerbegraafplaats in IJmuiden. Een meisje soundcheckt haar microfoon. Ze draagt twee vlechten en een zwart bomberjack met daarop geborduurde bloemetjes. Bij het graf van Jan Bonekamp is een groep mensen bijeen. Ze herdenken de verzetsstrijder en communist. Er zijn opvallend veel jonge mensen – meisjes met afro’s, jongens met manbuns. Vooraan zitten oude mensen. Zij houden een hand achter hun oor als het meisje een strijdlied begint te zingen. ‘De wereld staat in brand’, zingt ze in het Russisch. ‘Het tiende landingsbataljon wacht op het dodelijke vuur. We hebben nog één overwinning nodig. We hebben nog één overwinning nodig.’

Het zingende meisje is lid van de communistische jongerenbeweging cjb, de jeugdorganisatie van de Nieuwe Communistische Partij Nederland, de ncpn, de laatste marxistisch-leninistische partij van Nederland. ‘Herdenkingen zijn essentieel bij het in leven houden van het communisme’, zegt een van haar kameraden. Nikos is een Grieks-Nederlandse student en bestuurslid van de landelijke cjb en lid van de ncpn.

‘De geschiedenis heeft ons veel te leren, maar je moet er ook iets bij vóelen om het communisme tot levenshouding te kunnen maken. Herdenkingen kunnen daarbij helpen’, zegt Nikos een paar weken later in een café in Den Haag. Zijn ouders waren communisten, andere familieleden werden in Griekenland vermoord of gemarteld om hun politieke overtuiging. ‘Zulke verhalen hoorde ik ’s avonds voor het slapen gaan, net als Roodkapje’, zegt hij. Hij nipt aan zijn pepermuntthee. ‘Een paar jaar geleden keek ik op de website van de Griekse communistische partij. Daar zag ik dat er in Nederland ook gewoon nog een communistische partij is. Toen ben ik lid geworden.’

In 1992 viel de Sovjet-Unie uiteen, Francis Fukuyama voorspelde het einde van de geschiedenis en in Nederland werd een communistische partij opgericht. Of liever: heropgericht. De ncpnherrees dat jaar uit de as van haar voorganger, de cpn. De Communistische Partij van Nederland was met andere linkse partijen gefuseerd in GroenLinks. Een aantal leden – de zogeheten ‘horizontalen’, een groep binnen de cpn die het al een aantal jaren oneens was met de koers van de partij – vond dat het marxisme daarmee werd verloochend. Ja, er waren verschrikkelijke fouten gemaakt in de Sovjet-Unie, maar die fouten kwamen voort uit het lóslaten van het marxisme, niet uit het aanhangen ervan, vonden zij. En dat vinden de ncpn’ers nog steeds.

Wil van der Klift, internationaal secretaris van de ncpn en hoofdredacteur van de partijkrant Manifest, windt geen doekjes om zijn liefde voor Marx en Lenin. ‘Ik heb altijd geloofd dat ieder land recht heeft op een communistische partij’, zegt hij trots. ‘Een partij die zich zonder voorbehoud inzet voor de werkende mensen en die ondubbelzinnig strijdt tegen het kapitalisme. Binnen en buiten het parlement.’ Van der Klift heeft een indrukwekkende baard en op zijn revers zit een speldje van de vakbond. Als jongeman werkte hij tien jaar op een mammoettanker, daarna studeerde hij agogie. ‘Een vak dat niet meer bestaat’, zegt hij met een lachje. Hij beschouwt het als zijn taak om het communisme in Nederland in leven te houden. Ook hij drinkt graag pepermuntthee.

Over de fouten die de partij in het verleden gemaakt heeft, is Van der Klift openhartig. ‘We hebben ons in eerste instantie te veel gericht op de parlementaire strijd en te weinig op het bouwen van afdelingen. We moeten weer de wijken in, met mensen praten. Net als de cpn vroeger: op het voetbalveld staan, in het buurthuis ons verhaal vertellen, de bedrijven in.’ De ncpn deed een paar keer mee met landelijke verkiezingen, maar zonder succes. In de verkiezingen van 2003 haalde de partij een kleine vijfduizend stemmen, niet genoeg voor een zetel. Op dit moment levert de ncpn in twee gemeenten volksvertegenwoordigers: Heiloo en de Fryske Marren.

Van der Klift is vriendelijk, maar heeft een zeker wantrouwen naar de gevestigde macht en de burgerlijke pers. Hoeveel leden de ncpn precies heeft, wil hij niet vertellen. Ook een kijkje op het partijkantoor in Amsterdam zit er niet in: te veel gedoe. ‘Bovendien, als ik de aivd was’, zegt hij met een vette knipoog, ‘en ik zou willen weten wat de communisten tegenwoordig uitspoken, dan zou ik een jonge journalist op ze af sturen die zegt van De Groene te zijn.’

De ncpn is een marxistisch-leninistische partij, zegt Van der Klift, ‘maar we zijn natuurlijk ook nog altijd op zoek: hoe geef je vorm en inhoud aan een theorie die meer dan honderd jaar oud is? Hoe leren we van de fouten uit het verleden? We hebben geen bijbel. We zwaaien niet met rode boekjes.’ Van de enigszins verwante SP moet hij weinig hebben. ‘Zij zijn toch een beetje de sociaal-democratische partij van Nederland geworden.’

‘Hoe leren we van de fouten uit het verleden? We hebben geen bijbel’

De ncpn wil het kapitalisme omverwerpen. Ze zijn tegen geweld, maar vóór strijd: organisatorische strijd, politieke strijd, maar vooral ook ideologische strijd. ‘Bijna niemand heeft het meer over de klassenstrijd’, zegt Van der Klift. ‘Terwijl dat nog steeds ons belangrijkste thema is. Natuurlijk houden wij ons ook bezig met het lot van andere onderdrukte kameraden – vrouwen, homoseksuelen, maar altijd in het licht van de vraag: hoe draagt het kapitalisme bij aan deze onderdrukking?’

De ncpn’ers zien het als hun opdracht om de boosheid die het kapitalisme teweegbrengt in de in hun ogen juiste banen te leiden. Ze hebben een missie. ‘Als de werkende mensen zich zouden verenigen, als ze opkwamen voor hun belangen, dan zou de ncpn een veel grotere partij zijn’, meent Van der Klift. Werkende mensen worden door het kapitalisme in verwarring gebracht, gelooft hij. Door het internet, door de televisie. Door het verlangen naar betekenisloze hebbedingetjes. ‘Mijn vrouw was onlangs herstellende van een zware operatie’, vertelt hij, ‘en dus een paar weken afhankelijk van de tv. Wat een rotzooi krijgen mensen toch door de strot geduwd. Toen begreep ik weer: met die rommel worden mensen koest gehouden.’

De ncpn mag dan in Nederland een kleine partij zijn, ze maken deel uit van een veel grotere communistische wereldbeweging. ‘Toen de cpn opging in GroenLinks zijn de meeste intellectuelen overgelopen’, zegt Van der Klift. ‘Toen hebben we ons sterk moeten richten op het buitenland en op onze connecties met andere communistische partijen. Want in elk land zijn er communistische partijen: klein, groot, sterk, zwak.’ Jaarlijks komen die partijen bijeen en praten over hoe het verder moet. Een aantal jaar geleden is de ncpn in samenwerking met zusterpartijen uit Luxemburg, Duitsland en België een vierlandenoverleg gestart. ‘En we hebben natuurlijk goede contacten met de Cubanen en Venezolanen.’

Over die landen wil hij niet veel kwijt. ‘Op Cuba is alle vooruitgang die onder Obama is bereikt weer helemaal ongedaan gemaakt door Trump.’ Wat Venezuela betreft: Van der Klift en zijn kameraden geloven stellig dat de meerderheid van de bevolking democratisch gekozen heeft voor de voortzetting van het beleid van Hugo Chávez. ‘Ik ben daar geweest, tien jaar geleden. Ik heb de verkiezingen meegemaakt. Ik heb de uitbundige vreugde meegemaakt in Caracas, in de stromende regen. Dat is niet zomaar weg. De meeste mensen geloven daar nog in het socialisme. Dat weet ik zeker.’

Hoewel ook hij niks kan zeggen over het aantal leden ziet Nikos onder jongeren de interesse in het communisme groeien. ‘Ze komen nog niet in hordes naar ons toe, maar er is wel degelijk groei en behoefte aan een alternatief verhaal voor het kapitalisme.’ De belangstelling is niet alleen theoretisch. In een radio-interview vertelt een cjb’er uit Brabant: ‘Wij hebben in Brabant te maken met hoge werkloosheid onder jongeren. We zijn in de twintig en hebben allemaal flexbaantjes en hoge schulden. Het is toch niet zo gek dat wij kritisch zijn op het kapitalisme? Niemand biedt een alternatief.’

De communisten wél, vinden ze zelf, en hun alternatief laat zich niet vangen in korte soundbites. ‘In tegenstelling tot alle andere partijen biedt de communistische partij een bepaalde visie over hoe de maatschappij eruit kan zien’, zegt Nikos, ‘een die is gebaseerd op een wetenschappelijke analyse van de werkelijkheid, en het besef dat het de werkende mensen zijn die de welvaart produceren.’

Op Facebook heeft de cjb ongeveer duizend volgers. Er is een website, met een webshop (‘Proletarisch winkelen’) en een videoblog (‘cjb-tv’). Ook worden bijvoorbeeld ‘Rode tours’ door Amsterdam georganiseerd, waarin de geschiedenis van de stad wordt verteld vanuit het perspectief van de arbeidersstrijd. ‘Je weet gewoon niet dat de stad zo’n rijke historie kent van sociaal verzet, medemenselijkheid en liefde’, zegt een jonge vrouw aan het einde van zo’n tour. Op grote demonstraties en manifestaties zijn de ncpn’ers te herkennen aan hun ouderwetse vlaggen en banieren. Ze scanderen leuzen als: ‘Ne-der-land pikt dit niet meer, com-mu-nis-ten zijn er weer.’

In de Fryske Marren is de lijsttrekker van de ncpn, Rinze Visser, geliefd onder de plaatselijke bevolking. Hij werd op zijn 21ste lid van de cpn en is nu bijna zestig jaar politiek actief. Inmiddels laat zijn gezondheid hem in de steek, maar hij is nog altijd strijdbaar. In een radio-interview vertelt hij trots dat er een nieuwe generatie klaarstaat om het stokje over te nemen als hij er niet meer is. ‘De takomst is oan it sosjalisme, en oan it kommunisme, dat kin net oars. Wat moat der no foar it kapitalisme yn it plak komme? Wer kapitalisme? Dat is fassisme hear.’

De parlementaire arbeid levert de partij echter niet veel op, in elk geval niet veel nieuwe leden. De plaatselijke bevolking stemt op mensen, niet per se op de partij, weet Van der Klift. ‘De inwoners van de Fryske Marren zeggen: “Rinze je bent zó’n vent”’ – Van der Klift steekt zijn duim omhoog – ‘alleen… jammer dat je communist bent.’ Toch heeft Van der Klift oprecht vertrouwen in de toekomst. ‘Ik ben zo trots dat wij toen hebben gezegd: er is een communistische partij nodig. We gaan gewoon door, met revolutionair geduld.’

Want de toekomst is aan het socialisme, menen de ncpn’ers. ‘Met dat vooruitzicht is de communistische partij de enige partij die een beweging kan opbouwen die de strijd levert voor de kleine dingen, omdat ze een vergezicht bieden. Het kapitaal is volgens de communisten aan het eind van z’n Latijn. Het is een ideologie geworden die niet verder kan kijken dan één dag. De andere partijen – óók de linkse – doen allemaal mee met dat spelletje. Ze kunnen niets anders dan reageren op gebeurtenissen.’

Tegelijkertijd ziet Van der Klift dat het verzet tegen de elites groeit en dat sterkt zijn vertrouwen. ‘Mensen zijn het zat. De vraag is alleen: hoe gaan wij nu, arbeider op arbeider, mens op mens, duidelijk maken dat we onderdeel zijn van een collectief? Dat samen sterk nog altijd geldt?’ Hij verwijst naar een citaat op de website: ‘Onze leer is geen dogma, maar een leidraad voor het handelen. Een marxist moet rekening houden met het levende leven, met de precieze feiten van de werkelijkheid en zich niet vastklampen aan de theorie van de dag van gisteren.’ Het is een citaat van Lenin.