Partijlidmaatschap als springplank voor succes

Communisten zijn geen nerds

Chinese jongeren doen hun uiterste best lid te worden van de communistische partij. Niet met ideolo- gische motieven, het is gewoon goed voor hun carrière.

NA DRIE JAAR van ballotageprocedures werd Jerry Wang deze zomer alsnog geaccepteerd als lid van de Chinese communistische partij. Vooral zijn ouders waren daar dolblij mee, als je hem mag geloven. ‘Het duurde langer dan gebruikelijk omdat ik aanvankelijk, denk ik, onvoldoende werd aanbevolen door mensen binnen de partij’, zegt de 23-jarige student economie aan de Tsinghua-universiteit in Peking. 'Toen het dan toch gebeurde, huurde mijn vader spontaan een restaurant af, zo trots was hij. Waarom? Omdat het uitstekend is voor m'n cv.’
Behalve kans op een ministeriële loopbaan biedt partijlidmaatschap ook mogelijkheden binnen de staatsbedrijven en geeft het nog altijd recht op gezondheidszorg en een pensioen. Zelfs veel buitenlandse bedrijven in China schijnen helemaal niet afkerig te zijn van partijleden.
In zijn groep van twintig studenten is Jerry Wang alweer het achtste partijlid en daarmee ligt de klas voor de normen van de Tsinghua-universiteit prima op schema. Binnen dit elite-instituut is tegen de tijd van afstuderen gewoonlijk meer dan de helft van alle studenten lid.
'Van de 25 miljoen gegadigden vorig jaar werden er drie miljoen toegelaten, en daarmee kwam het totaal aantal leden op meer dan tachtig miljoen - de grootste politieke partij ter wereld’, zegt Ouyang Qin, vice-directeur studentenzaken van Tsinghua. 'Van die drie miljoen was meer dan een miljoen student en slechts een half miljoen 35 jaar of ouder.’ Volgens een recent partijonderzoek onder 25.000 studenten over 140 universiteiten zou tachtig procent staan te popelen om toegelaten te worden. Daarmee is onder jongeren de Chinese communistische partij veel populairder dan je van een negentig jaar oude organisatie zou verwachten. Verre van op sterven na dood blijkt die zogenaamde dorre, hiërarchische oudemannenclub zich juist opvallend soepel te verjongen.
Dat is een niet geringe ommekeer in het fortuin van de partij sinds de grauwe jaren tachtig en negentig, toen jonge leden door leeftijdgenoten toch vooral werden gezien als saaie nerds en losers. 'Het is inderdaad verbazingwekkend hoe succesvol ze zich hebben kunnen moderniseren’, zegt Tony Saich, professor aan Harvard en auteur van diverse boeken over politieke ontwikkelingen binnen China. 'In 1989, het jaar van het bloedbad op het Plein van de Hemelse Vrede, werd duidelijk dat Peking zonder meer bereid was geweld te gebruiken om desintegratie zoals in de Sovjet-Unie te voorkomen. En tot aan de machtsovername van Poetin was de chaos in Rusland voor Peking het negatieve voorbeeld. Hoe het niet moest. Tegelijk echter besefte men terdege dat niet eeuwig met de knoet kon worden geregeerd en dat de partij jonge hoogopgeleiden aan zich diende te binden als zij een kans wilde maken in de 21ste eeuw. Door ze carrièrekanalen te bieden en minder de nadruk te leggen op politieke zuiverheid slaagde de partij daar spectaculair in.’
Volgens professor Jeremy Paltiel, verbonden aan de Carleton University in Canada en expert op het gebied van partijlidmaatschap, transformeerde de partij zich 'van een massaorganisatie ten behoeve van ideologische campagnes en massamobilisatie in een corps voor technocratisch leiderschap’.

LIU ZHIBO is eerstejaarsstudent aan de Renmin-universiteit in Peking en druk bezig om greep op de toekomst te krijgen. Dat betekent voor haar zeker ook het partijlidmaatschap. Daarvoor zou het handig zijn geweest als ze zich had kunnen laten verkiezen tot klassenvertegenwoordiger, maar die strijd is voor dit cursusjaar verloren en ze zet zich nu al in voor september 2012. 'Er zijn natuurlijk wel andere manieren, maar het goede van de functie van klassenvertegenwoordiger is dat je je leiderschapskwaliteiten op een positieve manier kunt tentoonstellen’, zegt ze.
De meeste studenten leven op de universiteiten ver weg van familie en vrienden en voor hen dient de klassenvertegenwoordiger ideeën en sociale activiteiten te ontwikkelen. Als Li daar volgens haar studiegenoten inderdaad goed in is, en ze bereid zijn haar bij de partij aan te prijzen, dan moet ze lessen in communistische ideologie volgen. Ze wordt daarin begeleid door mentoren voor wie ze maandelijks rapporten schrijft, en binnen een paar jaar wordt ze dan hopelijk bevorderd tot aspirant-lid. Daarna worden nog wat bouten en moeren strak aangedraaid en krijgt ze haar definitieve partijkaart.
'Het valt allemaal niet mee, maar ik begrijp dat het toch een stuk makkelijker gaat dan vroeger’, zegt ze. 'Mijn vader is partijlid en hij vertelde me dat de ideologische trainingssessies in zijn tijd niet om door te komen waren. Het schijnt nu heel wat lichter te zijn.’
Dat kan dan wel zo zijn, maar dat zal de partij naar buiten toe niet expliciet toegeven. Want officieel zijn de oude communisten wel degelijk nog even strak in de leer als altijd. Marxisme, leninisme, de leer van Mao Zedong, de theorieën van Deng Xiaoping: de gortdroge details moet Li Zhibo wel degelijk ad nauseam kunnen opdreunen, maar het wezenlijke verschil is volgens ingewijden dat dat alles niet langer meer als catechismus wordt opgevat. Van Li wordt zeker verwacht dat ze tegenover de wereld zal volhouden dat ze min of meer braaf communist is, maar de partij is dezer dagen allang haar zielenhoeder niet meer.
'Er is een verschil tussen geloven in maoïsme en partijlidmaatschap’, zegt iemand droogjes. Volgens partijdeskundige Anne-Marie Brady, een professor politieke wetenschappen aan de universiteit van Canterbury in Nieuw-Zeeland, handhaaft de partij het aloude merk, maar is de inhoud voor de consument gewijzigd.
En dat is volgens sommige jonge partijleden alleen nog maar het begin: 'Ik denk dat met de toevloed van goedopgeleide leeftijdgenoten de partij absoluut verder gaat veranderen’, zegt de 34-jarige Ling, lid sinds 2007 en afgestudeerd architect. 'Niet direct verkiezingen of zo, maar wij zijn toch allemaal wel naar het buitenland geweest en we hebben zo onze eigen ideeën.’
Maar het is de blijvende vraag of zeker de conservatieve factie onder die zachte druk gaat bezwijken of dat de ijzervreters de toestroom van de yuppen vooralsnog als niets anders zien dan een cynische politieke manoeuvre. Een stopmiddel om in de moderne tijd aan de macht te blijven. Het boterzachte New Labour, de Franse socialisten en zelfs het poldermodel van Paars werden tegen het licht gehouden, maar of dat echt duidt op bereidwilligheid tot compromissen in de verre toekomst weet niemand. Daar is de Chinese communistische partij nu eenmaal veel te groot, te ondoorzichtig en te complex voor. Dat Peking ook in de directe toekomst in geval van nood instinctief naar de wapens zal grijpen is maar al te duidelijk.
'Het komt uiteindelijk aan op de kritische massa’, zegt China-expert Bruce Dickson, professor aan de Elliot School of International Affairs in Washington. 'Lukt het de ideologisch twijfelachtige nieuwe lichting om uiteindelijk posities binnen het politbureau te veroveren, of zijn ze veroordeeld tot de marges van de partij? Worden ze zorgvuldig buiten het machtscentrum gehouden of nemen ze met hun massa simpelweg de partij over? En als dat zo is, is het overgrote deel voldoende politiek gedreven, of zijn ze alleen aan boord ter wille van hun eigen maatschappelijke en economische posities? Keren ze zich tegen de partij als ze dat opportuun lijkt en is Peking daarmee uiteindelijk net zo kwetsbaar als de eenpartijstaten in het Midden-Oosten? Die vragen zijn onmogelijk te beantwoorden.’
En daar zullen Jerry Wang, Liu Zhibo en ontelbare leeftijdgenoten waarschijnlijk ook niet over wakker liggen. Voor hen is de partij vooralsnog vooral een eliteclub en een springplank. Een krachtige steun in de rug voor de lancering van hun carrière. De loodzware politieke bagage kan wel wachten, als je hun woorden kunt geloven. 'Partijleden doen het nu eenmaal haast altijd beter in de maatschappij’, zegt Jerry. 'En nee, echt, we krijgen niet alleen de topbanen bij staatsbedrijven en degelijke, bij buitenlandse bedrijven helpt het ook.’
Een observatie die opzienbarend genoeg inderdaad lijkt te kloppen. 'Sollicitaties van partijleden leggen we vaak boven op de stapel’, zegt een human resources-medewerker van een westers bedrijf in Peking. 'Wij gaan natuurlijk niet van de daken schreeuwen dat wij zo dol zijn op de partij en dat is ook niet zo, maar het overgrote deel van diegenen die zich als partijlid aanmelden wordt afgewezen en dat betekent dat diegenen die worden geselecteerd wel zeker iets goed doen. Op z'n minst bezitten ze doorzettingsvermogen en een werkmentaliteit. Dat het de communisten zijn die voor ons een voorselectie uitvoeren is inderdaad wel een tikkeltje ironisch, nu je het zo zegt.’