De beste boeken van 2016

Compassie, liefde, humor

Op een of andere manier was 2016 een goed jaar voor kleine boeken. Boeken waarin auteurs geen vele honderden bladzijdes nodig hadden om tot het hart van hun vertelling te komen.

Marijke Schermer bijvoorbeeld, die met Noodweer in 159 bladzijdes het huwelijk, het gezin en de carrière van haar hoofdpersonage laat ontrafelen, als een onderdrukt trauma onverwacht weer boven komt. Of Martin Michael Driessen, die met Rivieren drie dreigende vertellingen neerzette die zich allemaal in de nevel van de tijd afspelen. Op slechts 139 bladzijdes. Of de 160 bladzijdes van Robert Anker, met zijn De vergever, waarop de glorie, het mislukken en de verschoning van een heel mensenleven worden uitgerold.

Wat die boeken met elkaar gemeen hebben is dat ze niet klein aanvoelen, ze voelen als een veel rijker verhaal dan het aantal bladzijdes doet vermoeden. Dit geldt in overtreffende trap voor My Name is Lucy Barton van de Amerikaanse Elizabeth Strout. Het is een tijd terug dat ik een boek las met zo’n emotionele punch. Verhaal is simpel genoeg: Lucy Barton ligt na een blindedarmoperatie negen weken in het ziekenhuis met een infectie. Vijf dagen lang waakt haar moeder, die ze in geen jaren heeft gezien, aan haar bed en hebben ze gesprekken over hoe het de mensen uit haar jeugd is verlopen. Die is gescheiden, die is bedrogen, die is dood. Over iedereen denkt Lucy met compassie, met liefde, met humor – haar gesprekken met haar moeder doen haar haar leven overdenken, wie belangrijk voor haar is geweest op welk moment en wie ze daardoor is geworden.

Strout schreef heel helder en heel precies, en toch blijft de roman poëtisch, beeldend en naturel. ‘Dit is niet het verhaal van mijn huwelijk’, herhaalt Lucy een paar keer en inderdaad, ze vertelt niet waarom haar huwelijk uiteindelijk sneuvelde, maar als lezer voel je het genoeg. Schitterend. Tranen.


Elizabeth Strout, My Name Is Lucy Barton, Viking, 193 blz., € 19,99. In vertaling verschenen bij Atlas Contact als Ik heet Lucy Barton