Commentaar: Slavernijmonument

Compensatie van het onverwerkte slavenleed

Op uitnodiging van het Humanistisch Verbond werd vorige week in De Balie, Amsterdam, gedebatteerd over het Nederlands slavernijverleden. «Herdenken of vergeten?» was de ietwat curieuze vraagstelling. Het publiek logenstrafte vrijwel direct de inleidende woorden van debatvoorzitter John Jansen van Galen, die over het gespreksthema «een plechtige eensgezindheid» verwachtte. Er waren meningsverschillen zat. Over de locatie van het nationaal slavernijmonument. Of over de wijze waarop de Nederlandse regering, in navolging van Clinton, excuses zou moeten maken aan de van origine Afrikaanse landgenoten. Die excuses moeten er zeker komen, vonden de aanwezigen want «Nederland meet met twee maten». «Máxima moest toch ook afstand nemen van wat haar vader heeft gedaan? Waarom geldt in Nederland zoiets altijd wel voor anderen en niet voor Nederlanders zelf?» vroeg een van de aanwezigen in het verhitte debat zich af.

In breder verband wordt eind augustus in Durban, Zuid-Afrika, gediscussieerd over de internationale verantwoordelijkheid voor de door de slavenhandel getroffen landen. Tijdens de Wereldconferentie tegen racisme zullen Afrikaanse landen niet alleen pleiten voor excuses, maar, tegen het zere been van de westerse landen, ook voor herstelbetalingen aan slachtoffers van kolonialisme en slavernij door middel van een speciaal natie-overschrijdend Ontwikkeling Reparatie Fonds. De Adviesraad Internationale Vraagstukken (AIV) heeft op verzoek van de Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken advies uitgebracht over de Afrikaanse claims. De Raad erkent het leed dat onder nakomelingen van slaven tot op de dag van vandaag gevoeld wordt. Maar, meent de Raad, een en ander betekent niet dat de claims van Afrikaanse landen gehonoreerd moeten worden. «Het bezwaar van deze aanspraken is dat zij veelal op interstatelijk niveau worden gepresenteerd en dat dientengevolge het perspectief van de slachtoffers en hun nabestaanden buiten beeld dreigt te blijven.»

De rigoureuze wijze waarop de AIV aan de vooravond van de conferentie de serieus bedoelde aanspraak op extra ontwikkelingssamenwerking van tafel veegt, is teleurstellend. Niet alleen excuses voor de op racisme gestoelde slavenhandel zijn op z'n plaats, ook zou de toegebrachte economische schade hersteld moeten worden. Dan wel in de vorm van herstelbetalingen, dan wel in de vorm van kwijtschelding van de immense Afrikaanse schuldenlast. Daarmee blijft «het perspectief van de slachtoffers en hun nabestaanden» geenszins buiten beeld. Naarmate de roep om genoegdoening luider wordt, neemt de aarzelende houding van westerse regeringen echter toe. Ten onrechte, want debatten in De Balie of straks in Durban, leggen het «onverwerkt leed» meer dan eens pijnlijk bloot.